maandag 1 juni 2020

Kleine Hellen


Anne Moon Disko, Kleine hellen, Uitgeverij Oevers, 2018

Bij een debuut is het altijd afwachten, maar Kleine Hellen is wat mij betreft zeer geslaagd, zowel qua verhaal, stijl en vormgeving. De verschillende verhaallijnen cirkelen om grote gebeurtenissen in de levens van de hoofdpersonen Vera en Max heen, ze zijn zus en (jongere) broer. Ooit waren ze met z’n drieën, of beter gezegd: ze hadden met z’n drieën moeten zijn. De tragiek komt hun leven in gedenderd en laat ze niet meer los. Kunst en schrijven kunnen uitlaatkleppen zijn, behalve wanneer je herinneringen probeert te vangen of juist iemand wil vastleggen op het doek, zoals in het geval van Max die zijn zus schildert.
De auteur speelt met de perspectieven, soms vanuit de derde persoon, dan weer is een ‘ik’ aan het woord en duurt het even voor je door hebt wie van de twee het is, Max of Vera, maar ook dat werkt goed. Je speurt als lezer naar aanknopingspunten om er achter te komen wie vertelt.  Ze schrijven over elkaar en over zichzelf, om het leven te begrijpen, om dat wat er gebeurd is aanschouwelijk te maken en er grip op te krijgen.
De stijl is eenvoudig en daardoor aangrijpend. Geen dikdoenerij, geen melodramatische woorden. Prachtige kleinood dat het verdient gelezen te worden.

maandag 25 mei 2020

Charlotte

David Foenkinos, Charlotte, Uitgeverij Cossee, 2015.

Niet alleen de inhoud van dit lange prozagedicht is krachtig en blijft de lezer bij, ook de vorm is indrukwekkend. David Foenkinos baseert zich voornamelijk op het boek Leben? oder Theater? Van Charlotte Salomon zelf,  een combinatie van gouaches en tekst. Het origineel bevindt zich in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Ook bezocht Foenkinos plaatsen waar Charlotte heeft gewoond en herschept hij in korte krachtige zinnen haar biografie. Charlotte, wier talent al blijkt op de kunstacademie in Duitsland, vlucht in de aanloop naar WO II naar Zuid-Frankrijk. Ze laat niet alleen haar ouders achter, maar ook haar geliefde. Wanneer ze zich in het nog vrije Frankrijk bij haar grootouders voegt, sluit ze zich af en geeft zich over aan het papier en de verf. Toch blijft ze als Joodse vrouw ook daar niet veilig.

Foenkinos heeft ervoor gekozen alle zinnen onder elkaar te zetten. De zinnen zijn nooit langer dan één regel, vaak enkelvoudig, soms met een korte bijzin. Hierdoor ontstaat een bepaalde cadans, een ritme waarop het leven van Charlotte zich ontvouwt. Sommige zinnen zijn ferm en direct, maar vaker zijn ze poëtisch en kleuren ze regel voor regel de gebeurtenissen.  

Tegen het einde komt de biografie in een stroomversnelling. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, het drama dient zich aan, van meerdere kanten. Charlotte is niet aan haar einde gekomen zoals ze zelf voorzien had en waartoe ze voorbestemd leek. Ze heeft haar leven zo intensief mogelijk geleefd. Als ze na twee jaar werk het boek met tekeningen en teksten dichtklapt, geeft ze het aan de vrouw die haar in Zuid-Frankrijk heeft opgevangen tijdens de oorlog, met de worden: C’est toute ma vie.

Dankzij Foenkinos maakt de lezer kennis met dat leven, met Charlotte, een vrouw die, zoals zovelen, niet mocht zijn wie ze was.

zondag 17 mei 2020

Een blad in de wind

Jacoba van Velde, Een blad in de wind, Uitgeverij Oevers, 2016.

Gare du Nord. Ik sta op en kijk in het verweerde spiegeltje boven de bank en zoals altijd de laatste jaren herken ik mezelf niet onmiddellijk, schrik ik van dit gezicht dat nu het mijne is.

Een mooi vormgegeven heruitgave van de roman Een blad in de wind die voor het eerst in 1961 verscheen. De schrijfster, Jacoba van Velde, woonde afwisselend in Nederland en Parijs en ook de hoofdpersoon, Helena Berger, kent Parijs goed.

Aan het begin van het boek keert Helena terug naar de stad waar ze ooit studeerde aan een balletschool en waar haar carrière in de danswereld begon. Haar docente in Nederland vond dat ze over uitzonderlijk talent beschikte en stuurde haar daarom naar Frankrijk. 

