Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

dinsdag 17 mei 2022

Ik dans me weer bijeen



Jo Govaerts - Ik dans me weer bijeen, Davidsfonds, 2021 


Jo Govaert debuteerde op haar 15 met de indrukwekkende bundel Hanne Ton. Ze werd alom geprezen en trad daarmee toe tot het literaire wereldje waar ze vanuit haar jeugdige onbevangenheid naar kon kijken. Daarna verschenen nog drie bundels, die nu samen met de eerste in deze verzamelbundel op de markt zijn gekomen, aangevuld met een aantal nieuwe gedichten. In het voorwoord schetst Maud Vanhauwaert de groei van Govaerts als dichteres. Achter in de bundel staat een vraaggesprek tussen Toon Horsten en Govaerts waarin ook dieper ingegaan wordt op hoe ze in aanraking kwam met literatuur en bijvoorbeeld de Poolse poëzie van Szymborska, die ze vertaald heeft.

De poëzie van Govaerts is toegankelijk en bescheiden. Ze tast de wereld om zich heen af in eenvoudige en daardoor herkenbare bewoordingen, maar waaronder vaak een diepere ontginning van het leven zit. 'Ik zie wat ik niet/zeggen kan en niet verzwijgen' Juist dat dilemma of beter nog die driesprong tussen kijken, niet kunnen zeggen en wel moeten uitspreken, tekent de gedichten. 'als ik de tijd/had zou ik diep nadenken /over de tijd (...).

maandag 14 juni 2021

Taalkunstenaars

Stef Bos, Taalkunstenaars, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2020.

In de serie Taalkunstenaars van uitgeverij Nieuw Amsterdam een bundel met songteksten van Stef Bos. Enigszins thematisch gerangschikt licht Stef Bos zijn werkwijze toe. Hij pleit voor het Nederlands als liedtaal, juist omdat er veel medeklinkers in zitten en je zo de taal 'op de rotsen kunt laten slaan.' Als leermeesters had hij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud en hij laat zich inspireren door Franse chansonniers, zoals Leo Ferré. Doordat hij zijn opleiding in Antwerpen volgde en in België woont en daarnaast veel in Zuid-Afrika is, liggen sommige liedteksten op het snijpunt van deze Vlaams, Nederlands en Afrikaans.

In de bundel is een groot aantal liedteksten opgenomen, in veel gevallen heldere poëzie, maar als je de muziek erbij hoort, krijgen de teksten meer kleur en diepgang. Het fantastische ‘Ik bestond, Ik besta’ performt Stef Bos met het charisma van Jacques Brel. Achterin staat een Spotify-code.
In het voorwoord merkt Ali B terecht op dat we Stef Bos nodig hebben, ‘want zolang niemand in Nederland betere zinnen schrijft, heeft hij hier een verantwoordelijkheid.’

donderdag 31 december 2020

Wie was ik

 Alfred Schaffer, Wie was ik, De Bezige Bij,


Alfred Schaffer debuteerde in 2000 en won diverse prijzen, zoals recent de P. C. Hooftprijs. Hij woont en werkt in Zuid-Afrika. Zoals er verschillende culturen aan bod komen in de budel, zo varieert hij ook met teksten: gedichten in allerlei vormen, e-mailberichten, prozafragmenten (die evengoed als gedicht te lezen zijn). In een opsomming bestaande uit honderd regels, getiteld 'Wie was ik' schetst hij het beeld van een vrouw (zijn Arubaanse moeder?) die getekend door het leven ging, maar toch de moed erin hield: ‘ik was de kwetsende spreekkoren zat / ik was de kleine stilte van mijn pasfoto'.

Soms zijn de titels al korte gedichten: ‘Ik besta uit meerdere helften één helft ken ik nog van vroeger weer een ander zit vol raars’.

