dinsdag 22 mei 2018

Het feest der onbeduidendheid

Milan Kundera, Het feest der onbeduidendheid, Ambo/Anthos, 2015.

De vier verhaallijnen in Het feest der onbeduidendheid bestaan uit de gedachten, ideeën en levensgebeurtenissen van de vier bevriende hoofdpersonen. Soms herkenbaar, dan weer origineel, een enkele keer absurd. Hoewel deze roman uit slechts 108 bladzijden bestaat, telt hij zeven delen met elk een aantal korte hoofdstukken. Vergelijk het met een aantal sub-gedachten die elk te herleiden zijn tot die eerste gedachte waar alles omheen draait. Iedereen probeert het wel eens: het spoor van een gedachtegang terug volgen naar de bron. In dit geval: het belang van de onbeduidendheid.

Voorvallen, ideeën en ontmoetingen, zoals die in Jardin de Luxembourg, leiden weer tot andere voorvallen en ideeën. Alles haakt in elkaar. Zo hebben zowel Alain als Charles het moeilijk met hun moeder. Die van Alain wilde helemaal geen kind en Alain heeft daar zijn hele leven last van, die van Charles ligt op sterven terwijl hij de cocktailparty organiseert
.


Ondanks de soms grote en indringende gedachten die de hoofdpersonen met zich meedragen, gaat het leven verder en is het een aaneenschakeling van onbeduidende zaken. En juist daarom wil Kundera ons laten zien dat we moeten genieten van de kleine onbelangrijke dingen die we maar al te vaak over het hoofd zien. De vier hoofdpersonen komen elkaar tegen op een feestje, vandaar de titel.
'Onbeduidendheid, beste vriend, is de essentie van het bestaan,' zegt Ramon tegen D’Ardelo wanneer ze elkaar na het feestje weer tegenkomen. ‘Ze is zelfs daar waar niemand haar kan zien. In gruwelen, in bloedige gevechten, in de vreselijkste rampen. We moeten de onbeduidendheid niet alleen herkennen, we moeten van haar houden, van haar leren houden. Hier, in dit park, voor onze neus, kijk, hier is ze in alle vanzelfsprekendheid aanwezig.’

dinsdag 15 mei 2018

Nieuw Eiland


Sander Meij, Nieuw Eiland, Nieuw Amsterdam, 2015.

Korte, veelal vormvaste gedichten waarin vooral de cadans van de woorden het ritme van de zinnen bepaalt. Rijm ontbreekt. Het zijn gedachten, observaties, bedenkingen bij de wereld waar de dichter zich een weg in zoekt. De ik weet niet zo goed wat hij moet, waar hij is, wie hij wil zijn. Kennen, herkennen, gezichten, een spiegel, het zijn begrippen waarmee de dichter zichzelf en zijn omgeving bekijkt. Hij is op weg, soms in gedachten, soms daadwerkelijk: 'van de week nog dacht ik: ik moet hier weg / de trein naar Rotterdam gepakt / het lag er weer bij als verwacht / ik wandelde en jankte wat.

Hoewel het moeilijk is de werkelijkheid in woorden te vangen, lukt het dichter met mooie regels die het waard zijn over te lezen. Ook om ze beter tot je door te laten dringen, ook omdat ze vaak treffend zijn: woorden lossen woorden af / waar het om gaat ligt ertussen / alles is mogelijk in dit wantij. Een treffende debuutbundel.

dinsdag 8 mei 2018

Wijk


Jonathan Griffioen, Wijk, Lebowski, 2017.

In Wijk wordt aan de hand van een aantal treffende gedichten het nabije verleden geschetst. De lezer krijgt in een soort stream of consciousness de gedachten van de ik-persoon voorgeschoteld. Deze ik observeert, reflecteert, herinnert zich en voert korte dialogen met de mensen om hem heen. De gedichten zijn opgedeeld in hoofdstukken die samen een eenheid vormen en een verhaal vertellen. Zoals in 'Paul is dood', waarin in zeven gedichten de rode draad gevormd wordt door tijd, karnemelk en oom Herman, die er niet van houdt om op verjaardagen in kringetjes te zitten. De ik rookt onder de afzuigkap 'zodat moeder en vader/geen kanker krijgen/maar de gezwellen/in het rooster groeien.

