Posts tonen met het label Franse literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Franse literatuur. Alle posts tonen

zondag 4 september 2022

De sneeuwpanter

 Sylvain Tesson - De sneeuwpanter, De Arbeiderspers, 2021.

De sneeuwpanter van de Franse schrijver Sylvain Tesson is zo’n boek waarvan je tijdens het lezen al weet dat je het nog eens gaat lezen. Omdat het belangrijk is. En mooi geschreven. Een spannend reisverslag verweven met een wereldbeeld waar je misschien niet blij van wordt, maar waar je niet onderuit kunt. Met drie reisgenoten vertrekt Tesson naar Tibet om in de Himalaya de laatste sneeuwpanters te spotten. De leegte en grootsheid van het landschap en de kwetsbaarheid van de natuur laten hem inzien hoe zeer de mens de baas speelt op aarde, terwijl diezelfde mens in het licht van de evolutie vrij weinig voorstelt.


Tesson, reiziger, filosoof en bovenal avonturier, woont in Parijs om de hoek van de Notre Dame maar is het liefst op pad. Hij heeft een duidelijke afkeer van de menselijke onhebbelijkheid om via allerhande schermpjes de wereld binnen te halen, waardoor iedere levensdrift verdwijnt. ‘Sinds de cyberrevolutie keken we alleen nog maar naar bewegende beelden, maar zelf bewogen we niet meer.’

De schrijver legt alles vast met woorden. In prachtige en rijke volzinnen beschrijft hij de kou en de ontberingen, maar ook de schoonheid van de lege dalen en berghellingen. Tussen zijn observaties door citeert hij even makkelijk uit bekende en minder bekende literatuur als uit de Tao Te Ching.

‘Kan jouw ziel de eenheid omvatten?’ stond er in het tiende hoofdstuk van de Tao Te Ching. Die vraag was een probaat slaapmiddel. Ik vroeg me het voortdurend af sinds we dieren tegenkwamen.’

De humor overschaduwt de serieuze boodschap allerminst. Ook zonder in de Himalaya op zoek te zijn naar de bijna onzichtbare sneeuwpanter, zou je ervan doordrongen moeten zijn dat het niet al te best gesteld is met de wereld in het algemeen en de natuur in het bijzonder. Zijn boek is urgent. Groots en urgent.

zondag 28 augustus 2022

Op het water

Guy de Maupassant - Op het water, uitgeverij Vleugels, 2021.

De roman Op het water, voor het eerst verschenen in 1888, staat bol van rake en vermakelijke observaties over de mensheid. Hester Tollenaar heeft naast de zeer prettige vertaling ook het nawoord verzorgd.  

De hoofdpersoon in het dagboekachtige verhaal vaart langs de zuidkust van Frankrijk. Op de dag van vertrek, het is dan 6 april, wordt de ik-persoon door zijn scheepsbaas gewekt om aan boord te gaan. De wind is aflandig en dat is gunstig. ‘De Bel-Ami was klaar voor vertrek.’ Dat hij zijn boot ‘goede vriend’ genoemd heeft, is veelzeggend. Hij heeft het niet zo op mensen, behalve dan zijn twee matrozen. Hij gaat eenzaam door het leven en net zoals de boot langs de kust scheert, zo staat hij enigszins afzijdig van de maatschappij.

Het is vermakelijk om te lezen dat de observaties en gedachtes die zijn scherpe pen aan het licht brengt nog steeds actueel zijn. De beschrijvingen van de mensen, de villa’s en de straten geven een mooi tijdsbeeld van de belle époque, maar de thema’s die hij aansnijdt zijn universeel. Hij steekt niet onder stoelen of banken wat hij van zijn medemens vindt. Een enorme spiegel houdt De Maupassant de lezer voor, de glimlach die de beschrijvingen oproepen is daarom soms wat wrang: heeft hij het ook niet over mij, of alleen over ‘die ander’?

De mens wordt van alle kanten onder de loep genomen en tegelijkertijd voel je de zwakte en de gevoeligheid van de schipper die zijn best doet zijn eigen koers te blijven volgen en zich niet te laten afleiden door de vooroordelen, hypocrisie en kortzichtigheid die constant op de loer liggen. Zaken die niet alleen toen speelden.

vrijdag 24 december 2021

Mijn koningin



Jean Baptiste Andrea - Mijn koningin, Uitgeverij Oevers, 2018.

