Posts tonen met het label Nederlandse literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlandse literatuur. Alle posts tonen

zaterdag 9 maart 2024

Montmatre heeft echt bestaan, portret van een wijk.

 Guus Luijters - Montmatre heeft echt bestaan, portret van een wijk. 521 Uitgevers, 2003 - 232 blz.


Voor wie van Parijs houdt een onontbeerlijk boek. De kunstenaars die eind 19e eeuw, begin 20e eeuw de wijk Montmartre bevolkten worden levendig geschetst. Veel namen, veel straten, veel drank. Luijters roept de sfeer op van toen en vertelt het ontstaan van de verschillende cabarets als le Moulin Rouge en le Chat Noir. Mooi zijn ook de foto's om het straatbeeld van toen weer te geven. Het ging er rumoerig aan toe en ik kan me voorstellen dat menig schrijver en kunstenaar daar wilde zijn, omdat het daar gebeurde. Daar kon je groot worden, hoewel dat lang niet iedereen lukte. Zelfs Van Gogh heeft er geprobeerd zijn schilderijen onder de aandacht te brengen.
Alphonse Allais, Picasso, Aristide Bruant, het zijn namen uit een ver verleden, maar nog steeds levendig aanwezig in hun teksten en beelden.

Halverwege is een aantal teksten opgenomen van de schrijvers en dichters, in een vrije vertaling van Luijters zelf. Heel vermakelijk is het tekstje van Erik Satie over de dag van een musicus. 'Opstaan om 7 u 18; inspiratie: van 10 u 23 tot 11 u 47. Ik lunch om 11 over 12 en ga van tafel om 14 over 12.'

Achterin beschrijft Luijters een wandeling door het Montmartre van 2003, een mooi detail is dat hij als kind een jaar in de steeg naast de Moulin Rouge woonde. Dan komt Parijs wel in je bloed te zitten. 

zaterdag 2 maart 2024

Lipari



Robert Welagen - Lipari, Nijgh & Van Ditmar, 2006 - 92.blz.


De ik, een student die graag alleen op reis gaat om ergens op Europa een aantal dagen te verblijven, logeert in een hotel op het Italiaanse eiland Lipari. Het liefst zit hij aan het zwembad van een hotel een eindje verderop. Daar ontmoet hij een stel, de oudere Gerard en de jonge en charmante Chaphine. Gerard zit overdag in de schaduw, gebogen over een stapel papieren, Chaphine ligt op een ligstoel in de zon en neemt af en toe een duik in het verder verlaten zwembad. Met z'n drieën zwijgen ze vooral, al wisselen Gerard en de ik nog wel eens een paar woorden.

De zon en de stilte benadrukken de leegte in elk van de drie levens, maar ook het ongrijpbare. De ik wil graag meer weten van Gerard en zijn jongere vriendin. Waarom zijn ze daar, komt zij echt van het eiland zoals Gerard beweert, waar leven ze van? Als ze een keer op het strand afspreken, komt de verteller meer te weten, maar of hij daardoor dichter bij komt, is maar de vraag. 

Robbert Welagen schept een bijzonder aangename sfeer in zijn novelle Lipari, als kleine golfjes op het water ontrolt zich het verhaal.
 

zondag 29 januari 2023

De vrienden van middernacht

Raoul Hynckes - De vrienden van middernacht. Privé-domein, De Arbeiderspers, 1973

In het privé-domein De vrienden van middernacht - overigens een prachtige titel -  beschrijft Raoul Hynckes (1893-1973) in een aantal korte verhalen zijn bestaan als schilder: gesprekken met Pyke Koch, Carel Willink en anderen uit die tijd en de plekken waar hij woonde, zoals Brussel, Amsterdam en Blaricum. Ook gaat hij dieper in op de functie van kunst en de waarde ervan voor de maatschappij. In een stuk over Van Gogh geeft hij treffend aan dat ook in de jaren ’50 er al waanzinnige bedragen omgingen in de kunst, zoals de verzekering voor ruim vijf miljoen gulden voor het vervoer van 6 schilderijen van Amsterdam naar Tokyo voor een expositie:

‘Waren onze grootouders gek toen zijn Van Gogh als een nul beschouwden of zijn wij het, die hem zien als het genie van de moderne kunst? Welke betekenis moeten we hechten aan onze smaak en artistiek gevoel, waar we zo prat op gaan? Vandaag is meneer zus-en-zo een ezelsveulen, morgen roepen wij hem uit tot een grote meester. Vijfeneenhalf miljoen gulden voor zes schilderijen, terwijl men ze nog voor geen gulden wilde hebben toen Van Gogh leefde. Zijn we gek geworden? Het is om te blozen van schaamte en van woede. Kunnen we het cynisme en het groteske nog verder voeden?’

Wat dat betreft is het er niet veel beter op geworden. De prijzen voor schilderijen van bekende overleden kunstenaars zijn spectaculair hoog, niet in verhouding voor wat de kunstenaar er ooit zelf voor kreeg. Wat zou hij nu vinden van de prijs voor zijn eigen werk? Dat blijft bescheiden: voor ongeveer vierduizend euro kun je er een aanschaffen.

vrijdag 31 december 2021

Niemand is van hier

Lodewijk van Oord - Niemand is van hier, Uitgeverij Cossee, 2019.

Lodewijk van Oord laat met zijn roman Niemand is van hier de lezer op een vindingrijke en veelzijdige manier nadenken over de vele aspecten van het postkolonialisme. Welzijnswerk, wetenschap, rijkdom, vertier, macht, dit zijn maar enkele van de beweegredenen voor de Europeaan om zich nog steeds of weer opnieuw te bemoeien met in dit geval Afrika. Van Oord velt geen oordeel over goed of slecht, maar laat het aan de lezer om dat oordeel zelf te vormen aan de hand van verschillende verhaallijnen en contrasterende personages. De ene is Rineke Friedl, een jonge biologe, reist naar île Europe, dat tussen Mozambique en Madagaskar om de rattenpopulatie onderzoeken om deze trefzeker te kunnen bestrijden.

Daartegenover staat Fliers, een wat oudere man, gescheiden, accountant, heeft vrienden met geld en is zelf ook niet onbemiddeld. Hij is min of meer op de vlucht. Een vriendje van hem heeft een bungalow aan de kust met van Mozambique, met zwembad en personeel, waar hij zich veilig waant.

Van Oord heeft zich goed ingeleefd in zijn personages en schets op treffende wijze verschillende werelden: die van de eenzame wetenschapper die een probleem komt oplossen, die van de rijke blanke die geen kwaad ziet in hulp bieden, die van de soldaat die braaf doet wat hem wordt opgedragen, die van de arme Afrikaan voor wie het niet duidelijk is wat hij wel en niet kan verwachten van de Europese bezoekers.

maandag 11 oktober 2021

Over Jan Roeland

K. Schippers – Over Jan Roeland, Slibreeks nr. 152, Uitgeverij Den Boer|De Ruiter te Vlissingen, 2017.

Deeltje 152, Over Jan Roeland, lijkt op het begluren of observeren van personen, zoals je dat in de trein kan doen. K. Schippers beschrijft zijn kennismaking met de schilder Jan Roeland en zijn werk. De lezer krijgt dialogen voorgeschoteld, beschrijvingen van het werk en van de ontmoetingen en wordt zo deelgenoot van het contact dat Schippers en Roeland hebben. Een vriend van Schippers, Kees Hin, vraagt hem om een tentoonstelling te openen van Jan Roeland. Daar begint het contact. Roeland schildert alledaagse objecten, zoals een tafel, een ei, een envelop, maar dan vanuit een plat perspectief. Schippers probeert niet de voorwerpen te benoemen, maar ‘wel de verdwijnmantels waarin de dingen dag in, dag uit zijn gehuld. Weet u het al wat een ei, een doos of een tafel voor uw leven heeft betekend? Is het u ontgaan?’