De poëzie is niet altijd even toegankelijk, het is immers lastig de gedachten van de ander te volgen zonder er zelf invloed op te hebben, maar soms ook schetsen ze treffende beelden en herkenbare observaties. Grappig, met een melancholische ondertoon, zoals de 40.000 jaar oude grottekeningen die in de Kaapse bossen nabij Maarn gevonden worden waar een God staat afgebeeld met de 'Zijn handen in Zijn haar.'

dinsdag 1 mei 2018

De geestbewaarder


Ton van der Lee, De geestbewaarder, Uitgeverij Balans, 2009.

Een verhaal over zeeman Caspar uit Durgerdam die eind achttiende eeuw slaven van Afrika naar Suriname vervoert, en Stanley, een Surinaamse Nederlander, die anno nu een koffiehuis heeft in Amsterdam. De laatste gaat op zoek naar zijn wortels, zijn stammoeder die vanuit Afrika als slaaf verhandeld is. Om de reizen naar Afrika te bekostigen begint hij bij een wietkwekerij. Eenmaal op het spoor van zijn voorouder, verlaat hij zijn gezin en vestigt zich in Sierra Leone. Caspar’s verhaal wordt verteld aan de hand van brieven aan zijn geliefde in Nederland. Als enige overlevende van een schipbreuk spoelt hij aan op de Afrikaanse kust. Hij wordt zich er steeds meer van bewust dat slaven ook mensen zijn, net als hij.


De ontknoping is een aardige vondst: Caspar heeft de stammoeder van Stanley zwanger gemaakt. Stanley is dus geen volbloed Afrikaan, zijn wortels liggen evengoed in Nederland.
Het verhaal van Caspar is mooi, het verhaal van Stanley af en toe wat te gezocht en ongeloofwaardig. Alles bij elkaar is het een boeiend boek over de Nederlandse betrokkenheid bij en de gevolgen van de slavernij, een episode die niet vergeten mag worden.

dinsdag 24 april 2018

Voor de eeuwigheid


François Cheng, Voor de eeuwigheid, Atlas, 2006.

Een monnik verlaat na dertig jaar zijn klooster om op zoek te gaan naar zijn geliefde van lang geleden. Ze ontmoeten elkaar, maar het blijkt, door allerlei omstandigheden, onmogelijk uiteindelijke nader tot elkaar te komen.

Het verhaal speelt zich af in het China in de zeventiende eeuw. Daosheng ontmoet als jonge violist tijdens een optreden het meisje Lanying. Ze wisselen blikken uit, meer niet. Hun levens scheiden zich, maar de ontloken liefde blijft. Zo hevig zelfs dat Daosheng dertig jaar later het klooster verlaat om op zoek te gaan naar haar. Ze vinden elkaar, maar hun levens zijn zo verschillend (zij is getrouwd en hij verdient de kost als waarzegger op straat) dat hun contact puur platonisch blijft. Zijn hele verdere leven blijft Daosheng verlangen en wachten op haar. Hij ontmoet de eerste Jezuïeten die naar China getrokken zijn om het christendom te verspreiden. Hun liefde voor de Zoon van God vergelijkt hij met zijn liefde voor Lanying: hevig, alles overstijgend, maar zonder fysiek contact.
Het verhaal geeft een inkijkje in het leven in de zeventiende eeuw in de binnenlanden van China. Het klooster- en stadsbestaan worden levendig en uitvoerig beschreven. In dat opzicht raakt het boek aan een historische roman. Het bloemrijke taalgebruik en de soms filosofische overpeinzingen van de monnik passen uitstekend bij het onderwerp en de setting.

dinsdag 17 april 2018

Herinneringen van een prettig gestoorde jongeman


Frédéric Beigbeder, Herinneringen van een prettig gestoorde jongeman, Kritak-Goossens, 1991.

