zondag 26 januari 2020

De geschiedenis van mijn kaalheid

Marek van der Jagt, De geschiedenis van mijn kaalheid, De Geus, 2000.

‘Er zijn vele manieren om te falen, maar falen in de ogen van degene die jou ter wereld heeft gebracht is een van de bitterste soorten.’

De geschiedenis van mijn kaalheid is speels, serieus en doorspekt met allerlei prachtige zinnen en observaties om even op te kauwen. Een jonge student worstelt met zijn lichaam en is daarom misschien nog wel meer op zoek naar de ware liefde, hoewel hij weet dat die niet gelukkig maakt, maar wel de moeite waard is.
Hij studeert filosofie, geeft bijles en woont met zijn vader en broers in een groot huis in Wenen. Zijn dagelijkse bezigheden concentreren zich op zijn poging in contact te komen met vrouwen om zo de ‘amour fou’ te ontdekken. Zijn moeder had tal van minnaars, maar was niet gelukkig. Dus wat is liefde en wat moet je ermee als je het denkt gevonden te hebben?

‘Betekenis, ik daag u uit. Kom naar beneden, roept u maar, doe maar een gooi naar de onsterfelijkheid, alles wat u roept is goed.’

zaterdag 21 december 2019

Een bed tussen de boeken

Jeremy Mercer, Een bed tussen de boeken, Atlas, 2009.

Voor de Tweede Wereldoorlog was boekwinkel Shakespeare and Company een belangrijke ontmoetingsplek voor schrijvers die in Parijs verbleven, zoals Ernest Hemingway en James Joyce. De eigenaresse Sylvia Beach gaf zelfs als eerste Ulysses uit.

Na de oorlog opent George Whitman op de oever van de Seine een boekwinkel en antiquariaat met dezelfde naam en met hetzelfde principe: boeken verkopen en onderdak bieden aan schrijvers en intellectuelen. 
Op het moment dat de auteur Jeremy Mercer er zijn intrek neemt, in het jaar 2000, hebben al meer dan 40.000 mensen een of meer nachten op een van de bedden tussen de boeken overnacht. Veelal berooide en ontheemde schrijvers, die een handje helpen in de winkel. 

Mercer beschrijft op een grappige manier zijn vreemde huisgenoten, het leven in de winkel, maar vooral de eigenzinnige George die ondanks zijn hoge leeftijd boordevol ideeën zit. De winkel blijkt een levende legende en staat in iedere reisgids van Parijs wat zorgt voor een dagelijkse stroom toeristen, op zoek naar boeken en een vleugje nostalgie. Zeer de moeite waard, zeker voor wie de boekwinkel wel eens bezocht heeft.

zaterdag 14 december 2019

Hoogtij langs de Seine

Diederik Stevens, Hoogtij langs de Seine. Atlas, 2012.

Er zijn meer boeken over Nederlandse schrijvers in Parijs (Rue 'd AmsterdamParijse feesten) maar in Hoogtij langs de Seine lijkt Diederik Stevens een zo compleet mogelijk beeld te geven van Nederlandse schrijvers en kunstenaars in Parijs in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Simon Vinkenoog woont er bijna tien jaar en zijn huis is voor vele kunstzinnige Nederlanders een toevluchtsoord. Ook Campert, Wolkers en Cremer worden op de voet gevolgd tijdens hun korte en lange verblijven in Parijs. 
Naast deze schrijvers hebben de Cobra-kunstenaars zoals Appel en Corneille het begin van hun carrière in Parijs doorgebracht. Een centrale plek was het pand aan de Rue Santeuil 20, waar menig beginnend schilder in armoedige omstandigheden zich op de kunst stortte.