Het is knap hoe Jean-Baptiste Andrea erin is geslaagd in zijn debuut Mijn koningin een geloofwaardig verhaal te vertellen door de ogen van een kind van een jaar of twaalf. Een kind dat niet mee kan komen met andere kinderen van zijn leeftijd, dat verstandelijk anders functioneert.

Hij wordt Shell genoemd, omdat hij altijd in een geel Shell-jasje de benzinepomp bedient van zijn ouders. Als enig kind in een afgelegen gebied in de Provence bestaat zijn wereldje uit niet meer dan het doorgaans stille pompstation, zijn weinig meelevende ouders en de berg achter het benzinestation. Hij gaat niet meer naar school, omdat hij werd gepest en weinig aansluiting met de andere kinderen had.
Toch legt hij zich niet neer bij zijn situatie. Hij vermoedt dat er in de bergen een oorlog woedt en hij neemt het besluit om te gaan helpen. Zonder zijn ouders in te lichten pakt hij zijn rugzak, het geweer van zijn vader en in alle vroegte beklimt hij de berg achter het huis om te gaan strijden.

En hoewel je aanvoelt dat dit niet goed kan gaan, heb je geen idee hoe deze jongen het gaat redden, zo alleen zonder eten en onderdak in de bergen. Keert hij terug naar huis of houdt hij vol en trekt hij verder, een desillusie tegemoet?

De schrijver toont de lezer een wereld die hem zeer waarschijnlijk vreemd is. De jaren zestig in een verafgelegen streek, maar vooral de wereld van een jongen die afwijkt van de norm. De stijl sluit naadloos aan bij de manier van denken en communiceren van de hoofdpersoon: weinig dialogen en eenvoudig taalgebruik om zijn gedachten en belevenissen weer te geven.

vrijdag 17 december 2021

Trotse bedelaars

Albert Cossery - Trotse bedelaars, uitgeverij Jurgen Maas, 2021.

Deze vierde roman van de Franse schrijver Albert Cossery (1913-2008) verscheen in 1955 en werd voor het eerste vertaald in 1987. Uitgeverij Jurgen Maas heeft nu een geactualiseerde vertaling op de markt gebracht.

Cossery is een meesterlijk verteller, in deze roman volgt hij verschillende figuren die aan de rafelranden van maatschappij de eindjes aan elkaar proberen te knopen. Ze drinken thee in theehuizen, dwalen door de stad, slapen in armoedige kamers op kranten en een bordeelbezoek hoort er ook af en toe bij. Hoewel het leven uitzichtloos is, is het verre van gecompliceerd en stralen deze bedelaars een soort innerlijke trots uit. Toch gebeurt er iets wat de levens van de drie hoofdpersonen en vrienden in de war schopt: de aan lager wal geraakte intellectueel Gohar vermoordt in een vlaag van verstandsverbijstering een jonge prostituee. Een bazige politieagent moet de moord oplossen en mengt zich zo in het leven van drie armoedzaaiers.

Cossery’s levendige beschrijvingen en komische dialogen maken de tragiek voelbaar en verre van zwaar. Mooi dat deze roman weer aandacht krijgt.

maandag 6 september 2021

De clandestienen

Youssouf Amine Elalamy - De clandestienen. Nijgh & van Ditmar, 2010 

Door de ogen en met de stemmen van bootvluchtelingen worden in korte, fragmentarische hoofdstukken hun levens blootgelegd, en de redenen van hun vertrek. Het verhalende en vaak poëtische taalgebruik roept direct duidelijke beelden op, die daardoor des te meer indruk maken. Zoals wanneer Chama drijvend op een stuk hout midden op zee dobbert:

‘Maar het doet er allemaal niet meer toe, nu ligt er een eeuwigheid voor mij. Een eeuwigheid min één dag als het me lukt om deze plank nog een paar uur vast te houden en meester te blijven over de kou die in mijn benen bijt, de honger die in mijn ingewanden brandt en het schuim dat aan mijn lippen vreet.’

Maar ook de achterblijvers worden gehoord. Zoals de moeder van Louafi, die niet wil geloven dat haar zoon dood is. Met de kleinst mogelijke stapjes begeeft ze zich naar het strand, om het moment van de waarheid uit te stellen, om het leven te rekken waarin zij nog samen is met haar zoon en hij in haar ogen nog niet is overleden.