Nu, vele jaren later denkt ze in een Parijse hotelkamer terug aan die tijd, aan de successen en tegenslagen die ze op haar pad tegenkwam. 
Al tijdens haar studie bleek het lastig om in Parijs aan de slag de kunnen als balletdanseres. Ze verkoos uiteindelijk het variététheater, dat in kunstzinnig opzicht een achteruitgang was, maar er was in ieder geval werk en ze zag bijna heel Europa. Een enerverend leven dat mooi contrasteerde met de veilige thuishaven in Nederland, bij haar oom en tante, waar ze van tijd tot tijd op adem kwam. Zeker wanneer het allemaal niet lukte, zocht ze haar heil aan de Nederlandse kust. 

Een indringend verhaal over talenten en kansen die niet altijd ten volle benut kunnen worden, gewoon, omdat het leven zwaar en ingewikkeld kan zijn.

maandag 11 mei 2020

Elise's Parijs - 1858 - Reisimpressies


Frieda van Essen, Elise's Parijs - 1858 - Reisimpressies

Er is al ontzettend veel over Parijs geschreven, vanuit verschillende invalshoeken, over verschillende periodes. Toch verveelt dit kleurrijke boek vol illustraties geenszins. Misschien omdat het vermakelijk is, misschien omdat het over één specifiek jaar gaat door de ogen van een minder bekende hoofdpersoon.

Elise Schiotling (1822-1904) was een Nederlandse feministe, pedagoge en navolgster van Friedrich Fröbel (naar wie het bekende werkwoord verwijst) die in Duitsland de eerste kleuterschool oprichtte.
Elise's Parijs is samengesteld op basis van Schiotlings eigen reisverslag dat 400 pagina’s telt (Wat Parijs mij te zien en te denken gaf) en dat gaat over haar verblijf in 1858 van een maand in Parijs, waar zij verbleef met twee andere dames die actief waren in het pedagogisch werkveld.

Frieda van Essen heeft een mooie compilatie gemaakt van de bestaande teksten van Elise. Het zijn observaties over het (uitgaans)leven, de gewoontes, gebouwen en straten van de stad. In allerlei kaders wordt daarbij door Van Essen de historische context geschetst aan de hand van feitelijke informatie. 

De prachtige illustraties van affiches, spotprenten, tekeningen en foto's verlevendigen het geheel waardoor het een aantrekkelijk bladerboek is geworden.

maandag 4 mei 2020

Mijn kinderjaren in de Provence

Marcel Pagnol, Mijn kinderjaren in de Provence. De geus, 2018

Marcel Pagnol schetst in Mijn kinderjaren in de Provence op met mooie beschrijvingen en grappige dialogen zijn liefde voor zijn kindertijd. Hoewel het om een tijdperk gaat ver in het verleden en wat betreft comfort ver van ons bed - de automobiel kwam langzaam in het straatbeeld - schrijft hij zo levendig dat je met hem mee verlangt naar toen en graag met de kleine Marcel en zijn vriend Lili door de eindeloze natuur had lopen struinen op zoek naar niets.
Het vullen van de tijd ging vanzelf, je hoefde niet te bedenken welk uitstapje er vandaag weer gemaakt moest worden, welke pretparken of dierentuinen bezocht moesten worden. Niets doen, lopen, op je rug liggen in het gras, bergtoppen beklimmen, het was voldoende. Grappig is het lange pad door allerlei privétuinen die de vader met zijn gezin koste wat het kost wil nemen om zo een stuk af te snijden. Maar daar zijn langs niet alle eigenaren van de landgoederen het mee eens. Je ziet het gezin voorzichtig en stiekem struinen met alle bagage voor een verblijf van enkele weken. Een prachtig tijdsbeeld van een verdwenen tijd. 
De hoofdpersonen genieten van wat het leven te bieden heeft zonder op zoek te zijn naar een ultieme uitdaging of onvergetelijke ervaring. Daardoor wordt de beleving misschien nog wel intenser en blijft die je beter bij. Het is het proberen waard.

maandag 27 april 2020

Waar ook ter wereld - De avondgesprekken

Arnon Grunberg, Wim Noordhoek, Waar ook ter wereld - De avondgesprekken


Compilatie in boekvorm en op cd van een aantal van de gesprekken die Wim Noordhoek, presentator bij het VPRO radioprogramma De Avonden, voerde met Arnon Grunberg tussen 2006 en 2012. 

