zondag 27 januari 2019

Eilanden


Albert Beintema, Eilanden, Atlas Contact, 2013

Eilanden blijven intrigeren. Afgebakende stukjes of stukken land waar veel of weinig mensen wonen, of soms niemand. Er is altijd iets mee. Het is onontgonnen, er leven aparte diersoorten, er is om gevochten, het komt niet voor op sommige kaarten, men kan er niet aanleggen, de bewoners houden bezoekers angstvallig op afstand en ga zo maar door.

Wat is er dan mooier dan een boek dat helemaal aan eilanden gewijd is. Boudewijn Büch heeft er natuurlijk flink wat over op papier gezet, maar hij is niet de enige. In Eilanden vertelt Albert Beintema, die ook een prachtig boek schreef over het waterhoentje van Tristan da Cunha, zijn persoonlijke band met een negentigtal eilanden, ver weg of gewoon ergens in Nederland in ene rivier. De natuur, de bewoners en de geschiedenis komt aan bod. Voorin staat een aantal kaartjes.

Een boek om in te bladeren, niet van A tot Z te lezen, al staan de eilanden wel zo gerangschikt op naam, en om te herlezen. Net als de boeken van Büch over eilanden en verre streken.
Voor de wereldreiziger, maar ook voor diegene die liever thuis zit en wegdroomt.

zondag 20 januari 2019

Parijse stemmen


Céline Curiol, Parijse stemmen, Ambo Anthos, 2005

Toen de stemmen die in stationshallen nog niet geautomatiseerd waren, vroeg ik me wel eens af wie daar zat. Welke vrouw, het was vaak een vrouw, de hele dag de reizigers informeerde, geruststelde en adviseerde. Nu hoor je zinnen die bestaan uit aan elkaar geplakte woorden met een zo neutraal mogelijke intonatie. Geen grapjes meer, geen vermoeide of verkouden stem, maar onpersoonlijke mededelingen.

In Parijse stemmen is de hoofdpersoon een jonge vrouw die op Gare du Nord de mededelingen omroept. En als ze niet werkt, dwaalt ze door de stad en gaat ze mee met vreemde mannen. Dit alles om afleiding te zoeken, want haar ware liefde houdt haar aan het lijntje. Een getrouwde man die door een toevallig kus op een feestje haar het hoofd op hol heeft gebracht. Ze wil niets liever dan bij hem zijn en wacht op een telefoontje, hoopt op een toevallige ontmoeting en neemt soms bijna zelf het initiatief om hem te zien en te spreken.
Als hij uiteindelijk belooft met haar op pad te gaan, naar Londen, lijkt het geluk voor het grijpen. Voor het eerst zal ze een trein nemen die ze anders alleen aankondigde.

Een tragisch boek met mooie vondsten. Haar stem in de stationshal staat veraf van haar innerlijk dwalende en zoekende stem. Een boek dat nog lang na blijft galmen.

woensdag 12 december 2018

Slapende herinneringen

Patrick Modiano, Slapende herinneringen, Querido, 2018.

In Souvenirs Dormants gaat de hoofdpersoon op zoek naar een periode in de jaren zestig. Hij was toen rond de twintig en bracht zijn dagen liever niet alleen door. Daarom begaf hij zich in vreemde gezelschappen en liet hij zich meenemen naar mysterieuze bijeenkomsten. Het meisje met wie de ik (van wie de naam pas helemaal aan het eind bekend wordt gemaakt), vooral veel omgaat is Geneviève Dalame.

Hoewel Patrick Modiano het verleden graag zo vaag mogelijk laat en zich in zijn andere romans vaak beperkt tot het noemen van alleen namen en periodes, is hij deze keer veel exacter. Deze Geneviève ontmoet de ik in 1964, en van daaruit wordt het verhaal verder verteld. Ze ontmoeten elkaar in cafés, bijvoorbeeld in de ochtend waar zij zit te lezen voor ze naar haar werk moet. De ik verliest dit meisje uit het oog om haar zes jaar later met een kind weer tegen te komen bij dierentuin naast Jardin des Plantes.