‘Het waren stappen waarvan je zegt “zo klein waren ze” waarbij het “zo” past in de lege ruimte tussen je duim en wijsvinger; u bevindt zich in een boek, niet in een leven of in een film; wilt u zo vriendelijk zijn genoegen te nemen met woorden; “klein” is het enige woord dat er is om het mee uit te drukken, maar zelfs dat is al te groot om haar passen te beschrijven.’

Het is intrigerend hoe Elalamy hier het verhaal nog indringender weet te maken. Indringender dan de beelden van een film. Hij doet een beroep op het voorstellingsvermogen van de lezer, vraagt de lezer pas op de plaats te maken en niet zomaar zijn eigen betekenis aan het woord ‘klein’ te geven. Nee, het gaat om het ‘klein’ dat Elalamy voor ogen heeft. Tenslotte is er eerst het woord, dat van de schrijver, en pas dan het beeld, dat van de lezer.

De zinnen zijn soms traag, herhalen zichzelf, als de golven van de zee. Dan weer vluchtig om het gerucht te verspreiden over de doden op het strand. Elalamy speelt met de taal, hij schept beelden die je je eigenlijk niet wilt voorstellen. Van lijken op het strand, als dode vissen, met hun verminkte lichamen waar slierten zeewier overheen liggen. En dan sluit hij het doek en laat hij de lezer ontdaan achter: ‘En als er geen muziek en tromgeroffel bij klinkt, en er geen scherm is en geen kaartjes zijn, dan is dat omdat je over die verdronken mensen op het strand kunt zeggen wat je wilt, maar niet dat het maar een film is.’

(eerder verschenen op Athenaeum.nl)

zaterdag 28 augustus 2021

Ik ben niet de enige die alleen is

Jean-Louise Fournier - Ik ben niet de enige die alleen is. Uitgeverij De Geus, 2021

Jean-Louise Fournier (1938) blikt in deze roman terug op zijn leven en staat stil bij het alleen zijn. Op luchtige toon laat hij zien dat het hem zwaar valt niet meer gebeld of uitgenodigd te worden. Claire, een vrouw van het gemeentehuis, is de enige die langskomt, maar dat is haar werk, ze moet eenzame ouderen bezoeken. Ze gaan samen naar musea en hij is blij met haar aandacht maar vindt het ook tragisch dat hij alleen op die manier aanspraak heeft.

De hoofdstukken bestaan uit korte observaties, gebeurtenissen, overdenkingen en herinneringen aan zijn vrouw of aan toen hij kind was (en ook al eenzaamheid kende).

'Die 23e januari 2019, internationale dag van de eenzaamheid, besefte in dat ik niet alleen op de wereld was. Een feestelijke avond die hoofdzakelijk bestond uit monologen en sonates voor solo-instrumenten besloot het evenement.'

Op een grappige maar evenzeer indringende wijze snijdt Fournier een groot maatschappelijk probleem aan: eenzaamheid onder ouderen in een steeds snellere en individuelere wereld.

maandag 28 juni 2021

De voyeur

Christophe Boltanski – De voyeur. Vertaald door Prescilla van Zoest, Uitgeverij Cossee

Boltanski, de verteller in het verhaal, komt er bij het overlijden van zijn moeder achter dat zij aan een manuscript werkte. Hij vindt een aantal schriften en begint deze te lezen, over een voyeur die allerlei mensen volgde. Studenten die in rokerige cafés bij elkaar kropen om duistere zaken te bespreken, maar ook figuren die onder moeten duiken om uit handen van de politie te blijven. De troosteloosheid van de laatste jaren van het leven van zijn moeder staan in schril contrast met de spanning in het gevonden verhaal.

Afwisselende geeft hij delen uit het manuscript weer en haalt hij herinneringen op aan zijn moeder. Het leven in de stad, haar wisselende banen, de verschillende adressen waar ze woonde, de aparte relatie die zij met haar zoon had. Langzaamaan plaatst ze zichzelf naast de maatschappij en komt, als ze uiteindelijk geen werk meer heeft, nauwelijks nog buiten. Ze lijkt mensenschuw en sluit zich op in haar appartement waar ze niets weggooit, maar alles om haar matrasje op de grond in de woonkamer verzameld (kranten, post, lege flessen) als een soort barricade tegen de boze buitenwereld.