In die tijd was alles groot. We brachten onze dagen door in  grote scholen en onze nachten in grote flats. We hadden grote handen, grote verwachtingen en grootouders. Onze populairste adjectieven waren ‘ grandioos’, immens’, gigantisch’, ‘enorm’. Wij zelf waren naar alle waarschijnlijkheid nog niet tot ware grootte gekomen.

Het debuut van de inmiddels succesvolle Franse schrijver Beigbeder. Een grappig verhaal over een jongvolwassene die een groots en meeslepend leven najaagt en daar op zijn eigen manier uiteindelijk in slaagt. Of toch niet?
Bij een bomaanslag op een boekwinkel ontmoet hij de liefde van zijn leven: Anne. Ze liggen beiden op de grond, gewond en verslagen. Vanaf dat moment weet hij dat hij haar wil. Maar hoe kun je iemand terugvinden van wie je alleen het uiterlijk kent? Het lukt de hoofdpersoon Mark Maronnier op een geloofwaardige manier.
Een vermakelijke novelle. Altijd leuk om van een bekende schrijver zijn eersteling te lezen.

dinsdag 20 maart 2018

Die vervloekte Dostojevski


Atiq Rahimi, Die vervloekte Dostojevski, De Geus, 2012

Al op de eerste bladzijde, in de regels zin zelfs, laat Rahimi zijn hoofdpersoon verwijzen naar Dostojevski. Hij verweeft de het werk van Dostojevski op kunstige maar zeker niet gekunstelde wijze door zijn eigen verhaal.

'Rassoel heeft de bijl nog maar net opgeheven om hem op het hoofd van de oude dame te laten neerkomen, of het verhaal van Misdaad en straf schiet door hem heen. Het treft hem als een bliksemflits. Zijn armen beginnen te trillen; hij wankelt op zijn benen.'
Rassoel vertoont veel overeenkomsten met Raskolnikov, de hoofdpersoon uit het bekende Russische boek. Beiden vermoorden een oude woekeraarster met een bijl en beiden willen er op een of andere manier voor boeten of gestraft worden. De achterliggende gedachte is of hun misdaad echt een misdaad is. Nana Alia leent geld aan arme mensen en treedt ook op als hoerenmadam. Ze laat jonge meisjes voor zich werken. Een van die meisjes is Soefia, op wie Rassoel verliefd is.

Een mooi gegeven is dat Rahimi ervoor kiest dat Rassoel een groot deel van het verhaal zijn stem kwijt is. Het verlies is het gevolg van een afranseling door een paar politieagenten die bij hem thuis Russische boeken aantreffen en denken dat hij met de vijand heulde en communist is. Ze hebben geen boodschap aan Rassoels opmerking dat het om literatuur gaat, om een groot Russische schrijver.
Rahimi speelt met taal. Wat bewijzen woorden, wat moet iemand doen om gezien te worden? Een daad krijgt pas betekenis als erover gesproken of geschreven wordt. Hij laat de stemloze Rassoel veel nadenken, er wordt tegen hem gepraat terwijl hij zwijgt; men wil de woorden uit hem trekken, maar dat lukt niet. Af en toe schrijft hij wat op, maar ook dat leidt nergens toe. En als hij dan weer zijn stem terug heeft en uitroept dat hij zich komt aangeven, wordt er niet naar hem geluisterd.

‘Ja, dat is het, ik ben slachtoffer van mijn eigen misdaad. En het ergste is nog dat mijn misdaad niet alleen banaal en vergeefs is, maar dat hij niet eens bestaat. Niemand heeft het erover. Het lijk is op mysterieuze wijze verdwenen. Iedereen denkt dat nana Alia met haar sieraden en haar fortuin naar het platteland is vertrokken. Bent u in uw archieven al eens zo’n misdaad tegengekomen?