Modiano is een meester in het wekken van de suggestie. Hadden zij ooit een relatie? Was de ik graag bij haar gebleven om samen met dit kind en haar een gezin te vormen? Is hij misschien zelf de vader? Omdat de schrijver zoveel open laat, kan de lezer naar hartenlust invullen, net als bij de mensen die je op straat ontmoet of nog vaag kent van vroeger. Wie zijn het, wat is er van ze geworden?
Wederom een prachtige roman van deze Franse melancholicus.



woensdag 28 november 2018

De schilder en het mes


Ollivier Pourriol, De schilder en het mes, De Geus, 2011

In uiterst korte hoofdstukken, vaak niet meer enkele bladzijden, komen een kunstschilder, zojuist geveld door een blindedarmontsteking, en zijn arts aan het woord. Ieder hoofdstuk heeft een of meer motto's: citaten en uitspraken van bekende mensen zoals Dali en Braque. Maar ook tijdens de gesprekken tussen beide heren passeren kunstenaars en schrijvers (Camus) de revue of wordt er over de Mona Lisa van Da Vinci gesproken. De wetenschapper wordt ingewijd in de kunst, leert die te begrijpen en te waarderen. Zo ook misschien de lezer, die aan de hand van anekdotes, over bijvoorbeeld Picasso, vragen voorgespiegeld krijgt over de werkelijke waarde van kunst.
Een vermakelijk boek dat ondanks soms wat trage uitweidingen en overpeinzingen snelheid behoudt door de korte hoofdstukken en vele motto's. Net zoals wanneer je een schilderij bekijkt en dat kriskras doet, aangetrokken door iets wat opvalt, zo wordt ook het boek gepresenteerd, in korte stukken tekst, ieder met een eigen kleur. 

woensdag 21 november 2018

Alabama Song

Gilles Leroy, Alabama Song, Uitgeverij Cossee, 2011

De Franse schrijver Gilles Leroy (1958) kruipt in dit op biografische gebeurtenissen gebaseerde verhaal de huid van Zelda (1900-1948), vrouw van de grote schrijver Scott Fitzgerald (1896-1940). Hij laat haar vertellen over haar leven vol glamour en met vele ups en downs. 
In 1918 ontmoet ze Scott Fitzgerald, dan nog een jong soldaat die vastbesloten is een beroemde schrijver te worden. Ze trouwen, maar al snel groeit het eigenzinnige koppel uit elkaar. Hij raakt aan de drank en verwaarloost zijn vrouw, zij lijdt meer en meer onder depressies en heeft een kortstondige relatie met een Franse vliegenier, de enige ware liefde in haar leven, blijkt later. Als ze een dochter krijgen, acht Scott haar ongeschikt voor het moederschap. Zelda verblijft steeds vaker in klinieken en gaat uiteindelijk, ze is dan rond de veertig, weer bij haar moeder wonen. 
Het boek bestaat voor een groot deel uit terugblikken, herinneringen aan haar leven vol roem en aandacht. Ze ziet in dat ze misschien een verkeerde keuze heeft gemaakt en dat haar leven ook heel anders had kunnen lopen. Een prachtig fictief verhaal over historische figuren dat zo indringend wordt verteld dat het evengoed allemaal waar had kunnen zijn. Niet voor niets winnaar van de Prix Goncourt in 2008. 

woensdag 14 november 2018

Florijn


Ernst Timmer, Florijn, Prometheus, 2013.