Boltanski weet op vernuftige wijze het verhaal van zijn moeder en haar manuscript met elkaar te verweven en laat de lezer op een spannende en tegelijk ‘modianeske’ wijze kennismaken met die donkere jaren van de FNL. Door hem wordt de lezer ook even een voyeur die langzaam meer en meer ziet en met de verteller doorkrijgt wat er waarschijnlijk gebeurd is.

Op de kaft staat een treffende foto uit de privécollectie van de uitgeefster. Alsof zij voorvoelde dat het ooit precies zijn passen bij een uit te geven boek.

(eerder verschenen op Tzum.info)


maandag 7 juni 2021

De onzorgvuldig geketende Prometheus

André Gide, De onzorgvuldig geketende Prometheus, vertaald door Hannie Vermeer-Pardoen, Uitgeverij Vleugels, 2019.


De mythe van Prometheus is bekend, hij stal het vuur van de goden en gaf dat door aan de mensen. Daarvoor wordt hij gestraft en vastgeketend aan een rots in de Kaukasus, elke avond komt een arend zijn van zijn lever eten, die overdag weer aangroeit. Maar wat als diezelfde Prometheus ineens over een boulevard in Parijs loopt, en nog iets specifieker, over de boulevard die de kerk de Madeleine
 verbindt met Opéra Garnier. Hij heeft zich kunnen losmaken uit te ketenen aan de rots en besluit om zijn benen te strekken in Parijs. Aan een tafeltje in een restaurant raakt hij in gesprek met een ober.

Later zal Prometheus in een zaaltje een publiek toespreken en vertellen over zijn arend en dat iedereen zijn eigen arend heeft. Als je je arend niet voedt, dan wordt hij grauw. Je moet van je arend houden, hij is immers je hartstocht, je deugd, je zonde, je schuld. Maar als het slecht gaat met je arend, wordt hij je geweten en ga je eraan ten onder.

Het is een vermakelijk verhaal, dat aanzet tot nadenken. Aan de ene kant wordt het klein gehouden, in verschillende etablissementen in Parijs en ook op straat: een alledaags decor; maar aan de andere kant zijn de personages grote mythologische figuren die met hun namen bekende ideeën en gebeurtenissen oproepen. 

(eerder gepubliceerd op Tzum.info)

maandag 22 maart 2021

Trilogie van een beginnend schrijverschap

Patrick Modiano, Trilogie van een beginnend schrijverschap, Querido, 2017

De boeken van Patrick Modiano, winnaar van de Nobelprijs in 2014, gaan vrijwel unaniem over een melancholische zoektocht naar het verleden. Toch weet hij de lezer steeds weer te verrassen door de herinneringen die de hoofdpersoon een bepaalde kant op sturen. In deze trilogie speelt Parijs en het verleden een grote rol. 

Zo gaat de hoofdpersoon in Hondenlente op zoek naar ene Jansen, een fotograaf, die na een kortstondig contact met de ik dertig jaar geleden plotseling verdwenen is. Leeft Jansen nog, waarom is hij toen vertrokken, waarom komen die herinneringen nu boven? 
In Bloemen en Puin zijn ook dertig jaar verstreken tussen een gebeurtenis, deze keer een zelfmoord, en het oprakelen van herinneringen daaraan door de verteller. 
In Verdaagd verdriet haalt de verteller herinneringen op aan zijn jeugd, toen hij en zijn broertje werden opgevoed door een aantal intrigerende vrouwen, in een dorpje buiten Parijs.
Bij Modiano zijn sommige herinneringen scherp en duidelijk afgetekend, andere blijven juist in het vage en zijn met nevel omhuld. Zijn romans blijven intrigeren en nodigen uit om herlezen te worden.

zaterdag 6 maart 2021

Hôtel du Nord

Eugène Dabit, Hôtel du Nord, vertaald door Mirjam de Veth, Uitgeverij Vleugel, 2020

Hôtel du Nord speelt in het Parijs van begin 20e eeuw. Enigszins in de lijn van Villa des Roses van Elsschot. Het echtpaar Lecouvreur besluit een hotel over te nemen in het Noorden van Parijs. Op de eerste bladzijde trekt de schrijver met een prachtige scene de lezer het verhaal in. De tijd, de plek en de handeling worden in korte, treffende zinnen beschreven. Je wilt gelijk weten wat er verder staat te gebeuren. 