De tekst wordt geïllustreerd door een aantal schetsen van de kunstenaar, die zelf over zijn werkt zegt dat hij zich bezighoudt met ‘serieuze niksigheid’.
In 2016 overlijdt de schilder, wat van hem overblijft zijn schilderijen, foto’s en zijn acteerwerk in enkele films van Schippers en Kees Hin, en dit deeltje uit de Slibreeks als eerbetoon.

maandag 4 oktober 2021

Het begin van het einde

Marcel Möring - Het begin van het einde, Slibreeks Nr. 153, Uitgeverij Den Boer|De Ruiter te Vlissingen, 2017.

In Het begin van het einde gaat het over drie jazzmuzikanten die in Europa van hotel naar hotel trekken om daar hun muziek ten gehore te brengen en geld te verdienen. Sam, die het verhaal vertelt, is erin gerold omdat hij ooit in een restaurant een pianist hoorde spelen en mee begon te zingen. De eigenaar van het restaurant vroeg of hij vaker wilde komen zingen en van het een kwam het ander en raakte hij ‘verzeild in de altijd schaars verlichte eetzalen en bars van vijfsterrenhotels’. Maar de medemuzikanten twijfelen of dit wel echt zijn roeping is. ‘Sam, jij bent geen muzikant.’ Ze zeggen dat hij een goede stem heeft, maar dat hij altijd ‘op doorreis’ is. Het zingen is volgens hen tijdelijk. Sam is van zijn stuk gebracht en begint inderdaad te twijfelen aan zijn levensinvulling. Een tweede verhaallijn is de vrouw met wie hij een relatie heeft gehad, maar hun tegenstelde karakters (hij meer de gelatene, zij een activiste pur sang) liepen te veel uit elkaar. Toch blijft hij aan haar denken en na de opmerking over zijn roeping als muzikant komt zijn leven op losse schroeven te staan. Het begin van het einde is een mooi compact verhaal over doelen, wensen en verlangens.


De sober uitgegeven deeltjes van de Slibreeks zijn stuk voor stuk ultieme ‘livres de poche’.

maandag 21 juni 2021

Augustus

Irma Maria Achten, Augustus, Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam

Hoe mooi is het om de vrouw van je dromen bij de eerste ontmoeting al te redden van de dood? Met een krachtige en al even absurde gebeurtenis laat Irma Maria Achten haar debuutroman Augustus beginnen. David is 16 jaar en doet verwoede pogingen zo lang mogelijk onder water te blijven. Dan rijdt er plotseling een auto de Vecht in, juist op de plek waar hij op de bodem van de rivier bezig is het inhouden van zijn ademen te trainen. Hij ziet twee gezichten achter de voorruit en onderneemt een reddingspoging.

Het lukt hem niet helemaal zelf, maar met behulp van een ‘bonk van een kerel’ die hij op de weg laat stoppen, wordt het echtpaar uit de auto bevrijd. Toch voel je al direct dat er iets aan de hand is, de vrouw, later horen we dat ze Chileense is en Mercé heet, slaat David onder water in het gezicht wanneer hij haar uit de zinkende auto wil halen, een ongewone handeling voor iemand die gered wordt.

Doordat de Irma Maria Achten de hoofdstukken afwisselend door David en Mercé laat vertellen, weet je van beide personages hoe zijn naar de ander verlangen, maar ook welke obstakels zij moeten overwinnen om dat verlangen te kunnen invullen.

Het beeld uit het begin, wanneer Mercé David een klap geeft omdat ze niet gered wil worden, blijft boven het verhaal hangen. Gelukkig haakt Irma Maria Achten hier niet te vaak op terug, maar tussen de regels door wordt veel duidelijk.

Met het grootste gemak laat de schrijfster de verschillende decors naadloos in elkaar overgaan. Landschappen spelen een belangrijke rol en lopen synchroon met de verhaallijn: het drukke Rome, de stille romantiek op het Griekse eiland en de leegte en zanderige stroefheid van de Atacamawoestijn in Chili. De lezer proeft de verschillende sferen die levendig en voelbaar worden neergezet. Dat Irma Maria Achten filmmaakster is, zal niemand verbazen. Beeld en tekst vallen samen waardoor het verhaal nog meer nazindert en de laatste bladzijde als een leeg wit doek op de aftiteling wacht.