Raskolnikov eindigt in een strafkamp, het relaas van Rassoul eindigt anders. Atiq Rahimi laat zien dat het verhaal nog niet afgelopen is.

maandag 12 februari 2018

De laatste boot naar Sint-Helena

Ron Moerenhout, De laatste boot naar Sint-Helena, Meulenhoff 2016.

Het is de vraag of je een gebied of eiland moet bezoeken waarvan je vindt dat er eigenlijk al te veel toeristen heen gaan. Zoals Patagonië, de uitgestrekte leegte, de pampa’s de kleine stadjes aan de kust van Argentinië, dat alles verdwijnt als je er enthousiast over schrijft en er zelf vaak heen gaat. Want waarom mag jij wel, en die ander niet?


Dat gevoel heb ik ook bij Sint- Helena en Tristan da Cunha. Beide verafgelegen, moeilijk bereikbare eilanden in de Atlantische Oceaan. Ik zou er graag heengaan en net als bijvoorbeeld Boudewijn Büch rondlopen en ervaren hoe het is om zo ver de rest van de bewoonde wereld te zijn. En hoe langer je wacht, hoe minder exclusief het wordt. Zeker wanneer er, zoals op Sint-Helena, een vliegveld aangelegd wordt waardoor je niet meer vijf dagen per boot onderweg bent vanuit Kaapstad, maar in een aantal uur op het eiland kunt landen. Niet alleen is Sint-Helena interessant om zijn afgelegen locatie en kleine en overzichtelijke mini-maatschappij, maar ook omdat het de laatste verblijfplaats was van Napoleon. 
Gelukkig hoef je er ook niet altijd heen om de sfeer te proeven, je kunt ook vanuit huis de reis maken, bijvoorbeeld met het boek van Ron Moerenhout. Hij heeft, voordat het vliegveld gerealiseerd werd, nog een van de laatste reizen met de boot gemaakt. Op zoek naar de relatie met Nederland, dat het eilandje ook kort in bezit had, spreekt hij veel bewoners, bezoekt Longwood house waar Napoleon zijn dagen sleet, probeert hij de Nederlandse vlag tijdelijk te laten wapperen boven het eiland en speurt naar het echte verhaal achter de ontsnapping van Willem Merk die in de jaren negentig gevangen zat op het eiland wegens drugssmokkel.
De schrijver schetst in een prettige stijl met veel feiten en achtergrondinformatie een redelijk volledig beeld van dit afgelegen deel van het Britse rijk. Een verleidelijk opstapje om misschien toch maar eens op reis te gaan.

zondag 4 februari 2018

Ik kom terug

Adriaan van Dis, Ik kom terug, Atlas Contact, 2014.

‘We stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik. Zij aan de ene kant van de kist, ik aan de andere. We rukten aan de hengsels. Ze droeg sloffen, ik schoenen. Ze gleed weg en ik zette haar klem. Gewonnen.’

De strijd tussen moeder en zoon is de kern van het verhaal, de zorgzaamheid van het kind die niet altijd gewaardeerd wordt, de geheimen van de moeder waar het kind achter probeert te komen en die in de kist verborgen zitten, de afstandelijke houding van de moeder, haar eigengereidheid. En dan te bedenken dat het kind een volwassen man is.
Waarschijnlijk blijf je in de ogen van ouders altijd het kind, altijd degene die het minder goed weet, en die zeker niet mag gaan beslissen over het leven van de ouder. Maar tegelijkertijd zijn er onuitgesproken verwachtingen, wil de moeder van alles, denkt ze recht te hebben op de volledige aandacht van het kind.