Stevens is uitvoerig met namen en data: wie wat deed, met wie omging en waar heeft rondgehangen: in talloze galeries, cafés, restaurants, hotels en musea. Deze locaties worden ook nog afzonderlijk beschreven in het boek, dat met de plattegronden voorin en foto's her en der verspreid een overzichtelijk naslagwerk wordt dat ook nog eens in een zeer prettige stijl geschreven is. 
Parijs was ontzettend belangrijk voor de naoorlogse generatie. Ontsnapt aan de soms benauwende wederopbouw in Nederland vond menig jonge schrijver en kunstenaar vrijheid en inspiratie in de Franse hoofdstad. 



zaterdag 7 december 2019

De Stille Vriend

Gerard Reve, De Stille Vriend. Manteau, 1984

De novelle De Stille Vriend begint met een ontmoeting in de tram, waarbij de hoofdpersoon een jongeman herkent die hij een aantal jaren eerder ook al eens ontmoette. De herkenning lijkt niet wederzijds.
Speerman, inmiddels rijk en in het buitenland wonend, duikt in het verleden en beschrijft in een lange flashback de korte relatie van vroeger. Toen was hij arm en woonde hij als beginnend schrijver op een zolderkamertje in Amsterdam. 

In hoeverre de liefde wederzijds was, blijft onduidelijk. Wel dat de verteller in onzekerheid achterblijft als de jongen niets meer van zich laat horen. Hoezeer kan een contact van enkele weken iemand zo van zijn à propos brengen: 

'Ja, de liefde, die wist wat. Eigenlijk was zij voor Speerman altijd een probleem geweest. Zij was voor hem iets totaals, waar men niet tegenop kon. Wat hem volstrekt onbegrijpelijk voorkwam, dat was het bestaan van mensen die de liefde, of wat ze zo noemden, naar bevindingen van zaken in hun leven konden toelaten en wederom afdanken - alsof zij nooit bestaan had - zodra zij meer begon te eisen dan zij opbracht.'

Een mooi Reviaans verhaal met van tijd tot tijd prachtige zinnen:

'Reeds  de volgende dag echter, toen het des namiddags zonnig en minder koud geworden was maar het daglicht daarbij een nog grotere weemoed over de dingen uitspreidde dan anders, hield Speerman het niet langer vol (...).





maandag 4 november 2019

Filip's sonatine


Willem Frederik Hermans, Filip's sonatine, De Bezige Bij, 1985

In tien dagen schreef Willem Frederik Hermans zijn novelle Filip’s sonatine. Je hebt de 56 bladzijden zo uit, maar er zit genoeg in om er nog even over na te denken. De oorlog speelt een marginale rol, muziek daarentegen en de verwachtingen die mensen van elkaar hebben voeren de boventoon.

Gerrit Hondijk is een begenadigd pianist, al zal hij nooit een grote ster worden. Hij begeleidt de zangers Aletta Stroll, die een zoontje heeft Filip. Als zij breekt met de vader van Filip, een violist, gaat ze samenwonen met Gerrit, die op die manier mede-opvoeder wordt van Filip. Gerrit ziet in Filip een natuurtalent en zou hem het liefst tot een groot pianist maken.
Maar de vraag is of Filip dat wil, of het verstandig is de talenten van een wonderkind uit te buiten en ook of je altijd zo talentvol blijft? Iedere zeven jaar zijn alle cellen van het menselijk lichaam vernieuwd, dus niemand blijft wie hij of zij was.

Deze novelle is een ode aan de muziek. ‘Componeren. Iets achterlaten dat door andere steeds opnieuw tot leven werd gebracht! Hogere vervulling van een muziekbestaan bestond niet.’

maandag 28 oktober 2019

Fenrir


Hella Haasse, Fenrir, Een lang weekend in de Ardennen, Querido, 2000.

Met alle aandacht voor de wolven in Nederland en België is Fenrir weer een actueel boek geworden. Het verscheen in 2000. 
De hoofdpersoon, een jonge journalist die bezig is met het samenstellen van een wolvenencyclopedie, komt door een toevallige ontmoeting met een oud-klasgenoot in de Ardennen terecht, waar een bekende concertpianiste er een privé-wolvenpark op nahoudt.
Zij woont daar met haar zus, zwager en schoondochter op een groot landgoed. Haar excentrieke familie zou veel liever een andere bestemming aan het park geven. En dan zwerft er ook nog een man in de buurt van het huis die beweert de halfbroer van de pianiste en haar zus te zijn. Aan de conflicten die er spelen blijkt een hele familiegeschiedenis vooraf te gaan, de wolven en de Ardennen vormen daarbij een mysterieus en spannend decor. Ook de vraag of wolven thuishoren in die streek, speelt een belangrijke rol.