‘Ik ben: Joost Beekman, mens. Mijn product  heet: begeleiding.’ Zo introduceert Ernst Timmer in zijn derde roman de hoofdpersoon van Florijn.
Deze beschrijving kan op velen en tal van verschillende beroepen van toepassing zijn, maar zeker op Joost Beekman die in de zorgverlening werkt en de taak krijgt om meneer Florijn te begeleiden. De begeleiding bestaat in voornamelijk uit het elke week langsbrengen van contant geld, zodat Florijn de boodschappen kan betalen. Florijn is een chagrijnige oude man die stinkt, een kluizenaar, afgekeerd van de wereld, van iedereen die hem wil helpen. Met een hond die ook stinkt en op het tapijt poept als de achterdeur naar de tuin niet openstaat.
Timmer beschrijft in korte droge zinnen vanuit Joost Beekmans perspectief het wel en wee van meneer Florijn. Af en toe laat hij iets doorschemeren van het leven van Joost, die naast hulpverlener ook vader en echtgenoot is.
Soms is de beeldspraak origineel en treffend, om dan in dezelfde zin helaas weer te cliché te worden: ‘In de hal van het ziekenhuis bevrijdde ik me van het regenpak, dat als vers aangebracht behang tegen mijn kleren geplakt zat. Ik schopte het lood uit mijn schoenen en probeerde monter de trap op te lopen.’ Hoe schop je lood uit je schoenen, zelfs al is het overdrachtelijk? Maar gelukkig komt dat zelden voor. De droge humor overheerst en daardoor wordt de schrijnende situatie van meneer Florijn een stuk lichter, soms zelfs komisch.


woensdag 7 november 2018

Mijn wilde tuin


Meir Shalev, Mijn wilde tuin, Ambo Anthos, 2018.

Voor liefhebbers van tuinieren is Mijn wilde tuin van Meir Shalev een mooie aanvulling op de collectie. Het zijn bespiegelingen en beschrijvingen van de schrijver zelf. Hij tuiniert niet als professional, maar als liefhebber die tijdens het werk in de tuin ook nadenkt over het leven en de natuur zelf. De ondertitel is: Aantekeningen van een wildtuinier. Zo kan het boek misschien ook het beste gelezen worden. Shalev verruilde Jeruzalem voor het platteland en geniet daar volop van het onderhouden van zijn 'wilde' tuin. Het zijn vermakelijke verhalen over bijvoorbeeld de mierenkoloniën die zijn tuin bevolken of over hoe hij wel eens om regen bidt. De observaties, waarin ook religie en literatuur aangehaald worden, zijn niet alleen boeiend, maar ook humoristisch, zoals het verhaal ‘De achterlijke specht’ over een specht die tegen met volle overgave drie dagen lang op een vogelhuisje voor koolmezen blijft hameren. De verhalen worden afgewisseld met mooie tekeningen, in kleur en zwart-wit, van bloemen, bomen, doorkijkjes en landschappen.


dinsdag 22 mei 2018

Het feest der onbeduidendheid

Milan Kundera, Het feest der onbeduidendheid, Ambo/Anthos, 2015.

De vier verhaallijnen in Het feest der onbeduidendheid bestaan uit de gedachten, ideeën en levensgebeurtenissen van de vier bevriende hoofdpersonen. Soms herkenbaar, dan weer origineel, een enkele keer absurd. Hoewel deze roman uit slechts 108 bladzijden bestaat, telt hij zeven delen met elk een aantal korte hoofdstukken. Vergelijk het met een aantal sub-gedachten die elk te herleiden zijn tot die eerste gedachte waar alles omheen draait. Iedereen probeert het wel eens: het spoor van een gedachtegang terug volgen naar de bron. In dit geval: het belang van de onbeduidendheid.

Voorvallen, ideeën en ontmoetingen, zoals die in Jardin de Luxembourg, leiden weer tot andere voorvallen en ideeën. Alles haakt in elkaar. Zo hebben zowel Alain als Charles het moeilijk met hun moeder. Die van Alain wilde helemaal geen kind en Alain heeft daar zijn hele leven last van, die van Charles ligt op sterven terwijl hij de cocktailparty organiseert
.


Ondanks de soms grote en indringende gedachten die de hoofdpersonen met zich meedragen, gaat het leven verder en is het een aaneenschakeling van onbeduidende zaken. En juist daarom wil Kundera ons laten zien dat we moeten genieten van de kleine onbelangrijke dingen die we maar al te vaak over het hoofd zien. De vier hoofdpersonen komen elkaar tegen op een feestje, vandaar de titel.
'Onbeduidendheid, beste vriend, is de essentie van het bestaan,' zegt Ramon tegen D’Ardelo wanneer ze elkaar na het feestje weer tegenkomen. ‘Ze is zelfs daar waar niemand haar kan zien. In gruwelen, in bloedige gevechten, in de vreselijkste rampen. We moeten de onbeduidendheid niet alleen herkennen, we moeten van haar houden, van haar leren houden. Hier, in dit park, voor onze neus, kijk, hier is ze in alle vanzelfsprekendheid aanwezig.’

dinsdag 15 mei 2018

Nieuw Eiland


Sander Meij, Nieuw Eiland, Nieuw Amsterdam, 2015.