Adriaan van Dis beschrijft deze strijd van moeder en zoon in Ik kom terug op herkenbare en boeiende wijze. Los van het feit dat de moeder een enerverend leven heeft gehad in het buitenland, zijn juist ook de beslommeringen in Nederland, in het tehuis waar ze zit, zeer de moeite waard. Met lichte zelfspot wordt de relatie tussen beiden onder de loep genomen door een veelzijdig schrijver.

zaterdag 13 januari 2018

Liefkozing van rood

Éric Fottorino, Liefkozing van rood, Wereldbibliotheek, 2016.



‘De koffie is klaar. Ik serveerde hem in theekopjes want ik heb geen enkel koffiekopje meer. Zonder dat ik er erg in had, zijn ze stuk voor stuk verdwenen. Min of meer geruisloos. Ik denk dat mensen op dezelfde manier verdwijnen. Ze lopen barsten op, breken, en op den duur blijf je alleen achter, als een eenzame zwerfsteen. Stenen en porseleinen serviezen, dat gaat niet goed samen. Broze mensen zijn er genoeg, terwijl anderen keihard zijn, en dat moet zich allemaal maar naar elkaar voegen in het leven.’


In Liefkozing van rood wordt een vader opgevoerd die alles voor zijn kind overheeft. Wanneer de moeder zich plotseling niet meer met de opvoeding bemoeit, probeert hij zelfs haar rol over te nemen door zich als moeder te verkleden, merken jurken en al. Zijn gedrag neemt steeds vreemde proporties aan, tot de echte moeder weer op het toneel verschijnt en hij aan de kant geschoven wordt. Van twee ouders in één is hij plotseling niet meer nodig. Tot er iets dramatisch gebeurt. Is hij dan juist de broze figuur uit bovenstaand citaat, of de keiharde?

zondag 31 december 2017

Zolang niet alles is verteld

Marre van Dantzig, Zolang niet alles is verteld, Uitgeverij De Brouwerij, 2013.




Marre van Dantzig schreef met dit boek een ingetogen relaas over haar vader, Dolf van Dantzig, die geruime tijd zakelijk directeur van het Concertgebouworkest was. Het is een mooie combinatie van een persoonlijk verslag van haar vaders leven en de weergave van een tijdperk.
De twee verhaallijnen, die van haar vaders laatste jaren, waarin hij steeds meer in zichzelf keert en grip probeert te houden op het bestaan, en zijn turbulente leven van daarvoor, zijn in evenwicht en tonen tegelijk een indringend contrast. Zijn schuifelen door de tuin, het niet mee willen naar de dagopvang, de herinneringen die selectief bovenkomen; dit alles wordt afgezet tegen zijn drukke bestaan als zakelijk leider van een van de toporkesten van de wereld. Belangrijke dirigenten en componisten kwamen bij de familie over de vloer in het immense huis aan de Keizersgracht. Het tournee door Zuid-, Midden- en Noord-Amerika in de jaren zeventig was een even enerverende als succesvolle exercitie, zowel voor het orkest als voor Dolf van Dantzig zelf. Hij was uiteindelijk verantwoordelijk voor de financiën en voor het wel en wee van de soms veeleisende musici.
Maar ook zijn leven daarvoor is avontuurlijk geweest, zoals toen hij met zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog via België en Frankrijk uiteindelijk in Zwitserland aankwam om zo te ontkomen aan de Duitsers. Of toen hij in zijn jonge jaren in het Verre Oosten zijn geluk beproefde als radiocorrespondent.
In korte hoofdstukken krijgt de lezer langzaam steeds meer facetten van het leven van Van Dantzig te zien. Mooi dat dit in ieder geval verteld is, want het besef dat niet alles weergegeven kan worden van voorbije tijden en een geleefd leven, komt ook in dit boek duidelijk naar voren: ‘Lang niet alles is verteld.’

