Posts tonen met het label Non-fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Non-fictie. Alle posts tonen

zaterdag 14 december 2019

Hoogtij langs de Seine

Diederik Stevens, Hoogtij langs de Seine. Atlas, 2012.

Er zijn meer boeken over Nederlandse schrijvers in Parijs (Rue 'd Amsterdam, Parijse feesten) maar in Hoogtij langs de Seine lijkt Diederik Stevens een zo compleet mogelijk beeld te geven van Nederlandse schrijvers en kunstenaars in Parijs in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Simon Vinkenoog woont er bijna tien jaar en zijn huis is voor vele kunstzinnige Nederlanders een toevluchtsoord. Ook Campert, Wolkers en Cremer worden op de voet gevolgd tijdens hun korte en lange verblijven in Parijs. 
Naast deze schrijvers hebben de Cobra-kunstenaars zoals Appel en Corneille het begin van hun carrière in Parijs doorgebracht. Een centrale plek was het pand aan de Rue Santeuil 20, waar menig beginnend schilder in armoedige omstandigheden zich op de kunst stortte.

Stevens is uitvoerig met namen en data: wie wat deed, met wie omging en waar heeft rondgehangen: in talloze galeries, cafés, restaurants, hotels en musea. Deze locaties worden ook nog afzonderlijk beschreven in het boek, dat met de plattegronden voorin en foto's her en der verspreid een overzichtelijk naslagwerk wordt dat ook nog eens in een zeer prettige stijl geschreven is. 
Parijs was ontzettend belangrijk voor de naoorlogse generatie. Ontsnapt aan de soms benauwende wederopbouw in Nederland vond menig jonge schrijver en kunstenaar vrijheid en inspiratie in de Franse hoofdstad. 



zondag 31 december 2017

Zolang niet alles is verteld

Marre van Dantzig, Zolang niet alles is verteld, Uitgeverij De Brouwerij, 2013.




Marre van Dantzig schreef met dit boek een ingetogen relaas over haar vader, Dolf van Dantzig, die geruime tijd zakelijk directeur van het Concertgebouworkest was. Het is een mooie combinatie van een persoonlijk verslag van haar vaders leven en de weergave van een tijdperk.
De twee verhaallijnen, die van haar vaders laatste jaren, waarin hij steeds meer in zichzelf keert en grip probeert te houden op het bestaan, en zijn turbulente leven van daarvoor, zijn in evenwicht en tonen tegelijk een indringend contrast. Zijn schuifelen door de tuin, het niet mee willen naar de dagopvang, de herinneringen die selectief bovenkomen; dit alles wordt afgezet tegen zijn drukke bestaan als zakelijk leider van een van de toporkesten van de wereld. Belangrijke dirigenten en componisten kwamen bij de familie over de vloer in het immense huis aan de Keizersgracht. Het tournee door Zuid-, Midden- en Noord-Amerika in de jaren zeventig was een even enerverende als succesvolle exercitie, zowel voor het orkest als voor Dolf van Dantzig zelf. Hij was uiteindelijk verantwoordelijk voor de financiën en voor het wel en wee van de soms veeleisende musici.
Maar ook zijn leven daarvoor is avontuurlijk geweest, zoals toen hij met zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog via België en Frankrijk uiteindelijk in Zwitserland aankwam om zo te ontkomen aan de Duitsers. Of toen hij in zijn jonge jaren in het Verre Oosten zijn geluk beproefde als radiocorrespondent.
In korte hoofdstukken krijgt de lezer langzaam steeds meer facetten van het leven van Van Dantzig te zien. Mooi dat dit in ieder geval verteld is, want het besef dat niet alles weergegeven kan worden van voorbije tijden en een geleefd leven, komt ook in dit boek duidelijk naar voren: ‘Lang niet alles is verteld.’

maandag 4 januari 2016

Rue d'Amsterdam

Paul Arnoldussen, Rue d’Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2002.