Korte, veelal vormvaste gedichten waarin vooral de cadans van de woorden het ritme van de zinnen bepaalt. Rijm ontbreekt. Het zijn gedachten, observaties, bedenkingen bij de wereld waar de dichter zich een weg in zoekt. De ik weet niet zo goed wat hij moet, waar hij is, wie hij wil zijn. Kennen, herkennen, gezichten, een spiegel, het zijn begrippen waarmee de dichter zichzelf en zijn omgeving bekijkt. Hij is op weg, soms in gedachten, soms daadwerkelijk: 'van de week nog dacht ik: ik moet hier weg / de trein naar Rotterdam gepakt / het lag er weer bij als verwacht / ik wandelde en jankte wat.

Hoewel het moeilijk is de werkelijkheid in woorden te vangen, lukt het dichter met mooie regels die het waard zijn over te lezen. Ook om ze beter tot je door te laten dringen, ook omdat ze vaak treffend zijn: woorden lossen woorden af / waar het om gaat ligt ertussen / alles is mogelijk in dit wantij. Een treffende debuutbundel.

dinsdag 8 mei 2018

Wijk


Jonathan Griffioen, Wijk, Lebowski, 2017.

In Wijk wordt aan de hand van een aantal treffende gedichten het nabije verleden geschetst. De lezer krijgt in een soort stream of consciousness de gedachten van de ik-persoon voorgeschoteld. Deze ik observeert, reflecteert, herinnert zich en voert korte dialogen met de mensen om hem heen. De gedichten zijn opgedeeld in hoofdstukken die samen een eenheid vormen en een verhaal vertellen. Zoals in 'Paul is dood', waarin in zeven gedichten de rode draad gevormd wordt door tijd, karnemelk en oom Herman, die er niet van houdt om op verjaardagen in kringetjes te zitten. De ik rookt onder de afzuigkap 'zodat moeder en vader/geen kanker krijgen/maar de gezwellen/in het rooster groeien.

De poëzie is niet altijd even toegankelijk, het is immers lastig de gedachten van de ander te volgen zonder er zelf invloed op te hebben, maar soms ook schetsen ze treffende beelden en herkenbare observaties. Grappig, met een melancholische ondertoon, zoals de 40.000 jaar oude grottekeningen die in de Kaapse bossen nabij Maarn gevonden worden waar een God staat afgebeeld met de 'Zijn handen in Zijn haar.'

dinsdag 1 mei 2018

De geestbewaarder


Ton van der Lee, De geestbewaarder, Uitgeverij Balans, 2009.

Een verhaal over zeeman Caspar uit Durgerdam die eind achttiende eeuw slaven van Afrika naar Suriname vervoert, en Stanley, een Surinaamse Nederlander, die anno nu een koffiehuis heeft in Amsterdam. De laatste gaat op zoek naar zijn wortels, zijn stammoeder die vanuit Afrika als slaaf verhandeld is. Om de reizen naar Afrika te bekostigen begint hij bij een wietkwekerij. Eenmaal op het spoor van zijn voorouder, verlaat hij zijn gezin en vestigt zich in Sierra Leone. Caspar’s verhaal wordt verteld aan de hand van brieven aan zijn geliefde in Nederland. Als enige overlevende van een schipbreuk spoelt hij aan op de Afrikaanse kust. Hij wordt zich er steeds meer van bewust dat slaven ook mensen zijn, net als hij.


De ontknoping is een aardige vondst: Caspar heeft de stammoeder van Stanley zwanger gemaakt. Stanley is dus geen volbloed Afrikaan, zijn wortels liggen evengoed in Nederland.
Het verhaal van Caspar is mooi, het verhaal van Stanley af en toe wat te gezocht en ongeloofwaardig. Alles bij elkaar is het een boeiend boek over de Nederlandse betrokkenheid bij en de gevolgen van de slavernij, een episode die niet vergeten mag worden.

dinsdag 24 april 2018

Voor de eeuwigheid


François Cheng, Voor de eeuwigheid, Atlas, 2006.