Een mooie kleine roman, van een schrijfster die meer schreef dan alleen historische romans.

zaterdag 21 september 2019

Serendipity


Paul Claes, Serendipity, De dichterlijke detective, PoëzieCentrum, 2019.

Een verzameling bonte en boeiende leesobservaties die dichter en literatuurkenner Paul Claes de afgelopen jaren maakte. Een deel van deze notities is eerder verschenen in C. Honderd notities van een alleslezer (Amsterdam, De Bezige Bij 2011) waarbij het vooral om proza ging.

Deze bundel staat vol intelligente ontdekkingen in de taal die per toeval gedaan zijn, of in ieder geval was Claes er niet bewust naar op zoek. In de inleiding wordt deze manier van ontdekken, serendipiteit, toegelicht. Daarna zweeft de auteur langs een aantal aspecten van de poëzie in de breedste zin van het woord: dichters, gedichten, contrarijm, anagrammen, de canon, de tijd, etc. 


Zo is er een stukje over het kortste gedicht ooit, 'O', door Paul Claes zelf verzonnen, tot hij ontdekte dat Goethe hem te vlug af was geweest: 'Al in 1814 opperde hij schertsend de mogelijkheid een gedicht te maken dat niet meer zou zijn dan een uitroepteken: !. Als we daarvan het verticale streepje afhalen, krijgen we het allerkortste gedicht: .'

Ook vermakelijk zijn enkele notities over de ontregelende werking van poëzie, Tegen Ontregeling:
'hier is ontregelen de huisregel' (Lucebert)
'We worden ontregeld en horen een taal die wij nog nooit eerder hebben gehoord' (Ilja Leonard Pfeijffer)
'Gevaarlijke poëzie - werkelijk ontregelende poëzie bestaat niet (Menno Wigman)

Bij sommige aspecten staat slechts één gedachte of citaat, maar ook daar maar meer 'vondsten' staan, blijft bij het kort aanstippen van een bepaald onderwerp. Het gaat om het laagje onder een gedicht of juist erboven.
Een interessante bundel die de lezer ertoe aanzet zelf ook op zoek te gaan naar deze toevallige en interessante observaties.

maandag 2 september 2019

In ongenade

J.M. Coetzee, In ongenade. Uitgeverij Cossee, 2012.



David Lurie, een docent aan de Technische Hogeschool van Kaapstad, alleenstaand – hij is twee keer gescheiden en zijn enige dochter woont op het platteland – ziet zijn rustige en stabiele leven afbrokkelen door krachten die hij zelf niet in de hand lijkt te hebben, waar wellicht wel veroorzaakt heeft. Door een verhouding met een studente (hij blank, zij niet) verliest hij zijn baan en als hij rust zoekt bij zijn dochter die een boerderij heeft, wordt het alleen maar erger.
De verhoudingen tussen de blanke bovenlaag en de zwarte bevolking wordt ingrijpend en soms beangstigend uit te doeken gedaan. Wie heeft schuld aan de scheve verhoudingen en in hoeverre kun je als individu iets veranderen aan de raciale verschillen? Is wraak of vergelding de oplossing? Of juist vergeving? En moet een vader nog invloed willen hebben op het leven van zijn dochter?

Een boek over vooroordelen, waar iedereen zich schuldig aan maakt, ook al leef je niet in Zuid-Afrika, maar ook over schuld en boete, over genade en ongenade.

‘Niets om trots op te zijn: een in zijn hoofd gehaald vooroordeel dat zich heeft vastgezet. Zijn hoofd is een asiel geworden voor oude gedachten die, armoedig en zonder emplooi, nergens anders heen kunnen. Hij zou ze eruit moeten jagen, de tent schoonvegen. Maar dat is hem te veel moeite, of te onbelangrijk.’

En passant wordt Nederland nog even gekarakteriseerd:

‘Nederland is misschien niet de meest opwindende plek om te wonen, maar je krijgt er in ieder geval geen nachtmerries van.’