Onbekend met het uitbaten van een hotel, bekommert het echtpaar zich binnen de kortste keren om de 60 bewoners van allerlei slag. Per hoofdstuk komt een andere bewoner aan bod, zoals het kamermeisje, een toneelspeler met zijn gezin, twee ongetrouwde zussen. Het zijn korte anekdotische verhaaltjes die door de locatie en enkele steeds terugkerende personages met elkaar verbonden zijn. In een luchtige stijl met levendige dialogen schuiven de levens van deze figuren in de marge van het bestaan aan de lezer voorbij.
Tijdloos, want mensen gaan niet heel anders met elkaar om, en tegelijkertijd een prachtig tijdsdocument van de jaren '20 van de vorige eeuw.

zaterdag 27 februari 2021

Een dodelijk venijn

Fred Vargas, Een dodelijk venijn, Uitgeverij De Geus, 2018

In deze thriller lost de eigengereide hoofdinspecteur Adamsberg ook deze keer weer als een moderne Maigret een ingewikkeld mysterie op. Niet alleen ‘gewone’ politiezaken die in zijn arrondissement in Parijs spelen hebben zijn aandacht, maar juist ook omvangrijkere en mysterieuzere gebeurtenissen, zoals in dit geval de dood van drie oude mannen door een spinnenbeet in Zuid-Frankrijk.


Adamsberg moet terugkomen van een vakantie op IJsland omdat zijn team niet uit een moord komt met twee verdachten. Een vrouw is overreden een door een auto en zowel haar echtgenoot als een vermeende minnaar komen voor de rol van dader in aanmerking. De hoofdinspecteur weet met zijn psychologisch inzicht snel tot de oplossing te komen. Tegelijkertijd ziet hij bij een van zijn rechercheurs een website openstaan over spinnen. De man weet veel van dieren, maar dat hij ook in spinnen geïnteresseerd was, wist Ademsberg niet. Het blijkt dat er in Nîmes drie bejaarden door een venijnige spinnenbeet om het leven zijn gekomen; Adamsberg aandacht is direct gewekt. Het is namelijk vrij uitzonderlijk dat een dergelijke spin, de bruine kluizenaar genaamd, al bijt, laat staan dat je er dood aan gaat. Het komt voor, maar zeer zelden. Wanneer dus drie mannen in korte tijd op een dergelijke noodlottige wijze aan hun einde komen, dan moet er meer aan de hand zijn.

zaterdag 20 februari 2021

De weerman

Olivier Rolin, De weerman, vertaling Katelijke de Vuyst, Uitgeverij IJzer, 2016.


Rolin kwam op het spoor van Aleksej Feodosjevitsj Vangenhejm, de weerman, door een reis naar het verre noorden van Rusland waar hij in Archangelsk een lezing zou geven. Vandaar maakte hij een uitstapje naar de Solovetski-eilanden, een archipel in het midden van de Witte Zee. Een prachtig klooster aldaar had dienstgedaan als locatie voor een van de werkkampen onder Stalin. Hij ontmoette een van de nog levende getuigen van die gruwelijke periode en zij liet hem een boek zien van de dochter van Vangenhejm. Het boek bestond uit reproducties van de brieven die hij aan Eleonora, zijn dochter, vanuit het kamp had geschreven, maar ook tekeningen van planten en raadsels die zij moest oplossen. Hij probeerde op die manier bij te dragen aan de opvoeding van zijn dochtertje dat vier was toen hij werd weggevoerd.

Rolin zoekt in documenten, praat met mensen die ook speuren naar tekenen van hun verdwenen familieleden. Hij ontrafelt het leven van Vangenhejm. De weerman krijgt dankzij de schrijver een gezicht, een leven, een bestaan. Anders zou hij ook in de vergetelheid zijn zoekgeraakt. Maar met dit verhaal vertelt hij ook het verhaal van de vele andere miljoenen slachtoffers van wie niets is overgebleven.

Het boek is als de vlam voor de onbekende soldaat, zij het dat Vangenhejm geen soldaat was en nu niet meer onbekend is. Het is echter van belang stil te blijven staan bij ook die zwarte periode in de vorige eeuw.

zaterdag 13 februari 2021

Een zachte hand

Leïla Slimani, Een zachte hand, vertaald door Gertrud Maes, Nieuw Amsterdam, 2017.


