vrijdag 17 mei 2019

Het uur van de pad


Liesbeth Lagemaat, Het uur van de pad, Wereldbibliotheek, 2012

Liesbeth Lagemaat ontving in 2005 de C. Buddingh'-Prijs voor haar eerste bundel. In deze vierde bundel speelt de pad een belangrijke rol. Zoals in het openingsgedicht waarin ze de pad probeert te definiëren, moet hij gekust worden zoals de kikker? Nee, 'De pad zingt een lelijk lied./Hij is afschuwelijk'. In soms uitvoerige, dan weer kleine prozagedichten schrijft ze over de natuur, het kind, de tijd, moeder, de ander, ik. Met mooie beeldspraak: 'Je stem van losse draden' waar in dit geval helaas een cliché op volgt: 'Klanken liggen verward op de mist.'

Het tempo ligt hoog, er wordt veel gezegd in één gedicht, met af toe indringende plastische beelden die met zintuigen of het lichaam te maken hebben en daardoor doen denken aan Leo Vroman.

‘Wat in de middag stoort. Het vel aanvreet. Scherp als het zout de lucht.’

De pagina’s zijn niet in nummers opgedeeld maar in minuten (van nulstse tot tachtigste). En onderaan elke bladzijde staat een zin of regel, die tezamen een lang gedicht lijken te vormen, ook weer over de pad (de pad heeft zich vergist). Boeiende bundel met veelzijdige poëzie.

zaterdag 11 mei 2019

Hier wonen ook mensen


Rob van Essen, Hier wonen ook mensen, Atlas Contact, 2014.

De drang er te zijn, vergeten te worden, op te vallen, lief te hebben, het verleden op te helderen. Niets is de mens vreemd, en dus ook niet de personages uit de verhalenbundel van Rob van Essen. De verhalen gaan over jou en mij, over de mensen om ons heen. Niet eens zoveel uitvergroot, want uiteindelijk heeft iedereen wel iets boeiends beleefd. Maar daar komt de schrijver om te hoek. Het is om het even wie het meemaakt, maar het is niet om het even wie het vertelt. Van Essen weet de fragmenten van de levens van zijn personages zo intrigerend weer te geven, dat je echt wilt wat hen drijft en wat er gebeurt.

Zoals het echtpaar dat tijdelijk uit elkaar is en door een stomme toevalligheid weer bij elkaar op de bank belandt. Hij logeert bij zijn ouders om haar de ruimte en het huis te gunnen. Zij was zijn buurmeisje, en wanneer hij, net als vroeger, weer in de dakgoot van zijn oude jongenskamer klimt om in haar kamer te kunnen kijken, ziet hij haar daar staan. Ze ruimt een kledingkast in. Vermoedelijk logeert ze dus ook bij haar ouders, denk hij. Dan kan hij net zo goed terug naar hun gezamenlijke huis. Maar als hij voor de deur staat, komt zij net aanlopen en beschuldigt hem ervan haar te achtervolgen. Ze biecht uiteindelijk op dat ze het huis verhuurd heeft aan Amerikanen. En dan begint het te regenen en besluiten ze in hun eigen, verhuurde, huis te gaan schuilen. Samen op de bank voor de televisie.

Als iemand het zou vertellen, klinkt het absurd, maar het kan en is daardoor zo intrigerend. Het zijn eenzame types, vaak ook letterlijk alleen, maar ze hebben een doel en een bezigheid die hen op de been houdt.  De zinnen zijn helder en droog, zonder bombastisch taalgebruik of overdreven metaforen.  Soms lijkt het alsof Van Essen een eindshot in gedachten neemt en daarnaartoe schrijft. Een vreemde situatie die als je hem los leest ongeloofwaardig is, maar met het verhaal erbij volkomen logisch.
Een knappe bundel die je anders naar je medemens laat kijken.

zaterdag 4 mei 2019

Een zachte dood


Simone de Beauvoir, Een zachte dood, Agathon, 1979

‘Onsterfelijkheid, of je je die nu in de hemel of op aarde voorstelt, is geen troost voor de dood als je aan het leven gehecht bent.’