(eerder verschenen op Tzum.info)

maandag 14 juni 2021

Taalkunstenaars

Stef Bos, Taalkunstenaars, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2020.

In de serie Taalkunstenaars van uitgeverij Nieuw Amsterdam een bundel met songteksten van Stef Bos. Enigszins thematisch gerangschikt licht Stef Bos zijn werkwijze toe. Hij pleit voor het Nederlands als liedtaal, juist omdat er veel medeklinkers in zitten en je zo de taal 'op de rotsen kunt laten slaan.' Als leermeesters had hij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud en hij laat zich inspireren door Franse chansonniers, zoals Leo Ferré. Doordat hij zijn opleiding in Antwerpen volgde en in België woont en daarnaast veel in Zuid-Afrika is, liggen sommige liedteksten op het snijpunt van deze Vlaams, Nederlands en Afrikaans.

In de bundel is een groot aantal liedteksten opgenomen, in veel gevallen heldere poëzie, maar als je de muziek erbij hoort, krijgen de teksten meer kleur en diepgang. Het fantastische ‘Ik bestond, Ik besta’ performt Stef Bos met het charisma van Jacques Brel. Achterin staat een Spotify-code.
In het voorwoord merkt Ali B terecht op dat we Stef Bos nodig hebben, ‘want zolang niemand in Nederland betere zinnen schrijft, heeft hij hier een verantwoordelijkheid.’

zondag 30 mei 2021

Kleretijd

Erik Vlaminck, Klerentijd, een litteken in proza, Slibreeks, Uitgeverij den Boer, de Ruiter, 2017

De sober uitgegeven deeltjes van de Slibreeks zijn stuk voor stuk ultieme ‘livres de poche’. Ideaal voor onderweg, als je ergens moet wachten, of een korte treinreis moet maken en eens iets anders wil doen dan naar buiten kijken, je medepassagiers observeren of desnoods zinloos op je mobiel scrollen. De eerste twee activiteiten worden namelijk ook ondervangen door de inhoud van de deeltjes: je kijkt naar een ander landschap, een andere wereld, zoals in het deeltje 151 Kleretijd van Erik Vlamick. Hij schrijft over het Vlaamse dorpje Lillo, dat in een gebied ligt dat onder water gezet wordt door de Hollanders in de strijd om de onafhankelijkheid van België in 1830. De Hollanders zetten de sluizen open, waardoor de bewoners moesten vluchten naar het fort in het dorp, waar ze in armoede verder leefden, wachtend op hulp van hun nieuwe regering. De korte hoofdstukjes beschrijven de ene keer de geschiedenis van het dorpje en haar bewoners en volgen dan weer Cornelis Verhulst, die probeert te ontsnappen aan het ellendige en uitzichtloze bestaan waaraan de bewoners zich niet schijnen te kunnen onttrekken. Een mooie wisselwerking tussen overzicht van buitenaf en details van binnenuit, tussen feiten en fictie.

(eerder verschenen op Tzum.info)

maandag 15 maart 2021

De omweg naar Paaseiland

Gerrit Jan Zwier, De omweg naar Paasleiland, Uitgeverij Atlas Contact, 2016.


Gerrit Jan Zwier is vooral geïnteresseerd in de lege uithoeken van de wereld. In eerdere reisboeken heeft hij al laten zien dat hij goed is in het verweven van zijn eigen bevindingen met feiten en anekdotes uit reisverslagen van anderen die hem voorgingen. De omweg naar Paaseiland sluit daar prima bij aan. Via Vuurland en het zuiden van Chili komt hij met een wat norse en zwijgende reisgezel aan op Paaseiland. Een eiland waar ongeveer 50.000 toeristen per jaar komen, vooral om de moai's, te bewonderen. 