dinsdag 26 december 2017

Het logboek van de ontdekkingsreiziger

Het logboek van de ontdekkingsreiziger

Een prachtig en rijk geïllustreerd boek over ontdekkingsreizigers uit de afgelopen eeuwen. Grote namen komen aan bod, zoals James Cook (de Stille Zuidzee), Bruce Chatwin (Patagonië) en Thor Heyerdahl (Zuid-Amerika), maar ook veel onbekende namen die juist bekendheid verdienen. Ze trotseerden woestijnen, regenwouden, oceanen en ijsvlaktes. Er komen kaartenmakers, antropologen, pioniers en biologen aan het woord.  Amateur en professionals.
Centraal staat echter het notitieboekje, het logboek. Wat ze noteerden en tekenden, dat is wat ons nu nog rest van hun verlangens de wereld te ontdekken.
De biografieën zijn kort maar geven een goed beeld van de ontdekkingen van die de persoon gemaakt heeft. Afbeeldingen van zijn of haar logboek, schetsen en aantekeningen maken het beeld volledig. Het voorwoord is van Redmond O'Hanlon, een klassieke ontdekkingsreiziger die niet onderdoet voor zijn voorgangers. Een must voor wie zelf van reizen houdt of van ontdekkingsreizigers.

zondag 26 november 2017

De seizoenen

Hoe zwaar kan het leven van een schrijver zijn? Hoeveel ontberingen moet hij trotseren om zijn wens, het schrijven van een verhaal, in vervulling te laten gaan? Bij de een gaat het misschien wat makkelijker dan bij de ander, maar Maurice Pons schetst in De seizoenen (Les saisons, vertaald door Mirjam de Vet) het schrijverschap als een heuse hellevaart. Niet alleen de leefomstandigheden van de hoofdpersoon zijn erbarmelijk, maar ook de inspiratie laat het pijnlijk afweten en wordt door van alles naar de achtergrond verdreven.

Siméon komt na een barre tocht door de bergen aan in een kil en nat dorp. Kil door de bewoners die hem vijandig ontvangen en nat doordat het onophoudelijk regent. Ze leven er in oude tochtige huizen en voeden zich enkel met linzen. Hij betrekt de zolder boven de enige herberg en wordt door iedereen met de grootste achterdocht bekeken. En juist in die vijandige omgeving houdt Siméon halsstarrig vast aan zijn roeping. Hij bezit het rotsvaste geloof dat een schrijver moet hebben om door te gaan. In de aanloop naar zijn roman, die vooral moet gaan over zijn zus die de vreselijkste dingen is overkomen in een kamp in de woestijn waar ook Siméon gevangen zat, begint hij een dagboek:
‘Ik zou me willen bevrijden van het verschrikkelijke geschreeuw dat mijn zusje uitstootte toen de hogepriesters haar kooi binnengingen en dat in het hele kamp weerklonk, een geluid dat ik herkende tussen alle andere geschreeuw. […] Mijn boek moet zich vullen met die kreten, dat weet ik zeker, maar hoe moet ik ze weergeven, met welke woorden?’
Maar van de roman komt het niet, vooral omdat hij niet meer rustig op zijn zolder kan zitten omdat hij een taak heeft gekregen. En een schrijver met een taak, dat werkt niet. Op een bijeenkomst van de dorpsraad, waarin alle 26 inwoners zitting hebben, wil men een beslissing nemen of de vreemdeling mag blijven. Siméon neemt het woord en probeert de waarde van zijn aanwezigheid duidelijk te maken door uit te leggen wat hij doet:
‘Ik werk met mijn blote handen. Ik fabriceer mijn woorden met klinkers en medeklinkers die ik aaneenvlecht als een mandenmaker. Met mijn mandjes en korfjes probeer ik schoonheid te vangen.’
Mooi gezegd, schoonheid vangen met woorden. Maar kan dat in een wereld waar geen schoonheid is, slechts druilerigheid, grijze luchten en onsympathieke mensen?

Wat Siméon niet lukt, lukt Pons uitermate goed: met woorden een andere wereld creëren die de lezer niet snel zal vergeten. De seizoenen is een indringende roman over een schrijver die er niet in slaagt woorden te vinden om zijn roman mee te vullen.