Eens per week belde Wim Noordhoek met Arnon Grunberg, waar hij ter wereld ook was. Vaak onderweg, soms in New York, zijn woonplaats. Noordhoek begint het gesprek vaak met een vraag naar aanleiding van iets wat Grunberg op zijn weblog heeft geschreven, waarna het gesprek de diepte in gaat, op persoonlijk vlak of in algemene zin. Bijvoorbeeld over een vrouw met een been die wandeltochten begeleidt in een dorpje in Canada, waarna het begrip schaamte ter sprake komt. Of over een plant die dood blijkt te zijn na Grunbergs thuiskomst en of er een verschil zit in het verzorgen van dieren en van planten. 

Het zijn aangename gesprekken, juist door de persoonlijke invalshoeken, ook van Noordhoek, die bovendien niet gericht zijn op de luisteraar, maar oprecht plaatsvinden tussen twee mensen die het leuk vinden elkaar weer te spreken. En dat alleen al levert voldoende genot om mee te luisteren of lezen.

maandag 20 april 2020

Herinneringen aan een verloren wereld


Alba Arikha, Herinneringen aan een verloren wereld, Uitgeverij Oevers, 2018.

Alba groeit op in Parijs in de jaren tachtig, met haar ouders en zus gaat ze in de zomer vaak naar Israël waar haar grootouders wonen. Niet alleen groeit zij op tussen twee culturen, ook de geschiedenis van haar ouders en grootouders draagt ze met zich mee. Alba’s vader is de bekende schilder Avigdor Arikha, haar oom was Samuel Becket. Als meisje probeert ze in dit kunstenaarsmilieu een eigen weg te vinden. Ze zet zich af, maakt ruzie met haar vader, maar wil dan weer alles weten van zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar ene oma ziet ze graag, de andere sporadisch. Waar voelt ze zich meer thuis, in het mondaine Parijs, of in haar ‘thuisland’ Israël?

Het is Jom Kippoer. De Grote Verzoendag. We gaan met mijn moeder naar de synagoog in de rue Copernic. Mijn vader blijft thuis.
Niets voor mij, zegt hij. Gaan jullie maar.
Wij willen niet gaan! Roepen mijn zus en ik uit.
Volg je moeder en maak geen ruzie met me.
Mijn vader gelooft nergens in. Waarom zouden wij dat dan wel doen?
Het is niet eerlijk.
Dit gaat niet over eerlijkheid maar over plicht, antwoordt hij beslist.

Alba probeert te ontsnappen aan de strenge regels en verwachtingen van thuis en neemt uiteindelijk een radicale beslissing.

Prachtige biografische fictie, in een heldere stijl met korte zinnen waardoor het verhaal vaart heeft en makkelijk wegleest, maar daarom niet minder indringend is.

maandag 13 april 2020

Limonov


Het boek Limonov van Emanuel Carrère  is door het overlijden van de dichter-rebel Eduard Limonov weer actueel. Lees hier een 'oude'  boekimpressie.


zondag 26 januari 2020

De geschiedenis van mijn kaalheid

Marek van der Jagt, De geschiedenis van mijn kaalheid, De Geus, 2000.

‘Er zijn vele manieren om te falen, maar falen in de ogen van degene die jou ter wereld heeft gebracht is een van de bitterste soorten.’

De geschiedenis van mijn kaalheid is speels, serieus en doorspekt met allerlei prachtige zinnen en observaties om even op te kauwen. Een jonge student worstelt met zijn lichaam en is daarom misschien nog wel meer op zoek naar de ware liefde, hoewel hij weet dat die niet gelukkig maakt, maar wel de moeite waard is.
Hij studeert filosofie, geeft bijles en woont met zijn vader en broers in een groot huis in Wenen. Zijn dagelijkse bezigheden concentreren zich op zijn poging in contact te komen met vrouwen om zo de ‘amour fou’ te ontdekken. Zijn moeder had tal van minnaars, maar was niet gelukkig. Dus wat is liefde en wat moet je ermee als je het denkt gevonden te hebben?

‘Betekenis, ik daag u uit. Kom naar beneden, roept u maar, doe maar een gooi naar de onsterfelijkheid, alles wat u roept is goed.’

zaterdag 21 december 2019

Een bed tussen de boeken

Jeremy Mercer, Een bed tussen de boeken, Atlas, 2009.

Voor de Tweede Wereldoorlog was boekwinkel Shakespeare and Company een belangrijke ontmoetingsplek voor schrijvers die in Parijs verbleven, zoals Ernest Hemingway en James Joyce. De eigenaresse Sylvia Beach gaf zelfs als eerste Ulysses uit.