W.F. Hermans, Mark Brusse, Simon Vinkenoog, Kees van Dongen en E. du Perron zijn slechts enkelen van de vele Nederlands die in Parijs gewoond en geleefd hebben in de vorige eeuw. De wat uitgebreidere levensbeschrijvingen, uiteraard met name betrekking hebbend op Parijs, zijn interessanter en lezen makkelijker dan de soms wel erg korte notities bij de vele adressen die opgesomd worden. Omdat veel schrijvers en kunstenaars op meer dan één plek gewoond hebben en op veel meer dan één adres aten of dronken, worden sommigen wel heel vaak genoemd. Natuurlijk is het moeilijk om een goed overzicht te geven en is het de vraag wat daarvoor de beste opzet is.
Toch geeft Arnoldussen een mooi beeld van het leven in Parijs, de romantiek die men zocht en in veel gevallen ook vond en de contacten die er ontstonden tussen de toen veelal nog onbekende Nederlanders.

Een ieder die van Parijs houdt en er misschien ooit graag had willen wonen, zou dit boek moeten lezen.

maandag 7 december 2015

De rotstreken van Arthur Rimbaud



Guus Luijters, De rotstreken van Arthur Rimbaud, LJ Veen, 2004.


Iedereen kent Rimbaud, als dichter, poète maudit, en ook zijn relatie met Verlaine is bekend. Juist dat laatste is het uitgangspunt in dit aangename boek van Guus Luijters. De relatie tussen de twee Franse dichters was meer dan alleen een seksuele, Verlaine was de onderdanige en Rimbaud de overheersende. Rimbaud was slinks, berekenend en dacht dus vooral aan zichzelf. Hij liet Verlaine bijvoorbeeld
kiezen tussen hem en Verlaines vrouw, Mathilde, op het moment dat ze ziek was. Verlaine is op weg om medicijnen te halen, maar buiten treft hij Rimbaud die van hem eist dat ze samen naar België vertrekken:
‘Maar…mijn vrouw is ziek…Ik moet naar de apotheek om iets te halen, een kruidendrank.’ Niks daarvan. Zeur niet over je vrouw. Kom op, we gaan.’ Toen ben ik natuurlijk met hem meegegaan.


En dan gaan ze, om vervolgens ruzie te maken en het weer bij te leggen. Volgens Verlaine beschikte Rimbaud over hypnotiserende krachten. Verlaine schippert constant tussen een leven met zijn vrouw en het zwervende avontuur met Rimbaud.
Luijters beschrijft treffend met anekdotes en citaten uit brieven en andere documenten de manipulator Rimbaud, die naast dichter en bohemien ook handelaar was die zijn geluk ging beproeven in Indië en Egypte.
Rimbaud was niet bang om te leven, om te doen waar hij zin in had. Of anderen daar last van hadden, maakte hem weinig uit. Is hij daarom een van de grootste dichters van Frankrijk geworden?  

zaterdag 27 juli 2013

Kind van het Ereveld

Remco Reiding, Kind van het Ereveld, D33 Publicaties, 2012.

Onderzoeksjournalistiek is een lastig genre. Het onderzoek kan interessant zijn, maar hoe het is opgeschreven niet. Of andersom. Remco Reiding is het gelukt om een boeiend onderwerp tot de verbeelding te laten spreken. Voor mij althans. Maar ongetwijfeld ook voor anderen. Hij ging op zoek naar de nabestaanden van de in Leusden begraven oorlogsslachtoffers uit WO II. Russen die krijgsgevangen waren genomen door de Duitsers, in erbarmelijke omstandigheden hun laatste levensdagen of maanden door moesten brengen, ver weg van waar ze gevochten hadden en nog verder weg vanwaar hun geliefden woonden. En die wisten niet wat er met hun zonen, mannen of vaders was gebeurd. Reiding speurde en vond enkele familieleden terug die hem vol dankbaarheid opnamen alsof hij hun verloren zoon was. 

Het zijn tragische verhalen die na zestig jaar toch nog een klein beetje een mooi einde krijgen.