Deze tweede roman van Leïla Slimani, waarvoor zij de Prix Goncourt 2016 kreeg, is een subtiel en indringend verhaal over zorg en verwaarlozing, over arm en rijk, over egoïsme en altruïsme. In een luchtige en zeer toegankelijke stijl begint het verhaal met het dramatische einde.

Op de vijfde verdieping van een mooi ‘immeuble’ in het tiende arrondissement in Parijs zijn twee kinderen vermoord. Een baby, Adam, en zijn iets oudere zusje Mila. De moeder van het jonge gezin, een advocate die carrière maakt, is eerder dan andere dagen naar huis gegaan en heeft nog wat lekkers voor haar kinderen en de oppas gekocht. Thuis treft zij geen blije kinderen aan die verheugd zijn over haar vroege thuiskomst, maar een onvoorstelbare nachtmerrie.

Beetje bij beetje krijgt de lezer te weten hoe alles tot stand gekomen is. Er groeit begrip voor en afkeer van de hoofdpersoon. Tragisch dat het zo kan lopen in het leven.

donderdag 24 december 2020

Nachtelijk ongeval


Patrick Modiano, Nachtelijke ongeval, Querido, 2014.

Soms volstaan citaten om een impressie van een boek te geven. Zeker bij de romans van Patrick Modiano. 

'Ik had gelezen dat het toeval slechts een beperkt aantal ontmoetingen arrangeert. Dezelfde situaties, dezelfde gezichten keren terug, als gekleurde stukjes glas van een caleidoscoop die door gespiegelde beelden de illusie geven dat er oneindig veel combinaties zijn.'

'Ik was maar een gewone man, ik hield van geluk en van Franse tuinen. Wel had ik vaak last van sombere gedachten, maar dat was tegen mijn zin.'

 'Op den duur knaagt de vergetelheid grote brokken van ons leven weg, en soms ook piepkleine tussenliggende stukjes. En door de schimmel op die oude filmrol ontstaan er sprongen in de tijd, zodat gebeurtenissen waar eigenlijk maanden tussen lagen, vlak na elkaar of zelfs tegelijkertijd lijken te hebben plaatsgevonden.'


maandag 25 mei 2020

Charlotte

David Foenkinos, Charlotte, Uitgeverij Cossee, 2015.

Niet alleen de inhoud van dit lange prozagedicht is krachtig en blijft de lezer bij, ook de vorm is indrukwekkend. David Foenkinos baseert zich voornamelijk op het boek Leben? oder Theater? Van Charlotte Salomon zelf,  een combinatie van gouaches en tekst. Het origineel bevindt zich in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Ook bezocht Foenkinos plaatsen waar Charlotte heeft gewoond en herschept hij in korte krachtige zinnen haar biografie. Charlotte, wier talent al blijkt op de kunstacademie in Duitsland, vlucht in de aanloop naar WO II naar Zuid-Frankrijk. Ze laat niet alleen haar ouders achter, maar ook haar geliefde. Wanneer ze zich in het nog vrije Frankrijk bij haar grootouders voegt, sluit ze zich af en geeft zich over aan het papier en de verf. Toch blijft ze als Joodse vrouw ook daar niet veilig.

Foenkinos heeft ervoor gekozen alle zinnen onder elkaar te zetten. De zinnen zijn nooit langer dan één regel, vaak enkelvoudig, soms met een korte bijzin. Hierdoor ontstaat een bepaalde cadans, een ritme waarop het leven van Charlotte zich ontvouwt. Sommige zinnen zijn ferm en direct, maar vaker zijn ze poëtisch en kleuren ze regel voor regel de gebeurtenissen.  

Tegen het einde komt de biografie in een stroomversnelling. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, het drama dient zich aan, van meerdere kanten. Charlotte is niet aan haar einde gekomen zoals ze zelf voorzien had en waartoe ze voorbestemd leek. Ze heeft haar leven zo intensief mogelijk geleefd. Als ze na twee jaar werk het boek met tekeningen en teksten dichtklapt, geeft ze het aan de vrouw die haar in Zuid-Frankrijk heeft opgevangen tijdens de oorlog, met de worden: C’est toute ma vie.