En inderdaad, heel spannend is het hier misschien niet, maar wel een stuk prettiger dan de wereld die naar voren komt in In ongenade, een boek dat je niet zomaar terzijde schuift. Indringend en meeslepend.

maandag 26 augustus 2019

Een wereld van mooie plaatjes


Simone de Beauvoir, Een wereld van mooie plaatjes. Uitgeverij Agathon, Bussem, 1980

Je denkt dat je gehecht bent aan een man: in feite ben je gehecht aan een bepaald beeld over jezelf, aan een illusie van vrijheid of van het onverwachte, aan zinsbegoocheling.

Laurence, een vrouw met twee kinderen, getrouwd met een geslaagde architect en zelf werkzaam als ontwerpster, bokst op tegen de schijnwereld waarin ze zich bevindt. Haar familie is rijk en dus zijn de mensen met wie ze omgaan ook rijk, maar het is een grote bubbel. Iedereen is alleen maar bezig met wat anderen van hem of haar vinden.
De ouders van Laurence zijn gescheiden en haar moeder heeft  een vermogende nieuwe vriend, tot het moment dat hij haar verlaat voor een veel jongere vrouw. De moeder van Laurence is dan vooral bezig met de buitenwereld, haar gezichtsverlies.
Lukt het Laurence om zich te onttrekken aan deze nepwereld, en nog belangrijker, lukt het haar om haar kinderen niet zo op te voeden dat ze perfect in het ‘mooie plaatje’ passen?

‘Jij drinkt niet, je komt nooit los uit je eigen keurslijf, ik heb je nog nooit zien huilen, je bent bang kom je eens helemaal te laten gaan: ik noem dat weigeren om te leven.’
Ze voelt zich geraakt, ze weet precies waar:
‘Ik kan er niets aan doen. Ik ben nu eenmaal zoals ik ben.’

Hoewel de roman in Frankrijk in 1966 verscheen is het verhaal nog onvoorstelbaar actueel. Bepaalt de buitenwereld wie we zijn of bepalen we dat zelf?

maandag 22 juli 2019

De Graf Zeppelin of De Lijdensweg van Émile,


René de Obaldia, De Graf Zeppelin of De Lijdensweg van Émile, Coppens & Frenks, 2011.

Émile, de hoofdpersoon, is een extreem bijziend en angstige medewerker van een verzekeringskantoor waar hij niet geliefd is bij zijn collega’s. Hij leeft in een tweekamerappartement met zijn zwangere vrouw Angélique. Met die zwangerschap worstel hij, wanneer hij ziet dat haar buik steeds groter wordt, krijgt hij er angstvisioenen: als het zo doorgaat, zal hij verpletterd worden door de buik.

Wanneer het kind er eenmaal is - het wordt hem aan de telefoon verteld op kantoor - moet zijn baas erbij hem op aandringen dat hij naar de kliniek gaat om zijn vrouw en kind te bezoeken. Daar aangekomen weet zij zich geen houding te geven. In de wieg ligt een monsterlijke baby die hem met één oog aanstaart: een Cycloop! Het is Baptiste genoemd door zijn moeder. 

Weer op straat voelt Émile zich ellendig, het zweet gutst over zijn lichaam. Hij gaat naar huis en sleept zich met zijn laatste krachten de vijf trappen op naar hun appartement. Dagen blijft hij in bed, uitgeput, malend over wat hem is overkomen. Angélique vertrekt met de baby naar een tante op het platteland.
Baptiste is al wat de klok slaat. Op zijn werk vragen zijn collega’s aan de lopende band hoe het kind het maakt, zelfs op straat lijkt het of iedereen weet dat hij een zoon heeft. Angélique geeft al haar aandacht aan de kleine, voor Émile is er geen plaats meer. Baptiste als kleine Oedipus: nog voor hij zelf kan lopen en ruim voor zijn vader een oude grijsaard is heeft hij hem al verslagen en van zijn plek verstoten.