Het mysterie rondom de oorsprong van deze imposante stenen beelden heeft velen voor Zwier beziggehouden, maar ook de geschiedenis van het eiland zelf is niet opgehelderd. Doordat Jacob van Roggeveen het eiland ooit ontdekte, blijft er een dun lijntje tussen Nederland en Paaseiland bestaand.
Mooie kleurenfoto’s in het middenkatern ter illustratie. De afwisseling tussen de verschillende ontdekkingsreizigers en het verslag van Zwier zelf is soms wat rommelig, maar over het algemeen heeft de auteur een boeiend reisdocument toegevoegd aan zijn oeuvre over verre oorden.

maandag 8 juni 2020

Finale


Ina Boudier-Bakker, Finale, Querido, 1963

Om de boeken die ik niet meer lees te delen, heb ik een boekenkastje in mijn voortuin gezet. Vaak zet ik er iets in, soms haal ik er wat uit. Zoals laatst Finale van Ina Boudier-Bakker. Waarom weet ik niet, maar ik had nog nooit wat van haar gelezen. Zonder enige verwachting begon ik aan het boekje, puur op basis van de titel en de kaft.

Het gegeven is eenvoudig. Een weduwe voelt zich niet meer op haar gemak in de buurt van haar kinderen en kleinkinderen en ze trekt zich terug in een pension aan de kust. Ze maakt lange wandelingen langs het strand en blikt vooral terug op haar leven tot nu toe. Het huwelijk met haar man die uit een veel beter milieu kwam dan zij, haar eerste baantje, de moeizame relatie die ze met haar moeder en zus had. En dan is er nog een man die een belangrijke rol in haar leven heeft gespeeld.
De stijl is ingetogen, het perspectief steeds vanuit de vrouw die vooral observeert en luistert en nauwelijks deelneemt aan de gesprekken. Zo kom je waarschijnlijk het beste tot inzicht: afstand nemen van je omgeving en van jezelf.
Toch lijken de kinderen en kleinkinderen niet aan te voelen waarom ze zich afzondert. Om de beurt komen ze langs om met haar hun problemen te bespreken of gewoon te kijken hoe het met haar is. Langzaam ziet ze in dat haar rol in het gezin nog niet is uitgespeeld.

maandag 1 juni 2020

Kleine Hellen


Anne Moon Disko, Kleine hellen, Uitgeverij Oevers, 2018

Bij een debuut is het altijd afwachten, maar Kleine Hellen is wat mij betreft zeer geslaagd, zowel qua verhaal, stijl en vormgeving. De verschillende verhaallijnen cirkelen om grote gebeurtenissen in de levens van de hoofdpersonen Vera en Max heen, ze zijn zus en (jongere) broer. Ooit waren ze met z’n drieën, of beter gezegd: ze hadden met z’n drieën moeten zijn. De tragiek komt hun leven in gedenderd en laat ze niet meer los. Kunst en schrijven kunnen uitlaatkleppen zijn, behalve wanneer je herinneringen probeert te vangen of juist iemand wil vastleggen op het doek, zoals in het geval van Max die zijn zus schildert.
De auteur speelt met de perspectieven, soms vanuit de derde persoon, dan weer is een ‘ik’ aan het woord en duurt het even voor je door hebt wie van de twee het is, Max of Vera, maar ook dat werkt goed. Je speurt als lezer naar aanknopingspunten om er achter te komen wie vertelt.  Ze schrijven over elkaar en over zichzelf, om het leven te begrijpen, om dat wat er gebeurd is aanschouwelijk te maken en er grip op te krijgen.
De stijl is eenvoudig en daardoor aangrijpend. Geen dikdoenerij, geen melodramatische woorden. Prachtig kleinood dat het verdient gelezen te worden.

zondag 17 mei 2020

Een blad in de wind

Jacoba van Velde, Een blad in de wind, Uitgeverij Oevers, 2016.

Gare du Nord. Ik sta op en kijk in het verweerde spiegeltje boven de bank en zoals altijd de laatste jaren herken ik mezelf niet onmiddellijk, schrik ik van dit gezicht dat nu het mijne is.