Dankzij Foenkinos maakt de lezer kennis met dat leven, met Charlotte, een vrouw die, zoals zovelen, niet mocht zijn wie ze was.

maandag 4 mei 2020

Mijn kinderjaren in de Provence

Marcel Pagnol, Mijn kinderjaren in de Provence. De geus, 2018

Marcel Pagnol schetst in Mijn kinderjaren in de Provence op met mooie beschrijvingen en grappige dialogen zijn liefde voor zijn kindertijd. Hoewel het om een tijdperk gaat ver in het verleden en wat betreft comfort ver van ons bed - de automobiel kwam langzaam in het straatbeeld - schrijft hij zo levendig dat je met hem mee verlangt naar toen en graag met de kleine Marcel en zijn vriend Lili door de eindeloze natuur had lopen struinen op zoek naar niets.
Het vullen van de tijd ging vanzelf, je hoefde niet te bedenken welk uitstapje er vandaag weer gemaakt moest worden, welke pretparken of dierentuinen bezocht moesten worden. Niets doen, lopen, op je rug liggen in het gras, bergtoppen beklimmen, het was voldoende. Grappig is het lange pad door allerlei privétuinen die de vader met zijn gezin koste wat het kost wil nemen om zo een stuk af te snijden. Maar daar zijn langs niet alle eigenaren van de landgoederen het mee eens. Je ziet het gezin voorzichtig en stiekem struinen met alle bagage voor een verblijf van enkele weken. Een prachtig tijdsbeeld van een verdwenen tijd. 
De hoofdpersonen genieten van wat het leven te bieden heeft zonder op zoek te zijn naar een ultieme uitdaging of onvergetelijke ervaring. Daardoor wordt de beleving misschien nog wel intenser en blijft die je beter bij. Het is het proberen waard.

maandag 26 augustus 2019

Een wereld van mooie plaatjes


Simone de Beauvoir, Een wereld van mooie plaatjes. Uitgeverij Agathon, Bussem, 1980

Je denkt dat je gehecht bent aan een man: in feite ben je gehecht aan een bepaald beeld over jezelf, aan een illusie van vrijheid of van het onverwachte, aan zinsbegoocheling.

Laurence, een vrouw met twee kinderen, getrouwd met een geslaagde architect en zelf werkzaam als ontwerpster, bokst op tegen de schijnwereld waarin ze zich bevindt. Haar familie is rijk en dus zijn de mensen met wie ze omgaan ook rijk, maar het is een grote bubbel. Iedereen is alleen maar bezig met wat anderen van hem of haar vinden.
De ouders van Laurence zijn gescheiden en haar moeder heeft  een vermogende nieuwe vriend, tot het moment dat hij haar verlaat voor een veel jongere vrouw. De moeder van Laurence is dan vooral bezig met de buitenwereld, haar gezichtsverlies.
Lukt het Laurence om zich te onttrekken aan deze nepwereld, en nog belangrijker, lukt het haar om haar kinderen niet zo op te voeden dat ze perfect in het ‘mooie plaatje’ passen?

‘Jij drinkt niet, je komt nooit los uit je eigen keurslijf, ik heb je nog nooit zien huilen, je bent bang kom je eens helemaal te laten gaan: ik noem dat weigeren om te leven.’
Ze voelt zich geraakt, ze weet precies waar:
‘Ik kan er niets aan doen. Ik ben nu eenmaal zoals ik ben.’

Hoewel de roman in Frankrijk in 1966 verscheen is het verhaal nog onvoorstelbaar actueel. Bepaalt de buitenwereld wie we zijn of bepalen we dat zelf?

maandag 22 juli 2019

De Graf Zeppelin of De Lijdensweg van Émile,


René de Obaldia, De Graf Zeppelin of De Lijdensweg van Émile, Coppens & Frenks, 2011.

Émile, de hoofdpersoon, is een extreem bijziend en angstige medewerker van een verzekeringskantoor waar hij niet geliefd is bij zijn collega’s. Hij leeft in een tweekamerappartement met zijn zwangere vrouw Angélique. Met die zwangerschap worstel hij, wanneer hij ziet dat haar buik steeds groter wordt, krijgt hij er angstvisioenen: als het zo doorgaat, zal hij verpletterd worden door de buik.