Hoewel Simone de Beauvoir niet goed met haar moeder kon opschieten en haar allerlei zaken verwijt, is ze toch zeer betrokken bij en aangedaan door haar laatste levensdagen. Haar moeder is gevallen, maar in het ziekenhuis wordt kanker ontdekt. Dat verzwijgen Simone en haar zus echter voor hun moeder, om haar de hoop en het idee te geven dat ze weer naar huis kan. Houden ze dat vol, geloven ze er zelf in, laat hun moeder zich om te tuin leiden? Biedt het geloof uitkomst?
Met deze roman, die in 1964 verscheen, bekritiseert De Beauvoir ook de medische wereld die koste wat het kost de mens in leven wil houden.
Een mooi verhaal over een moeder en een dochter die elkaar proberen te begrijpen. ‘De veranderingen die in mijn moeder plaatsvonden tijdens haar ziekte deden mij het verleden erger betreuren dan ik ooit gedaan had.’ Maar doet de moeder dat ook? In een heldere stijl laat Simone de Beauvoir wat deze ingrijpende gebeurtenis met haar doet en hoe ze de dood probeert te begrijpen.

vrijdag 26 april 2019

Het voorgevoel


Emmanuel Bove, Het voorgevoel, De Arbeiderspers, 2015

Het verhaal speelt een paar jaar na de Eerste Wereldoorlog. Charles Benesteau is rond de vijftig en niet gelukkig. Hij is advocaat, getrouwd, heeft een zoon en woont op stand. Wat zijn ongeluk precies behelst is in het begin nog niet duidelijk. Zijn omgeving merkt dat er iets aan schort, hij is 'neerslachtig, lichtgeraakt, opvliegend'. Men denkt aan een verlate reactie op de oorlog of aan een ziekte. Op doktersadvies vertrekt hij met zijn vrouw naar het zuiden, maar het mag niet baten.

Niet veel later stapt hij uit het leven dat hij leidt en trekt zich terug in een klein appartement in een arme wijk bij Montparnasse. Wat hij wil? Opgaan in zijn omgeving, een sober leven zonder drukte, verplichtingen en poespas. De enige met wie hij nog contact onderhoudt uit zijn vorige bestaan is zijn maîtresse voor wie hij nog steeds vriendschappelijk genegenheid voelt. Al komt hij alleen langs wanneer het hem zint. Zijn broers, zussen en vrouw laten hem koud.
Het lukt hem een onopvallend bestaan te leiden, totdat hij zich wil inzetten voor zijn nieuwe buurtgenoten - hij is immers advocaat en kan met zijn kennis wellicht de armen uit de straat bijstaan.

Bove wordt door schrijfster Marie Darrieussecq de voorloper van Patrick Modiano genoemd. Wat betreft de zoektocht van de hoofdpersoon - dwalend door de vaak verlaten straten van Parijs - klopt dat, maar Bove is veel uitgesprokener, hij laat minder in het midden. Bij Modiano zijn het de herinneringen die leidend zijn, een zoektocht terug naar vroeger om het heden te kunnen duiden. Bove laat de nostalgische verlangens buiten beschouwing. Het gaat hem om de het innerlijk van de gewone man, het blootleggen van die binnenwereld, hier en nu. In dit geval het juist niet groots en meeslepend willen leven, maar onopvallend en gewoon.

Het voorgevoel is een prachtig verhaal dat zeker niet misstaan zou hebben in een uitgave van Coppens & Frenks, maar gelukkig komt de uitgave van de Arbeiderspers dicht in de buurt.

maandag 8 april 2019

Liefde tot op het bot

Yves Simon, Liefde tot op het bot, Uitgeverij Agathon, Bussum, 1979
'Het was nacht, Parijs, een parkeergarage onder de Champs-Élysées. Bleke peertjes verlichtten de rijen auto's en sjabloonletters gaven de gangen aan.'

Een onheilspellende plek om een liefdesrelatie te laten beginnen. Maar in dit boek kan het. Angéla is met een jongen die ze op straat ontmoet heeft naar een bioscoop gegaan. Als hij niet terugkomt uit de wc, gaat ze kijken. Daar blijkt hij zelfmoord te hebben gepleegd, op de grond ligt een geopend scheermes. Op de vlucht voor dit vreselijke tafereel rent ze de bioscoop uit en de straat op. In een parkeergarage stapt ze spontaan in de auto bij een wildvreemde. En dan ontstaat er een intrigerende relatie. Als een filmscript ontvouwt zich de liefde die zindert tussen Antoine, de wildvreemde autobezitter, en Angéla. En hoewel alles bruist en geluid maakt in de stad, overheerst ook een bepaalde stilte. Ze hebben moeite om zich uit te drukken en schrijven wat ze voelen op de muren van hun appartement.
'Samen doorgebrachte dagen. Nachten. 86.400 seconden vol gebaren en ongezegde woorden. Seconden van aarzelingen, van het opslaan van een ooglid, van het toeteren van een claxon, van een vulpen die morgen schrijft, van een gezicht dat op straat omkijkt, van een mond die zegt dat weet ik nog, van het eenmaal rinkelen van de telefoon, van twee monden die elkaar loslaten.'
Ze laten elkaar los en trekken elkaar aan. De beelden volgen elkaar snel op, de liefde wordt intens beleefd en leidt uiteindelijk naar een climax die onvermijdelijk is. Liefde tot op het bot.  