De Obaldia bouwt de tragische ondergang van Émile goed op. De lezer krijgt te maken met een wankele en in zichzelf gekeerde man, wiens waanzin steeds meer aan de oppervlakte komt. Hij praat in zichzelf, heeft droombeelden waarin de wereld het om hem gemunt heeft en voert een stille maar heftige strijd met zijn nakomeling. De tragiek wordt benadrukt door de humor die De Obaldia toepast.

maandag 15 juli 2019

De zondebok


Charles Chessex, De zondebok, Uitgeverij J.M. Meulenhoff, 2009
Schitterend verhaal waarin de Holocaust wordt samengevat in het complot en de uiteindelijke moord op een man. De joodse veehandelaar Arthur Bloch, bekend bij de boeren uit de streek rondom het kleine Zwitserse stadje Payerne, wordt door een kleine groep nazi's in de val gelokt en op brute wijze afgeslacht. Dit alles gebeurt tegen de achtergrond van een groeiende ontevredenheid onder de bevolking over de opkomende recessie, waarvoor een bevolkingsgroep de schuld krijgt: de joden met hun dikke buiken en geldbuidels. 
Arhtur Bloch is de zondebok die bovenaan het lijstje prijkt. Het groepje nazi's voert de moord uit, maar de bevolking keurt het oogluikend goed. Wie is er dan meer schuldig? De Frans-Zwitserse schrijver, zelf geboren in Payerne, lijkt met dit verhaal op zoek te gaan naar het waarom. Hoe kunnen mensen zo haatdragend zijn? Zijn conclusie is dat alleen God weet waarom, zoals ook op de grafsteen van Arthur Bloch zal worden gebeiteld. 
De zondebok is de laatste novelle van het uitgebreide oeuvre van de Zwitserse schrijver die op 9 oktober 2009 is overleden

maandag 8 juli 2019

De ongewisse stad


J.M. A. Paroutaud, De ongewisse stad, Uitgeverij De laatste snik, 2016

Heruitgave van een van de boeken van J.M.A. Paroutaud, in een prachtige vertaling van Mirjam de Veth.
De voorman van de surrealisten, André Breton, was zeer lovend over het boek dat, geschreven in 1944, in 1950 verscheen. 

De hoofdpersoon, Ranède, raakt verzeild in een stad waar willekeur heerst. Wetten veranderen met de dag en de inwoners weten niet wat ze wel en niet mogen doen. Absurditeit, zinloosheid en uitzichtloosheid bepalen het ritme van de dag. Hij weet tot op zeker hoogte mee te draaien in deze beklemmende maatschappij: hij krijgt werk, trouwt en heeft een huis, maar toch kan hij zich niet neerleggen bij de gelatenheid van de bewoners en hij komt in opstand en weet uiteindelijk de stad weer te verlaten.

Een nachtmerrieachtig verhaal dat nog steeds een grote impact heeft op de lezer. In het nawoord schetst de vertaalster de achtergrond van het verhaal en de schrijver en legt ze uit waarom het nog steeds een cultboek is. Een prachtige uitgave van een uitgeverij met de tragische naam De laatste snik, in de traditie van uitgeverij Coppens & Frenks.

vrijdag 24 mei 2019

De mond van de waarheid


Erik Bindervoet, De mond van de waarheid, Uitgeverij De Harmonie, 2013.

Ontnuchterende gedichten van Erik Bindervoet. Grappig, uit het leven gegrepen, maar vaak met een trieste ondertoon. Zoals wanneer een vader begraven moet worden in een Sinterklaaspak, alleen is de kist van Ikea te klein. De zoon wil het niet en zijn naam wordt van de rouwkaart geschrapt.  -‘Ach, lach erom, zei mijn moeder, / maar dat kon ik niet.Het ontnuchterende zit hem vaak in de laatste regels, een onwerkelijke situatie komt bovendrijven uit een op het eerste gezicht alledaagse situatie. Zoals de man die denkt tegen zijn aan vrouw in bed te kruipen, maar daar ligt de moordenaar van zijn vrouw en kinderen.
Het is niet wat het is, lijkt Bindervoet te willen zeggen. Of hij laat de wereld net van een andere kant zien. Het verschil tussen een kapper en een wetenschapper is miniem, want er zijn ook mensen die helemaal niets te doen hebben. Toegankelijke poëzie die bij het herlezen niets aan kracht verliest. En gelukkig kon ik er ook nog om lachen.