Hij blijft dichtbij zichzelf, vertelt zijn verhaal en dat van zijn moeder, maar tegelijkertijd zijn het universele vragen en gedachten die aan de orde komen. Hij spreekt te lezer aan, laat hem zien wat belangrijk is of zou moeten zijn. Schaffer beziet het leven van verschillende kanten, reflecteert, fantaseert, droomt en laat dit met zijn veelzijdige taalgebruik ook de lezer doen.

zaterdag 21 september 2019

Serendipity


Paul Claes, Serendipity, De dichterlijke detective, PoëzieCentrum, 2019.

Een verzameling bonte en boeiende leesobservaties die dichter en literatuurkenner Paul Claes de afgelopen jaren maakte. Een deel van deze notities is eerder verschenen in C. Honderd notities van een alleslezer (Amsterdam, De Bezige Bij 2011) waarbij het vooral om proza ging.

Deze bundel staat vol intelligente ontdekkingen in de taal die per toeval gedaan zijn, of in ieder geval was Claes er niet bewust naar op zoek. In de inleiding wordt deze manier van ontdekken, serendipiteit, toegelicht. Daarna zweeft de auteur langs een aantal aspecten van de poëzie in de breedste zin van het woord: dichters, gedichten, contrarijm, anagrammen, de canon, de tijd, etc. 


Zo is er een stukje over het kortste gedicht ooit, 'O', door Paul Claes zelf verzonnen, tot hij ontdekte dat Goethe hem te vlug af was geweest: 'Al in 1814 opperde hij schertsend de mogelijkheid een gedicht te maken dat niet meer zou zijn dan een uitroepteken: !. Als we daarvan het verticale streepje afhalen, krijgen we het allerkortste gedicht: .'

Ook vermakelijk zijn enkele notities over de ontregelende werking van poëzie, Tegen Ontregeling:
'hier is ontregelen de huisregel' (Lucebert)
'We worden ontregeld en horen een taal die wij nog nooit eerder hebben gehoord' (Ilja Leonard Pfeijffer)
'Gevaarlijke poëzie - werkelijk ontregelende poëzie bestaat niet (Menno Wigman)

Bij sommige aspecten staat slechts één gedachte of citaat, maar ook daar maar meer 'vondsten' staan, blijft bij het kort aanstippen van een bepaald onderwerp. Het gaat om het laagje onder een gedicht of juist erboven.
Een interessante bundel die de lezer ertoe aanzet zelf ook op zoek te gaan naar deze toevallige en interessante observaties.

vrijdag 24 mei 2019

De mond van de waarheid


Erik Bindervoet, De mond van de waarheid, Uitgeverij De Harmonie, 2013.

Ontnuchterende gedichten van Erik Bindervoet. Grappig, uit het leven gegrepen, maar vaak met een trieste ondertoon. Zoals wanneer een vader begraven moet worden in een Sinterklaaspak, alleen is de kist van Ikea te klein. De zoon wil het niet en zijn naam wordt van de rouwkaart geschrapt.  -‘Ach, lach erom, zei mijn moeder, / maar dat kon ik niet.Het ontnuchterende zit hem vaak in de laatste regels, een onwerkelijke situatie komt bovendrijven uit een op het eerste gezicht alledaagse situatie. Zoals de man die denkt tegen zijn aan vrouw in bed te kruipen, maar daar ligt de moordenaar van zijn vrouw en kinderen.
Het is niet wat het is, lijkt Bindervoet te willen zeggen. Of hij laat de wereld net van een andere kant zien. Het verschil tussen een kapper en een wetenschapper is miniem, want er zijn ook mensen die helemaal niets te doen hebben. Toegankelijke poëzie die bij het herlezen niets aan kracht verliest. En gelukkig kon ik er ook nog om lachen.

vrijdag 17 mei 2019

Het uur van de pad


Liesbeth Lagemaat, Het uur van de pad, Wereldbibliotheek, 2012

Liesbeth Lagemaat ontving in 2005 de C. Buddingh'-Prijs voor haar eerste bundel. In deze vierde bundel speelt de pad een belangrijke rol. Zoals in het openingsgedicht waarin ze de pad probeert te definiëren, moet hij gekust worden zoals de kikker? Nee, 'De pad zingt een lelijk lied./Hij is afschuwelijk'. In soms uitvoerige, dan weer kleine prozagedichten schrijft ze over de natuur, het kind, de tijd, moeder, de ander, ik. Met mooie beeldspraak: 'Je stem van losse draden' waar in dit geval helaas een cliché op volgt: 'Klanken liggen verward op de mist.'