Eerder gepubliceerd op de website Anthenaeum (29 aug 2011)

dinsdag 14 november 2017

De boom in het land van de Toraja

Philippe Claudel, De boom in het land van de Toraja, De Bezige Bij, 2016.

Een filmmaker komt tijdens een verblijf op Sulawesi in contact met een apart volk, de Toraja. Wanneer iemand van de Toraja overlijdt, wordt hij tussen de wortels van een boom begraven. Ook worden vrienden en familie van over de hele wereld uitgenodigd de plechtigheid bij te wonen. De begrafenis kan daardoor maanden in beslag nemen.

Als de hoofdpersoon terug in Parijs is, krijgt hij het bericht dat zijn beste vriend en producent Eugène kanker heeft.
Het verhaal ontrolt zich met sprongen in de tijd. Eugène komt te overlijden, maar daarvoor hebben de twee vrienden nog vaak ontmoetingen en indringende gesprekken. Over het leven, de liefde, de auteur Kundera.
De ik-persoon observeert het leven, niet alleen de Toraja toen hij op reis was, en zijn vriend die ernstig ziek is, maar ook een vrouw in zijn appartementencomplex. Via het raam kan hij in haar appartement kijken en hij raakt door haar gefascineerd. Uiteindelijk komt het tot een ontmoeting met als gevolg een soort relatie. Maar hij heeft ook nog steeds contact met zijn ex. De ik staat in meerdere opzichten op een tweesprong: twee vrouwen, de dood en het leven, woord en beeld, toekomst en verleden.
herkenbaar voor velen, als we het complexe leven reduceren tot de basiswaarden. Wat hebben we nodig en waar zijn we bang voor.
Een mooi verhaal van een schrijver die zelf ook filmmaker is.

zondag 29 oktober 2017

Aan Frankrijk uitgeleverd

A. Alberts, Aan Frankrijk uitgeleverd, G.A. van Oorschot, 1963.

Na hun studie backpacken jongeren maanden door Australië, werken op cruiseschepen in het Caribische gebied of volgen duikcursussen op Aruba.
Maar hoe zou men reageren als iemand aan de portier van het ministerie van Buitenlandse Zaken vraagt of hij daar kan werken? Op vrijwillige basis. Gewoon, omdat hij graag in Nederland wil zijn, Nederlands wil leren. Een Fransman bijvoorbeeld.

A. Alberts vertrekt in 1937 naar Parijs en meldt zich bij het Franse Ministerie van Koloniën. Hij wordt aangenomen en mag zich nuttig maken.
Hij raakt verzeild in de enorme bureaucratie, de lange gangen en lege kamers met verborgen werkeloosheid, de onverschillige ambtenaren die netjes hun dagen volmaken en zich niet afvragen of het zinnig is wat ze doen. Hij stempelt brieven, verwerkt aanvragen, plakt enveloppen. En hij geniet ervan. Hij is in Parijs en leeft tussen de Fransen. Soms beleeft hij Kafkaiaanse situaties, dan weer slentert hij door de straten van Parijs als een personage uit een roman van Patrick Modiano.
In 1939 verandert de sfeer in Parijs, een nieuwe minister haalt de bezem door het ambtenarenapparaat, de werkeloosheid staat voor de deur en op een vrijwilliger zitten ze, terwijl iedereen voor zijn baantje moet vrezen, niet meer te wachten. Er is geen werk meer voor hem, hij verlaat Parijs en neemt de boot naar Indië. Op naar het volgende avontuur.
Het verhaal is een mooi tijdsdocument, Alberts observeert het Franse ambtenarenleven op een sobere en met droge humor doorspekte wijze. Met Parijs op de achtergrond.Zou er in de tussentijd veel veranderd zijn? Vast niet. Gaat het op de Nederlandse ministeries er in deze tijd ook zo aan toe? Vast wel.