vrijdag 17 mei 2019

Het uur van de pad


Liesbeth Lagemaat, Het uur van de pad, Wereldbibliotheek, 2012

Liesbeth Lagemaat ontving in 2005 de C. Buddingh'-Prijs voor haar eerste bundel. In deze vierde bundel speelt de pad een belangrijke rol. Zoals in het openingsgedicht waarin ze de pad probeert te definiëren, moet hij gekust worden zoals de kikker? Nee, 'De pad zingt een lelijk lied./Hij is afschuwelijk'. In soms uitvoerige, dan weer kleine prozagedichten schrijft ze over de natuur, het kind, de tijd, moeder, de ander, ik. Met mooie beeldspraak: 'Je stem van losse draden' waar in dit geval helaas een cliché op volgt: 'Klanken liggen verward op de mist.'

Het tempo ligt hoog, er wordt veel gezegd in één gedicht, met af toe indringende plastische beelden die met zintuigen of het lichaam te maken hebben en daardoor doen denken aan Leo Vroman.

‘Wat in de middag stoort. Het vel aanvreet. Scherp als het zout de lucht.’

De pagina’s zijn niet in nummers opgedeeld maar in minuten (van nulstse tot tachtigste). En onderaan elke bladzijde staat een zin of regel, die tezamen een lang gedicht lijken te vormen, ook weer over de pad (de pad heeft zich vergist). Boeiende bundel met veelzijdige poëzie.

zaterdag 11 mei 2019

Hier wonen ook mensen


Rob van Essen, Hier wonen ook mensen, Atlas Contact, 2014.

De drang er te zijn, vergeten te worden, op te vallen, lief te hebben, het verleden op te helderen. Niets is de mens vreemd, en dus ook niet de personages uit de verhalenbundel van Rob van Essen. De verhalen gaan over jou en mij, over de mensen om ons heen. Niet eens zoveel uitvergroot, want uiteindelijk heeft iedereen wel iets boeiends beleefd. Maar daar komt de schrijver om te hoek. Het is om het even wie het meemaakt, maar het is niet om het even wie het vertelt. Van Essen weet de fragmenten van de levens van zijn personages zo intrigerend weer te geven, dat je echt wilt wat hen drijft en wat er gebeurt.

Zoals het echtpaar dat tijdelijk uit elkaar is en door een stomme toevalligheid weer bij elkaar op de bank belandt. Hij logeert bij zijn ouders om haar de ruimte en het huis te gunnen. Zij was zijn buurmeisje, en wanneer hij, net als vroeger, weer in de dakgoot van zijn oude jongenskamer klimt om in haar kamer te kunnen kijken, ziet hij haar daar staan. Ze ruimt een kledingkast in. Vermoedelijk logeert ze dus ook bij haar ouders, denk hij. Dan kan hij net zo goed terug naar hun gezamenlijke huis. Maar als hij voor de deur staat, komt zij net aanlopen en beschuldigt hem ervan haar te achtervolgen. Ze biecht uiteindelijk op dat ze het huis verhuurd heeft aan Amerikanen. En dan begint het te regenen en besluiten ze in hun eigen, verhuurde, huis te gaan schuilen. Samen op de bank voor de televisie.

Als iemand het zou vertellen, klinkt het absurd, maar het kan en is daardoor zo intrigerend. Het zijn eenzame types, vaak ook letterlijk alleen, maar ze hebben een doel en een bezigheid die hen op de been houdt.  De zinnen zijn helder en droog, zonder bombastisch taalgebruik of overdreven metaforen.  Soms lijkt het alsof Van Essen een eindshot in gedachten neemt en daarnaartoe schrijft. Een vreemde situatie die als je hem los leest ongeloofwaardig is, maar met het verhaal erbij volkomen logisch.
Een knappe bundel die je anders naar je medemens laat kijken.