Het tempo ligt hoog, er wordt veel gezegd in één gedicht, met af toe indringende plastische beelden die met zintuigen of het lichaam te maken hebben en daardoor doen denken aan Leo Vroman.

‘Wat in de middag stoort. Het vel aanvreet. Scherp als het zout de lucht.’

De pagina’s zijn niet in nummers opgedeeld maar in minuten (van nulstse tot tachtigste). En onderaan elke bladzijde staat een zin of regel, die tezamen een lang gedicht lijken te vormen, ook weer over de pad (de pad heeft zich vergist). Boeiende bundel met veelzijdige poëzie.

vrijdag 29 maart 2019

Judith Herzberg en Chr. J. van Geel, Brieven 1962-1974


Judith Herzberg en Chr. J. van Geel, Brieven 1962-1974, Bas Lubberhuizen, 2018.

Een briefwisseling tussen twee dichters kan niets anders zijn dan een spel van taal en emoties. Een van Nederlands bekendste dichteressen, Judith Herzberg (1934) heeft jarenlang gecorrespondeerd met dichter Chr. J. van Geel (1917-1974). Ze geven commentaar op elkaars gedichten, veelal waardering en bewondering, maar gaan ook in op elkaars publicaties, artikelen en laten wederzijdse vrienden de revue passeren. Beiden publiceerden in verschillende tijdschriften, zoals Tirade, Vrij Nederland en Maatstaf.
In een groot aantal brieven komen dichtregels voor, van de ander voorzien van positief commentaar, een correctie of suggestie, van henzelf, om te delen of ter illustratie. Ze liggen duidelijk op één lijn en voelen elkaars werk goed aan.
De correspondentie leest als een uitgesmeerd gesprek tussen twee goede vrienden, de lezer krijgt een intiem inkijkje in de dichtersgeest, het wel en wee van het dichten, nog in de tijd dat de vluchtige communicatie via sociale media niet bestond en men de tijd nam om rustig op elkaar te reageren. 


dinsdag 15 mei 2018

Nieuw Eiland


Sander Meij, Nieuw Eiland, Nieuw Amsterdam, 2015.

Korte, veelal vormvaste gedichten waarin vooral de cadans van de woorden het ritme van de zinnen bepaalt. Rijm ontbreekt. Het zijn gedachten, observaties, bedenkingen bij de wereld waar de dichter zich een weg in zoekt. De ik weet niet zo goed wat hij moet, waar hij is, wie hij wil zijn. Kennen, herkennen, gezichten, een spiegel, het zijn begrippen waarmee de dichter zichzelf en zijn omgeving bekijkt. Hij is op weg, soms in gedachten, soms daadwerkelijk: 'van de week nog dacht ik: ik moet hier weg / de trein naar Rotterdam gepakt / het lag er weer bij als verwacht / ik wandelde en jankte wat.

Hoewel het moeilijk is de werkelijkheid in woorden te vangen, lukt het dichter met mooie regels die het waard zijn over te lezen. Ook om ze beter tot je door te laten dringen, ook omdat ze vaak treffend zijn: woorden lossen woorden af / waar het om gaat ligt ertussen / alles is mogelijk in dit wantij. Een treffende debuutbundel.

dinsdag 8 mei 2018

Wijk


Jonathan Griffioen, Wijk, Lebowski, 2017.