Wanneer het kind er eenmaal is - het wordt hem aan de telefoon verteld op kantoor - moet zijn baas erbij hem op aandringen dat hij naar de kliniek gaat om zijn vrouw en kind te bezoeken. Daar aangekomen weet zij zich geen houding te geven. In de wieg ligt een monsterlijke baby die hem met één oog aanstaart: een Cycloop! Het is Baptiste genoemd door zijn moeder. 

Weer op straat voelt Émile zich ellendig, het zweet gutst over zijn lichaam. Hij gaat naar huis en sleept zich met zijn laatste krachten de vijf trappen op naar hun appartement. Dagen blijft hij in bed, uitgeput, malend over wat hem is overkomen. Angélique vertrekt met de baby naar een tante op het platteland.
Baptiste is al wat de klok slaat. Op zijn werk vragen zijn collega’s aan de lopende band hoe het kind het maakt, zelfs op straat lijkt het of iedereen weet dat hij een zoon heeft. Angélique geeft al haar aandacht aan de kleine, voor Émile is er geen plaats meer. Baptiste als kleine Oedipus: nog voor hij zelf kan lopen en ruim voor zijn vader een oude grijsaard is heeft hij hem al verslagen en van zijn plek verstoten.

De Obaldia bouwt de tragische ondergang van Émile goed op. De lezer krijgt te maken met een wankele en in zichzelf gekeerde man, wiens waanzin steeds meer aan de oppervlakte komt. Hij praat in zichzelf, heeft droombeelden waarin de wereld het om hem gemunt heeft en voert een stille maar heftige strijd met zijn nakomeling. De tragiek wordt benadrukt door de humor die De Obaldia toepast.

maandag 15 juli 2019

De zondebok


Charles Chessex, De zondebok, Uitgeverij J.M. Meulenhoff, 2009
Schitterend verhaal waarin de Holocaust wordt samengevat in het complot en de uiteindelijke moord op een man. De joodse veehandelaar Arthur Bloch, bekend bij de boeren uit de streek rondom het kleine Zwitserse stadje Payerne, wordt door een kleine groep nazi's in de val gelokt en op brute wijze afgeslacht. Dit alles gebeurt tegen de achtergrond van een groeiende ontevredenheid onder de bevolking over de opkomende recessie, waarvoor een bevolkingsgroep de schuld krijgt: de joden met hun dikke buiken en geldbuidels. 
Arhtur Bloch is de zondebok die bovenaan het lijstje prijkt. Het groepje nazi's voert de moord uit, maar de bevolking keurt het oogluikend goed. Wie is er dan meer schuldig? De Frans-Zwitserse schrijver, zelf geboren in Payerne, lijkt met dit verhaal op zoek te gaan naar het waarom. Hoe kunnen mensen zo haatdragend zijn? Zijn conclusie is dat alleen God weet waarom, zoals ook op de grafsteen van Arthur Bloch zal worden gebeiteld. 
De zondebok is de laatste novelle van het uitgebreide oeuvre van de Zwitserse schrijver die op 9 oktober 2009 is overleden

maandag 8 juli 2019

De ongewisse stad


J.M. A. Paroutaud, De ongewisse stad, Uitgeverij De laatste snik, 2016

Heruitgave van een van de boeken van J.M.A. Paroutaud, in een prachtige vertaling van Mirjam de Veth.
De voorman van de surrealisten, André Breton, was zeer lovend over het boek dat, geschreven in 1944, in 1950 verscheen. 

De hoofdpersoon, Ranède, raakt verzeild in een stad waar willekeur heerst. Wetten veranderen met de dag en de inwoners weten niet wat ze wel en niet mogen doen. Absurditeit, zinloosheid en uitzichtloosheid bepalen het ritme van de dag. Hij weet tot op zeker hoogte mee te draaien in deze beklemmende maatschappij: hij krijgt werk, trouwt en heeft een huis, maar toch kan hij zich niet neerleggen bij de gelatenheid van de bewoners en hij komt in opstand en weet uiteindelijk de stad weer te verlaten.

Een nachtmerrieachtig verhaal dat nog steeds een grote impact heeft op de lezer. In het nawoord schetst de vertaalster de achtergrond van het verhaal en de schrijver en legt ze uit waarom het nog steeds een cultboek is. Een prachtige uitgave van een uitgeverij met de tragische naam De laatste snik, in de traditie van uitgeverij Coppens & Frenks.