Een monnik verlaat na dertig jaar zijn klooster om op zoek te gaan naar zijn geliefde van lang geleden. Ze ontmoeten elkaar, maar het blijkt, door allerlei omstandigheden, onmogelijk uiteindelijke nader tot elkaar te komen.

Het verhaal speelt zich af in het China in de zeventiende eeuw. Daosheng ontmoet als jonge violist tijdens een optreden het meisje Lanying. Ze wisselen blikken uit, meer niet. Hun levens scheiden zich, maar de ontloken liefde blijft. Zo hevig zelfs dat Daosheng dertig jaar later het klooster verlaat om op zoek te gaan naar haar. Ze vinden elkaar, maar hun levens zijn zo verschillend (zij is getrouwd en hij verdient de kost als waarzegger op straat) dat hun contact puur platonisch blijft. Zijn hele verdere leven blijft Daosheng verlangen en wachten op haar. Hij ontmoet de eerste Jezuïeten die naar China getrokken zijn om het christendom te verspreiden. Hun liefde voor de Zoon van God vergelijkt hij met zijn liefde voor Lanying: hevig, alles overstijgend, maar zonder fysiek contact.
Het verhaal geeft een inkijkje in het leven in de zeventiende eeuw in de binnenlanden van China. Het klooster- en stadsbestaan worden levendig en uitvoerig beschreven. In dat opzicht raakt het boek aan een historische roman. Het bloemrijke taalgebruik en de soms filosofische overpeinzingen van de monnik passen uitstekend bij het onderwerp en de setting.

dinsdag 17 april 2018

Herinneringen van een prettig gestoorde jongeman


Frédéric Beigbeder, Herinneringen van een prettig gestoorde jongeman, Kritak-Goossens, 1991.

In die tijd was alles groot. We brachten onze dagen door in  grote scholen en onze nachten in grote flats. We hadden grote handen, grote verwachtingen en grootouders. Onze populairste adjectieven waren ‘ grandioos’, immens’, gigantisch’, ‘enorm’. Wij zelf waren naar alle waarschijnlijkheid nog niet tot ware grootte gekomen.

Het debuut van de inmiddels succesvolle Franse schrijver Beigbeder. Een grappig verhaal over een jongvolwassene die een groots en meeslepend leven najaagt en daar op zijn eigen manier uiteindelijk in slaagt. Of toch niet?
Bij een bomaanslag op een boekwinkel ontmoet hij de liefde van zijn leven: Anne. Ze liggen beiden op de grond, gewond en verslagen. Vanaf dat moment weet hij dat hij haar wil. Maar hoe kun je iemand terugvinden van wie je alleen het uiterlijk kent? Het lukt de hoofdpersoon Mark Maronnier op een geloofwaardige manier.
Een vermakelijke novelle. Altijd leuk om van een bekende schrijver zijn eersteling te lezen.

dinsdag 20 maart 2018

Die vervloekte Dostojevski


Atiq Rahimi, Die vervloekte Dostojevski, De Geus, 2012

Al op de eerste bladzijde, in de regels zin zelfs, laat Rahimi zijn hoofdpersoon verwijzen naar Dostojevski. Hij verweeft de het werk van Dostojevski op kunstige maar zeker niet gekunstelde wijze door zijn eigen verhaal.

'Rassoel heeft de bijl nog maar net opgeheven om hem op het hoofd van de oude dame te laten neerkomen, of het verhaal van Misdaad en straf schiet door hem heen. Het treft hem als een bliksemflits. Zijn armen beginnen te trillen; hij wankelt op zijn benen.'
Rassoel vertoont veel overeenkomsten met Raskolnikov, de hoofdpersoon uit het bekende Russische boek. Beiden vermoorden een oude woekeraarster met een bijl en beiden willen er op een of andere manier voor boeten of gestraft worden. De achterliggende gedachte is of hun misdaad echt een misdaad is. Nana Alia leent geld aan arme mensen en treedt ook op als hoerenmadam. Ze laat jonge meisjes voor zich werken. Een van die meisjes is Soefia, op wie Rassoel verliefd is.

