Posts tonen met het label Spaanse literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spaanse literatuur. Alle posts tonen

maandag 25 september 2017

De verliefden

Javier Marias, De verliefden, Meulenhoff, 2012


Marías speelt een mooi spel met de lezer. De observaties van de hoofdpersoon, María Dolz, een vrouw van rond de veertig, werkzaam bij een uitgeverij, worden in lange zinnen, soms van een halve bladzijde, uit de doeken gedaan. Maar niet alleen wat zij ziet of meemaakt, dat zou in vijftig pagina’s verteld kunnen worden, of misschien wel minder, juist ook haar gedachtes en haar ideeën over de anderen, de mensen die een rol spelen in het verhaal. Zij bedenkt wat die anderen zouden kunnen denken en construeert op die manier de loop van de gebeurtenissen.

María Dolves ontbijt ieder morgen in hetzelfde café, min of meer op hetzelfde tijdstip. Aan een van de andere tafeltjes zit een echtpaar, een man en een vrouw die in haar ogen volmaakt gelukkig zijn. Terwijl ze hen observeert, vraagt ze zich af wat zij voor werk doen, waarover ze praten, en waarom het lijkt alsof ze elkaar net kennen, zo verliefd gaan ze met elkaar om en zo levendig en sprankelend zijn de gesprekken, niet alsof ze zojuist uit hetzelfde bed zijn opgestaan. Ook hun kinderen komen wel eens langs in het café.
Maar op een ochtend komt het echtpaar niet meer. Hun afwezigheid duurt langer dan een vakantie, Maria maakt zich ongerust. En dan blijkt dat de man vermoord is, door een parkeerwachter, die hem uit woede neerstak, omdat zijn dochters door de gelukkige echtgenoot in de prostitutie zouden zijn beland. Zo staat het in de krant, een kort artikel na de moord. En dat was het, het einde van de man, van het stel, van de verliefden.

María legt contact met Louisa, de weduwe, en gaat zo deel uitmaken van het verhaal. Ze observeert nog steeds, maar zit er ook midden in. De lezer wordt steeds verder meegesleept in de gedachtekronkels van María en komt langzaam met haar achter de waarheid.
Geen boek om snel uit te lezen, wel om je in te verliezen.

(Dit is een verkorte versie van een stuk dat eerder verscheen op www.athenaeum.nl)

maandag 21 december 2015

Alle mensen liegen

Alberto Manguel, Alle mensen liegen, De Geus, 2008

In Nijverdal, in een houten bak voor een soort Bruna, vond ik voor een paar euro Alle mensen liegen. Strak in plastic verpakt, tegen de dreigende donkere wolken. Een mooie uitgave met een intrigerende titel. Hoewel er thuis nog een stapeltje boeken te wachten lag, las ik dit boek eerst. De truc om vanuit verschillende personages een verhaal te vertellen wordt vaker gedaan. Maar in dit geval, waar het als thema onder andere over de waarheid gaat, is het natuurlijk een prachtig uitgangspunt. Het dictatoriale regime in Argentinië deed indertijd veel mensen naar Spanje vertrekken. Van beide kanten, de goeden uit angst en de slechten om de goeden in de gaten te houden. Ze vonden elkaar weer in Europa, keken de kat uit de boom, wisten soms met zekerheid dat de ander bij de tegenpartij hoorde, een verrader was. Maar klopte dat wel?
Een zelfmoord, tenminste, een noodlottig ongeval dat 
op een zelfmoord lijkt wordt ontrafeld door een Franse journalist. Hij laat het verhaal over Bevilacqua door drie mensen vertellen. Werd deze Argentijn achterna gezeten, moest hij vluchten, was hij in Spanje zijn leven niet zeker? Of bedroog hij de boel, manipuleerde hij zijn omgeving? En van wie is het boek dat op de avond van de dood van Bevilacqua gepresenteerd wordt? Is het zijn verhaal, of juist van de beul die hij in Argentinië in de gevangenis heeft leren kennen. Was het wel zijn beul?
De Franse journalist eindigt zijn boek met: ‘Ik heb besloten geen portret van Bevilacqua te schrijven. Minnaar, held, vriend, slachtoffer, verrader, apocrief auteur, onopzettelijk zelfmoordenaar en nog zo wat van die dingen meer: dat is veel voor één mens. Ik ken mijn beperkingen maar al te goed. En tegelijk heb ik het gevoel dat mijn personage , juist omdat ik me terugtrek en niet over hem schrijf, tot leven komt, dat het Bevilacqua is die zich manifesteert.’