Na de oorlog opent George Whitman op de oever van de Seine een boekwinkel en antiquariaat met dezelfde naam en met hetzelfde principe: boeken verkopen en onderdak bieden aan schrijvers en intellectuelen. 
Op het moment dat de auteur Jeremy Mercer er zijn intrek neemt, in het jaar 2000, hebben al meer dan 40.000 mensen een of meer nachten op een van de bedden tussen de boeken overnacht. Veelal berooide en ontheemde schrijvers, die een handje helpen in de winkel. 

Mercer beschrijft op een grappige manier zijn vreemde huisgenoten, het leven in de winkel, maar vooral de eigenzinnige George die ondanks zijn hoge leeftijd boordevol ideeën zit. De winkel blijkt een levende legende en staat in iedere reisgids van Parijs wat zorgt voor een dagelijkse stroom toeristen, op zoek naar boeken en een vleugje nostalgie. Zeer de moeite waard, zeker voor wie de boekwinkel wel eens bezocht heeft.

zaterdag 14 december 2019

Hoogtij langs de Seine

Diederik Stevens, Hoogtij langs de Seine. Atlas, 2012.

Er zijn meer boeken over Nederlandse schrijvers in Parijs (Rue 'd AmsterdamParijse feesten) maar in Hoogtij langs de Seine lijkt Diederik Stevens een zo compleet mogelijk beeld te geven van Nederlandse schrijvers en kunstenaars in Parijs in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Simon Vinkenoog woont er bijna tien jaar en zijn huis is voor vele kunstzinnige Nederlanders een toevluchtsoord. Ook Campert, Wolkers en Cremer worden op de voet gevolgd tijdens hun korte en lange verblijven in Parijs. 
Naast deze schrijvers hebben de Cobra-kunstenaars zoals Appel en Corneille het begin van hun carrière in Parijs doorgebracht. Een centrale plek was het pand aan de Rue Santeuil 20, waar menig beginnend schilder in armoedige omstandigheden zich op de kunst stortte.

Stevens is uitvoerig met namen en data: wie wat deed, met wie omging en waar heeft rondgehangen: in talloze galeries, cafés, restaurants, hotels en musea. Deze locaties worden ook nog afzonderlijk beschreven in het boek, dat met de plattegronden voorin en foto's her en der verspreid een overzichtelijk naslagwerk wordt dat ook nog eens in een zeer prettige stijl geschreven is. 
Parijs was ontzettend belangrijk voor de naoorlogse generatie. Ontsnapt aan de soms benauwende wederopbouw in Nederland vond menig jonge schrijver en kunstenaar vrijheid en inspiratie in de Franse hoofdstad. 



zaterdag 7 december 2019

De Stille Vriend

Gerard Reve, De Stille Vriend. Manteau, 1984

De novelle De Stille Vriend begint met een ontmoeting in de tram, waarbij de hoofdpersoon een jongeman herkent die hij een aantal jaren eerder ook al eens ontmoette. De herkenning lijkt niet wederzijds.
Speerman, inmiddels rijk en in het buitenland wonend, duikt in het verleden en beschrijft in een lange flashback de korte relatie van vroeger. Toen was hij arm en woonde hij als beginnend schrijver op een zolderkamertje in Amsterdam. 

In hoeverre de liefde wederzijds was, blijft onduidelijk. Wel dat de verteller in onzekerheid achterblijft als de jongen niets meer van zich laat horen. Hoezeer kan een contact van enkele weken iemand zo van zijn à propos brengen: 

'Ja, de liefde, die wist wat. Eigenlijk was zij voor Speerman altijd een probleem geweest. Zij was voor hem iets totaals, waar men niet tegenop kon. Wat hem volstrekt onbegrijpelijk voorkwam, dat was het bestaan van mensen die de liefde, of wat ze zo noemden, naar bevindingen van zaken in hun leven konden toelaten en wederom afdanken - alsof zij nooit bestaan had - zodra zij meer begon te eisen dan zij opbracht.'

Een mooi Reviaans verhaal met van tijd tot tijd prachtige zinnen:

'Reeds  de volgende dag echter, toen het des namiddags zonnig en minder koud geworden was maar het daglicht daarbij een nog grotere weemoed over de dingen uitspreidde dan anders, hield Speerman het niet langer vol (...).





maandag 4 november 2019

Filip's sonatine


Willem Frederik Hermans, Filip's sonatine, De Bezige Bij, 1985

In tien dagen schreef Willem Frederik Hermans zijn novelle Filip’s sonatine. Je hebt de 56 bladzijden zo uit, maar er zit genoeg in om er nog even over na te denken. De oorlog speelt een marginale rol, muziek daarentegen en de verwachtingen die mensen van elkaar hebben voeren de boventoon.