Een mooi gegeven is dat Rahimi ervoor kiest dat Rassoel een groot deel van het verhaal zijn stem kwijt is. Het verlies is het gevolg van een afranseling door een paar politieagenten die bij hem thuis Russische boeken aantreffen en denken dat hij met de vijand heulde en communist is. Ze hebben geen boodschap aan Rassoels opmerking dat het om literatuur gaat, om een groot Russische schrijver.
Rahimi speelt met taal. Wat bewijzen woorden, wat moet iemand doen om gezien te worden? Een daad krijgt pas betekenis als erover gesproken of geschreven wordt. Hij laat de stemloze Rassoel veel nadenken, er wordt tegen hem gepraat terwijl hij zwijgt; men wil de woorden uit hem trekken, maar dat lukt niet. Af en toe schrijft hij wat op, maar ook dat leidt nergens toe. En als hij dan weer zijn stem terug heeft en uitroept dat hij zich komt aangeven, wordt er niet naar hem geluisterd.

‘Ja, dat is het, ik ben slachtoffer van mijn eigen misdaad. En het ergste is nog dat mijn misdaad niet alleen banaal en vergeefs is, maar dat hij niet eens bestaat. Niemand heeft het erover. Het lijk is op mysterieuze wijze verdwenen. Iedereen denkt dat nana Alia met haar sieraden en haar fortuin naar het platteland is vertrokken. Bent u in uw archieven al eens zo’n misdaad tegengekomen?

Raskolnikov eindigt in een strafkamp, het relaas van Rassoul eindigt anders. Atiq Rahimi laat zien dat het verhaal nog niet afgelopen is.

maandag 12 februari 2018

De laatste boot naar Sint-Helena

Ron Moerenhout, De laatste boot naar Sint-Helena, Meulenhoff 2016.

Het is de vraag of je een gebied of eiland moet bezoeken waarvan je vindt dat er eigenlijk al te veel toeristen heen gaan. Zoals Patagonië, de uitgestrekte leegte, de pampa’s de kleine stadjes aan de kust van Argentinië, dat alles verdwijnt als je er enthousiast over schrijft en er zelf vaak heen gaat. Want waarom mag jij wel, en die ander niet?


Dat gevoel heb ik ook bij Sint- Helena en Tristan da Cunha. Beide verafgelegen, moeilijk bereikbare eilanden in de Atlantische Oceaan. Ik zou er graag heengaan en net als bijvoorbeeld Boudewijn Büch rondlopen en ervaren hoe het is om zo ver de rest van de bewoonde wereld te zijn. En hoe langer je wacht, hoe minder exclusief het wordt. Zeker wanneer er, zoals op Sint-Helena, een vliegveld aangelegd wordt waardoor je niet meer vijf dagen per boot onderweg bent vanuit Kaapstad, maar in een aantal uur op het eiland kunt landen. Niet alleen is Sint-Helena interessant om zijn afgelegen locatie en kleine en overzichtelijke mini-maatschappij, maar ook omdat het de laatste verblijfplaats was van Napoleon. 
Gelukkig hoef je er ook niet altijd heen om de sfeer te proeven, je kunt ook vanuit huis de reis maken, bijvoorbeeld met het boek van Ron Moerenhout. Hij heeft, voordat het vliegveld gerealiseerd werd, nog een van de laatste reizen met de boot gemaakt. Op zoek naar de relatie met Nederland, dat het eilandje ook kort in bezit had, spreekt hij veel bewoners, bezoekt Longwood house waar Napoleon zijn dagen sleet, probeert hij de Nederlandse vlag tijdelijk te laten wapperen boven het eiland en speurt naar het echte verhaal achter de ontsnapping van Willem Merk die in de jaren negentig gevangen zat op het eiland wegens drugssmokkel.
De schrijver schetst in een prettige stijl met veel feiten en achtergrondinformatie een redelijk volledig beeld van dit afgelegen deel van het Britse rijk. Een verleidelijk opstapje om misschien toch maar eens op reis te gaan.