In Wijk wordt aan de hand van een aantal treffende gedichten het nabije verleden geschetst. De lezer krijgt in een soort stream of consciousness de gedachten van de ik-persoon voorgeschoteld. Deze ik observeert, reflecteert, herinnert zich en voert korte dialogen met de mensen om hem heen. De gedichten zijn opgedeeld in hoofdstukken die samen een eenheid vormen en een verhaal vertellen. Zoals in 'Paul is dood', waarin in zeven gedichten de rode draad gevormd wordt door tijd, karnemelk en oom Herman, die er niet van houdt om op verjaardagen in kringetjes te zitten. De ik rookt onder de afzuigkap 'zodat moeder en vader/geen kanker krijgen/maar de gezwellen/in het rooster groeien.

De poëzie is niet altijd even toegankelijk, het is immers lastig de gedachten van de ander te volgen zonder er zelf invloed op te hebben, maar soms ook schetsen ze treffende beelden en herkenbare observaties. Grappig, met een melancholische ondertoon, zoals de 40.000 jaar oude grottekeningen die in de Kaapse bossen nabij Maarn gevonden worden waar een God staat afgebeeld met de 'Zijn handen in Zijn haar.'

maandag 2 oktober 2017

Tien charmes

Paul Valéry, Tien charmes, Uitgeverij Vleugels, 2016.

Prachtige en kleine maar krachtige bundel met 10 gedichten van de Franse symbolist Paul Valéry. Ze komen uit een bundel uit 1922 met 22 gedichten, met de gelijknamige titel Charmes.

De verleider

Bochten, kronkelingen
Leugenaarsgeheim.
Kan er zoeter dwingen

Dat dit dralen zijn?
(...)

Een treffend beeld in soepel ritme van een verleider die in de rest van het gedicht vanuit zichzelf schrijft en aangeeft hoe gemeen hij is.

Bij het vertalen van poëzie ontstaat in veel gevallen een nieuw gedicht. Zo is de klank van woorden bij Valéry nauw verweven met de beelden en hoewel vertaler Paul Claes aangeeft dat het lastig is dat altijd consequent na te volgen, is het hem goed gelukt dicht bij de cadans en klanken van Valéry te blijven.

Claes geeft aan dat het niet om een strijd gaat de poëzie in vertaling te evenaren, maar om een spel. Hij is er meer dan vijftig jaar geleden mee begonnen en de bundel bevat dan ook een onvoltooid streven naar de volmaakte versie. 
Zoals de andere publicaties van uitgeverij Vleugels is dit een charmant kleinood in het tumultueuze geweld van de wereld.

maandag 5 december 2016

In de spiegel

Guus Luijters, In de spiegel, Nieuw Amsterdam, 2015

Deze bundel bevat treffende herinneringen van de dichter aan zijn puberteit. Opgroeiend tussen jazz, verliefdheid, twijfels en verlangens. Het zijn herinneringen aan school (de datum die je op het bord/ moest schrijven als de Franse/ les begon), aan het gezin thuis, aan eerste liefdes, aan vakanties in Carnet-Plage. De gedichten hebben een vaste vorm, steeds 15 regels van korte zinnen die soms doorlopen, soms op zichzelf staan. De interpunctie ontbreekt, het eerste woord van de eerste zin heeft wel een hoofdletter.

Zo zou je ook de inhoud kunnen weergeven: er is een duidelijk begin van een herinnering of beeld, maar vervolgens vloeit alles in elkaar over. 's Morgens vroeg naar zee gelift/voor een lange dag met veel/gestolen drank en loom gevrij/in de schemer terug de maan/al in de lucht en de afspraak/(...).
Luijters schrijft als het ware langgerekte haiku's waarin mooie observaties worden gekoppeld aan diepzinnige gedachten. Intrigerende bundel die tevens een mooi tijdsbeeld geeft van het eind van de jaren vijftig.

zondag 17 maart 2013

God en Godin


Leo Vroman, God en Godin, Querido, 1967.