Gerrit Hondijk is een begenadigd pianist, al zal hij nooit een grote ster worden. Hij begeleidt de zangers Aletta Stroll, die een zoontje heeft Filip. Als zij breekt met de vader van Filip, een violist, gaat ze samenwonen met Gerrit, die op die manier mede-opvoeder wordt van Filip. Gerrit ziet in Filip een natuurtalent en zou hem het liefst tot een groot pianist maken.
Maar de vraag is of Filip dat wil, of het verstandig is de talenten van een wonderkind uit te buiten en ook of je altijd zo talentvol blijft? Iedere zeven jaar zijn alle cellen van het menselijk lichaam vernieuwd, dus niemand blijft wie hij of zij was.

Deze novelle is een ode aan de muziek. ‘Componeren. Iets achterlaten dat door andere steeds opnieuw tot leven werd gebracht! Hogere vervulling van een muziekbestaan bestond niet.’

maandag 28 oktober 2019

Fenrir


Hella Haasse, Fenrir, Een lang weekend in de Ardennen, Querido, 2000.

Met alle aandacht voor de wolven in Nederland en België is Fenrir weer een actueel boek geworden. Het verscheen in 2000. 
De hoofdpersoon, een jonge journalist die bezig is met het samenstellen van een wolvenencyclopedie, komt door een toevallige ontmoeting met een oud-klasgenoot in de Ardennen terecht, waar een bekende concertpianiste er een privé-wolvenpark op nahoudt.
Zij woont daar met haar zus, zwager en schoondochter op een groot landgoed. Haar excentrieke familie zou veel liever een andere bestemming aan het park geven. En dan zwerft er ook nog een man in de buurt van het huis die beweert de halfbroer van de pianiste en haar zus te zijn. Aan de conflicten die er spelen blijkt een hele familiegeschiedenis vooraf te gaan, de wolven en de Ardennen vormen daarbij een mysterieus en spannend decor. Ook de vraag of wolven thuishoren in die streek, speelt een belangrijke rol.

Een mooie kleine roman, van een schrijfster die meer schreef dan alleen historische romans.

zaterdag 21 september 2019

Serendipity


Paul Claes, Serendipity, De dichterlijke detective, PoëzieCentrum, 2019.

Een verzameling bonte en boeiende leesobservaties die dichter en literatuurkenner Paul Claes de afgelopen jaren maakte. Een deel van deze notities is eerder verschenen in C. Honderd notities van een alleslezer (Amsterdam, De Bezige Bij 2011) waarbij het vooral om proza ging.

Deze bundel staat vol intelligente ontdekkingen in de taal die per toeval gedaan zijn, of in ieder geval was Claes er niet bewust naar op zoek. In de inleiding wordt deze manier van ontdekken, serendipiteit, toegelicht. Daarna zweeft de auteur langs een aantal aspecten van de poëzie in de breedste zin van het woord: dichters, gedichten, contrarijm, anagrammen, de canon, de tijd, etc. 


Zo is er een stukje over het kortste gedicht ooit, 'O', door Paul Claes zelf verzonnen, tot hij ontdekte dat Goethe hem te vlug af was geweest: 'Al in 1814 opperde hij schertsend de mogelijkheid een gedicht te maken dat niet meer zou zijn dan een uitroepteken: !. Als we daarvan het verticale streepje afhalen, krijgen we het allerkortste gedicht: .'

Ook vermakelijk zijn enkele notities over de ontregelende werking van poëzie, Tegen Ontregeling:
'hier is ontregelen de huisregel' (Lucebert)
'We worden ontregeld en horen een taal die wij nog nooit eerder hebben gehoord' (Ilja Leonard Pfeijffer)
'Gevaarlijke poëzie - werkelijk ontregelende poëzie bestaat niet (Menno Wigman)

Bij sommige aspecten staat slechts één gedachte of citaat, maar ook daar maar meer 'vondsten' staan, blijft bij het kort aanstippen van een bepaald onderwerp. Het gaat om het laagje onder een gedicht of juist erboven.
Een interessante bundel die de lezer ertoe aanzet zelf ook op zoek te gaan naar deze toevallige en interessante observaties.