Een mooi vormgegeven heruitgave van de roman Een blad in de wind die voor het eerst in 1961 verscheen. De schrijfster, Jacoba van Velde, woonde afwisselend in Nederland en Parijs en ook de hoofdpersoon, Helena Berger, kent Parijs goed.

Aan het begin van het boek keert Helena terug naar de stad waar ze ooit studeerde aan een balletschool en waar haar carrière in de danswereld begon. Haar docente in Nederland vond dat ze over uitzonderlijk talent beschikte en stuurde haar daarom naar Frankrijk. 

Nu, vele jaren later denkt ze in een Parijse hotelkamer terug aan die tijd, aan de successen en tegenslagen die ze op haar pad tegenkwam. 
Al tijdens haar studie bleek het lastig om in Parijs aan de slag de kunnen als balletdanseres. Ze verkoos uiteindelijk het variététheater, dat in kunstzinnig opzicht een achteruitgang was, maar er was in ieder geval werk en ze zag bijna heel Europa. Een enerverend leven dat mooi contrasteerde met de veilige thuishaven in Nederland, bij haar oom en tante, waar ze van tijd tot tijd op adem kwam. Zeker wanneer het allemaal niet lukte, zocht ze haar heil aan de Nederlandse kust. 

Een indringend verhaal over talenten en kansen die niet altijd ten volle benut kunnen worden, gewoon, omdat het leven zwaar en ingewikkeld kan zijn.

maandag 27 april 2020

Waar ook ter wereld - De avondgesprekken

Arnon Grunberg, Wim Noordhoek, Waar ook ter wereld - De avondgesprekken


Compilatie in boekvorm en op cd van een aantal van de gesprekken die Wim Noordhoek, presentator bij het VPRO radioprogramma De Avonden, voerde met Arnon Grunberg tussen 2006 en 2012. 

Eens per week belde Wim Noordhoek met Arnon Grunberg, waar hij ter wereld ook was. Vaak onderweg, soms in New York, zijn woonplaats. Noordhoek begint het gesprek vaak met een vraag naar aanleiding van iets wat Grunberg op zijn weblog heeft geschreven, waarna het gesprek de diepte in gaat, op persoonlijk vlak of in algemene zin. Bijvoorbeeld over een vrouw met een been die wandeltochten begeleidt in een dorpje in Canada, waarna het begrip schaamte ter sprake komt. Of over een plant die dood blijkt te zijn na Grunbergs thuiskomst en of er een verschil zit in het verzorgen van dieren en van planten. 

Het zijn aangename gesprekken, juist door de persoonlijke invalshoeken, ook van Noordhoek, die bovendien niet gericht zijn op de luisteraar, maar oprecht plaatsvinden tussen twee mensen die het leuk vinden elkaar weer te spreken. En dat alleen al levert voldoende genot om mee te luisteren of lezen.

zondag 26 januari 2020

De geschiedenis van mijn kaalheid

Marek van der Jagt, De geschiedenis van mijn kaalheid, De Geus, 2000.

‘Er zijn vele manieren om te falen, maar falen in de ogen van degene die jou ter wereld heeft gebracht is een van de bitterste soorten.’

De geschiedenis van mijn kaalheid is speels, serieus en doorspekt met allerlei prachtige zinnen en observaties om even op te kauwen. Een jonge student worstelt met zijn lichaam en is daarom misschien nog wel meer op zoek naar de ware liefde, hoewel hij weet dat die niet gelukkig maakt, maar wel de moeite waard is.
Hij studeert filosofie, geeft bijles en woont met zijn vader en broers in een groot huis in Wenen. Zijn dagelijkse bezigheden concentreren zich op zijn poging in contact te komen met vrouwen om zo de ‘amour fou’ te ontdekken. Zijn moeder had tal van minnaars, maar was niet gelukkig. Dus wat is liefde en wat moet je ermee als je het denkt gevonden te hebben?