Wat is een goed gedicht? Moet het een kloppend rijmschema hebben, bol staan van de metaforen, niet te lang en niet te kort zijn, hermetisch, associatief? Ik geef toe dat ik het niet weet, maar ik weet wel wat ik mooie poëzie vind. God en Godin van Leo Vroman bijvoorbeeld. Vierenzestig pagina’s (ongeveer 2000 regels) vol boeiende en Vromannaains taalgebruik:

Stapvoets op eigen schaduw
zag hij zich zigzag klimmen
en gruis, gruis gruisvoets
onder zijn neerkijkend hoofd
voorbijgaan, grijnzend van het hijgen
ijlde de adem al uit zijn bijna
naar slapte snakkende de mond

God was in het kille noordelijke Calvinistische landschap geboren en strak in een keurslijf opgevoed. Godin komt uit het Zuiden, naakt en zonder schaamte, één met de natuur. God  ontsnapt en trekt naar het Zuiden waar hij Godin ontmoet. Ze leven paradijselijk als Adam en Eva. Als God over zijn thuisland vertelt, wil Godin erheen, zij wil de mensen daar losmaken, vrijmaken van de bekrompenheid en bedektheid. Zelfs al moet ze ‘kleren dragen en ruiken hoe tegen de nacht de geur van je zweet bederft in zieke wol zonder vel’. Ze gaan op weg. Godin dreigt het echter niet te redden in het koude Noorden, ze ‘bleef doorgaan met plaatselijk verbleken.’ Toch overwint de warmte en het licht dat letterlijk in haar schuilt, juist als ze in het ziekenhuis ligt om onderzocht te worden:

De machines kwamen tot stilstand
Er was geen geluid
Godin keek om zich heen en
op trillende benen
gehoorzaamden zij.
De stralen waren totaal verblindend
en zo wellustverwekkend
dat alle aanwezigen
zichzelf ontdekkend
zich ontkleedden.

Ik zou graag nog meer willen citeren om ook de taalgrapjes en zelfkritiek van Vroman te illustreren, maar als je het zelf leest, komt het pas echt over zoals Vroman het bedoeld heeft. De woorden, het ritme en het verhaal maken God en Godin tot een schitterend gedicht dat iedere poëzieliefhebber zou moeten lezen.

woensdag 6 maart 2013

Gesloten circuit


Gerrit Komrij, Gesloten circuit, De Arbeiderspers, 1982.

Gerrit Komrij, de grote roerganger, polemist, criticus van alle facetten van de cultuur, dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer. Het is moeilijk te zeggen waar hij het beste in was of in welke hoedanigheid hij over honderd jaar geciteerd zal worden.
Als dichter en polemist vind ik hem het sterkst, en aangezien zijn polemieken voor het grootste deel tijdgebonden zijn, gok ik op zijn dichterschap.
Hij schrijft geen diepzinnige of moeilijk te doorgronden poëzie, maar vakwerk is het wel. Rijm en metrum kloppen en hij gebruikt mooie metaforen. De beelden zijn eenduidig, maar treffend. Zoals in het eerste couplet van ‘Het onzichtbare labyrint’
            Er is geen vrijheid in de zandwoestijn,
            Al staan er nergens hekken, nergens palen.
            Het is maar beter  - als je vrij wilt zijn -
            Om sierlijk door een labyrint te dwalen.
Ook de andere gedichten uit Gesloten circuit, sommige sonnetten met een echte chute, andere opgebouwd uit kwatrijnen met een vast rijmschema, lezen lekker, je deint mee op de jambe’s en trocheén, en wordt naar het eindrijm toe gezogen. Maar is vakwerk inderdaad genoeg om groot te blijven?
Voor in de uitgave van Gesloten circuit die ik enige tijd geleden aanschafte, heeft de vorige eigenaar geschreven:
4 mei 1985
36 gedichten voor
f. 25,50; per gedicht:
f 0,71; voor een kroket
betaal je meer.
Komrij kan altijd nog de toekomst in als de dichter wiens gedichten goedkoper waren dan een tussendoortje uit de muur.