Manguel spint een intrigerend web van leugens waarbij de lezer steeds zoekt naar het juiste draadje om de kern te bereiken. Maar aan het eind weet je het nog niet. Of toch wel? Een boek om over een aantal jaar nog eens te herlezen.

zaterdag 13 april 2013

De naam van een torero


Luis Sepúlveda, De naam van een torero, Meulenhoff, 1995.
     

Twee mannen moeten op zoek naar een gestolen schat uit de WO II, de een voor een verzekeringsinstelling, de ander voor een ex-nazi die de gouden munten terug wil. De mannen waren beide guerrillastrijders en zijn aan elkaar gewaagd. Twee Duitse soldaten hadden de gouden munten gestolen in 1941, een van hen vluchtte ermee naar Vuurland, de ander kon Duitsland niet meer uit en is inmiddels dood. Hij heeft nooit kunnen profiteren van de rijkdom die in het verschiet lag.
Het lijkt een spannende jongensroman of een script van een goedkope B-film. Maar het is eerder een geëngageerd verhaal, waar fout en goed door elkaar heen lopen. Het regime van Pinochet, de socialistische en communistische ideologieën waardoor Latijns Amerika in verschillende burgeroorlogen verstrikt raakte, racisme in de jaren negentig in Duitsland, het komt in deze relatief dunne roman allemaal aan de orde. Sepúveda’s stijl leest snel en boeit, hij doseert de informatie op de juiste manier. Het thrillerachtige aspect voert hier en daar de boventoon, zeker bij het plot en het is wat ongeloofwaardig dat iedereen in het boek de naam van de stierenvechter van Hemingway kent, maar dat maakte het boek niet minder boeiend.  

dinsdag 2 april 2013

Herinnering aan mijn droeve hoeren


Gabriël García Marquez, Herinnering aan mijn droeve hoeren, Meulenhoff, 2004.

Iemand die tevergeefs wacht; het trage verstrijken van de dag; een diep gewortelde hang naar het verleden; het verlangen naar iets onbereikbaars, dit zijn beelden die me te binnen schieten als ik aan Gabriel García Márquez denk. Ze zijn in ieder geval van toepassing op de boeken die ik van hem gelezen heb en gelden gelukkig ook weer op zijn roman Herinnering aan mijn droeve hoeren.
Een man doet zichzelf voor zijn negentigste verjaardag een apart cadeau: een passievolle nacht met een hoer, een jong maagdelijk meisje. Een bordeelhoudster die hem van vroeg goed kent, kan dit regelen. Alleen, wanneer hij aankomt, slaapt het meisje en wil hij haar niet wekken. Dat gebeurt niet de eerste nacht, maar de tweede en de derde nacht ook. Hij is bij haar terwijl het meisje het niet beseft. Hij wacht, hij hoopt en hij berust en ondertussen komen zijn herinneringen boven aan het leven dat achter hem ligt en zijn gedachten aan de naderende dood. 
Het lezen van Mijn droeve hoeren deed me verlangen naar Honderd jaar eenzaamheid, maar ik weet dat als ik dat weer uit heb, ik De kolonel krijgt nooit post weer wil lezen, en daarna Over liefde en andere duivels, enzovoort. Was dit boek maar wat dikker geweest, dan had ik er langer van kunnen genieten.