‘Betekenis, ik daag u uit. Kom naar beneden, roept u maar, doe maar een gooi naar de onsterfelijkheid, alles wat u roept is goed.’

zaterdag 7 december 2019

De Stille Vriend

Gerard Reve, De Stille Vriend. Manteau, 1984

De novelle De Stille Vriend begint met een ontmoeting in de tram, waarbij de hoofdpersoon een jongeman herkent die hij een aantal jaren eerder ook al eens ontmoette. De herkenning lijkt niet wederzijds.
Speerman, inmiddels rijk en in het buitenland wonend, duikt in het verleden en beschrijft in een lange flashback de korte relatie van vroeger. Toen was hij arm en woonde hij als beginnend schrijver op een zolderkamertje in Amsterdam. 

In hoeverre de liefde wederzijds was, blijft onduidelijk. Wel dat de verteller in onzekerheid achterblijft als de jongen niets meer van zich laat horen. Hoezeer kan een contact van enkele weken iemand zo van zijn à propos brengen: 

'Ja, de liefde, die wist wat. Eigenlijk was zij voor Speerman altijd een probleem geweest. Zij was voor hem iets totaals, waar men niet tegenop kon. Wat hem volstrekt onbegrijpelijk voorkwam, dat was het bestaan van mensen die de liefde, of wat ze zo noemden, naar bevindingen van zaken in hun leven konden toelaten en wederom afdanken - alsof zij nooit bestaan had - zodra zij meer begon te eisen dan zij opbracht.'

Een mooi Reviaans verhaal met van tijd tot tijd prachtige zinnen:

'Reeds  de volgende dag echter, toen het des namiddags zonnig en minder koud geworden was maar het daglicht daarbij een nog grotere weemoed over de dingen uitspreidde dan anders, hield Speerman het niet langer vol (...).





maandag 4 november 2019

Filip's sonatine


Willem Frederik Hermans, Filip's sonatine, De Bezige Bij, 1985

In tien dagen schreef Willem Frederik Hermans zijn novelle Filip’s sonatine. Je hebt de 56 bladzijden zo uit, maar er zit genoeg in om er nog even over na te denken. De oorlog speelt een marginale rol, muziek daarentegen en de verwachtingen die mensen van elkaar hebben voeren de boventoon.

Gerrit Hondijk is een begenadigd pianist, al zal hij nooit een grote ster worden. Hij begeleidt de zangers Aletta Stroll, die een zoontje heeft Filip. Als zij breekt met de vader van Filip, een violist, gaat ze samenwonen met Gerrit, die op die manier mede-opvoeder wordt van Filip. Gerrit ziet in Filip een natuurtalent en zou hem het liefst tot een groot pianist maken.
Maar de vraag is of Filip dat wil, of het verstandig is de talenten van een wonderkind uit te buiten en ook of je altijd zo talentvol blijft? Iedere zeven jaar zijn alle cellen van het menselijk lichaam vernieuwd, dus niemand blijft wie hij of zij was.

Deze novelle is een ode aan de muziek. ‘Componeren. Iets achterlaten dat door andere steeds opnieuw tot leven werd gebracht! Hogere vervulling van een muziekbestaan bestond niet.’

maandag 28 oktober 2019

Fenrir


Hella Haasse, Fenrir, Een lang weekend in de Ardennen, Querido, 2000.

Met alle aandacht voor de wolven in Nederland en België is Fenrir weer een actueel boek geworden. Het verscheen in 2000. 
De hoofdpersoon, een jonge journalist die bezig is met het samenstellen van een wolvenencyclopedie, komt door een toevallige ontmoeting met een oud-klasgenoot in de Ardennen terecht, waar een bekende concertpianiste er een privé-wolvenpark op nahoudt.
Zij woont daar met haar zus, zwager en schoondochter op een groot landgoed. Haar excentrieke familie zou veel liever een andere bestemming aan het park geven. En dan zwerft er ook nog een man in de buurt van het huis die beweert de halfbroer van de pianiste en haar zus te zijn. Aan de conflicten die er spelen blijkt een hele familiegeschiedenis vooraf te gaan, de wolven en de Ardennen vormen daarbij een mysterieus en spannend decor. Ook de vraag of wolven thuishoren in die streek, speelt een belangrijke rol.

Een mooie kleine roman, van een schrijfster die meer schreef dan alleen historische romans.

zaterdag 11 mei 2019

Hier wonen ook mensen


Rob van Essen, Hier wonen ook mensen, Atlas Contact, 2014.

De drang er te zijn, vergeten te worden, op te vallen, lief te hebben, het verleden op te helderen. Niets is de mens vreemd, en dus ook niet de personages uit de verhalenbundel van Rob van Essen. De verhalen gaan over jou en mij, over de mensen om ons heen. Niet eens zoveel uitvergroot, want uiteindelijk heeft iedereen wel iets boeiends beleefd. Maar daar komt de schrijver om te hoek. Het is om het even wie het meemaakt, maar het is niet om het even wie het vertelt. Van Essen weet de fragmenten van de levens van zijn personages zo intrigerend weer te geven, dat je echt wilt wat hen drijft en wat er gebeurt.

Zoals het echtpaar dat tijdelijk uit elkaar is en door een stomme toevalligheid weer bij elkaar op de bank belandt. Hij logeert bij zijn ouders om haar de ruimte en het huis te gunnen. Zij was zijn buurmeisje, en wanneer hij, net als vroeger, weer in de dakgoot van zijn oude jongenskamer klimt om in haar kamer te kunnen kijken, ziet hij haar daar staan. Ze ruimt een kledingkast in. Vermoedelijk logeert ze dus ook bij haar ouders, denk hij. Dan kan hij net zo goed terug naar hun gezamenlijke huis. Maar als hij voor de deur staat, komt zij net aanlopen en beschuldigt hem ervan haar te achtervolgen. Ze biecht uiteindelijk op dat ze het huis verhuurd heeft aan Amerikanen. En dan begint het te regenen en besluiten ze in hun eigen, verhuurde, huis te gaan schuilen. Samen op de bank voor de televisie.

Als iemand het zou vertellen, klinkt het absurd, maar het kan en is daardoor zo intrigerend. Het zijn eenzame types, vaak ook letterlijk alleen, maar ze hebben een doel en een bezigheid die hen op de been houdt.  De zinnen zijn helder en droog, zonder bombastisch taalgebruik of overdreven metaforen.  Soms lijkt het alsof Van Essen een eindshot in gedachten neemt en daarnaartoe schrijft. Een vreemde situatie die als je hem los leest ongeloofwaardig is, maar met het verhaal erbij volkomen logisch.
Een knappe bundel die je anders naar je medemens laat kijken.

maandag 1 april 2019

Congo Blues


Jonathan Robijn, Congo Blues, Uitgeverij Cossee, 2017

Morgan ontmoet op nieuwjaarsmorgen een vrouw, ineengedoken op straat, zonder jas, terwijl het sneeuwt. Hij spreekt haar aan, maar ze reageert niet. Haar laten zitten kan hij niet, dus neemt hij haar mee naar zijn kamer. En daar lijkt ze niet meer weg te gaan.

Beleefd als hij is, laat hij haar in zijn bed slapen, zelf gaat hij op de grond liggen. Er ontstaat een vreemdsoortig contact. Morgan verdient als pianist in cafés zijn geld, maar wat Simona doet, blijft onduidelijk. Zelfs wie ze is, blijft onduidelijk. Ze is geïnteresseerd in hem en wil dat hij haar vertelt over zijn kindertijd, zijn leven in Congo voor hij geadopteerd werd. 
Hij laat het over zich heen komen, gaat met haar op pad, ontmoet aparte figuren die belangrijk waren in haar leven en naar later blijkt ook in zijn leven.

Doordat zij in zijn bestaan is gekomen, komt ook zijn verleden langzaam bovendrijven en komt hij meer en meer over zichzelf te weten. Hoe toevallig was de ontmoeting op nieuwjaarsdag? Hoe haken heden en verleden in elkaar? Veel blijft onder de oppervlakte, maar Jonathan Robijn geeft net genoeg weg om de spanning subtiel op te bouwen en de lezer mee te voeren in de levens van deze twee jonge mensen die toch al een hele geschiedenis met zich meedragen.