maandag 1 april 2019

Congo Blues


Jonathan Robijn, Congo Blues, Uitgeverij Cossee, 2017

Morgan ontmoet op nieuwjaarsmorgen een vrouw, ineengedoken op straat, zonder jas, terwijl het sneeuwt. Hij spreekt haar aan, maar ze reageert niet. Haar laten zitten kan hij niet, dus neemt hij haar mee naar zijn kamer. En daar lijkt ze niet meer weg te gaan.

Beleefd als hij is, laat hij haar in zijn bed slapen, zelf gaat hij op de grond liggen. Er ontstaat een vreemdsoortig contact. Morgan verdient als pianist in cafés zijn geld, maar wat Simona doet, blijft onduidelijk. Zelfs wie ze is, blijft onduidelijk. Ze is geïnteresseerd in hem en wil dat hij haar vertelt over zijn kindertijd, zijn leven in Congo voor hij geadopteerd werd. 
Hij laat het over zich heen komen, gaat met haar op pad, ontmoet aparte figuren die belangrijk waren in haar leven en naar later blijkt ook in zijn leven.

Doordat zij in zijn bestaan is gekomen, komt ook zijn verleden langzaam bovendrijven en komt hij meer en meer over zichzelf te weten. Hoe toevallig was de ontmoeting op nieuwjaarsdag? Hoe haken heden en verleden in elkaar? Veel blijft onder de oppervlakte, maar Jonathan Robijn geeft net genoeg weg om de spanning subtiel op te bouwen en de lezer mee te voeren in de levens van deze twee jonge mensen die toch al een hele geschiedenis met zich meedragen.

vrijdag 29 maart 2019

Judith Herzberg en Chr. J. van Geel, Brieven 1962-1974


Judith Herzberg en Chr. J. van Geel, Brieven 1962-1974, Bas Lubberhuizen, 2018.

Een briefwisseling tussen twee dichters kan niets anders zijn dan een spel van taal en emoties. Een van Nederlands bekendste dichteressen, Judith Herzberg (1934) heeft jarenlang gecorrespondeerd met dichter Chr. J. van Geel (1917-1974). Ze geven commentaar op elkaars gedichten, veelal waardering en bewondering, maar gaan ook in op elkaars publicaties, artikelen en laten wederzijdse vrienden de revue passeren. Beiden publiceerden in verschillende tijdschriften, zoals Tirade, Vrij Nederland en Maatstaf.
In een groot aantal brieven komen dichtregels voor, van de ander voorzien van positief commentaar, een correctie of suggestie, van henzelf, om te delen of ter illustratie. Ze liggen duidelijk op één lijn en voelen elkaars werk goed aan.
De correspondentie leest als een uitgesmeerd gesprek tussen twee goede vrienden, de lezer krijgt een intiem inkijkje in de dichtersgeest, het wel en wee van het dichten, nog in de tijd dat de vluchtige communicatie via sociale media niet bestond en men de tijd nam om rustig op elkaar te reageren. 


dinsdag 26 februari 2019

De laatkomer


Dimitri Verhulst, De laatkomer, Atlas Contact, 2013.

Het omslag met het ganzenbord laat de lezer zien hoe ver hij al is in het leven. Per vakje een jaar, dat is overzichtelijk en beangstigend tegelijk.
In De laatkomer kiest de hoofdpersoon er tegen het eind van zijn leven voor om net te doen om hij dement is, zodat hij kan ontsnappen aan zijn benarde huwelijk en uitzichtloze oude dag. Om de juiste indicatie te krijgen en artsen om te tuin de leiden, neemt hij op zijn sloffen de trein via Luik naar Frankfurt, past hij allerlei hippe kleren in een kledingzaak en loopt naar buiten zonder te betalen en als hij om taart gestuurd wordt, komt hij anderhalf uur later thuis met een broodrooster. De diagnose dementie wordt tot zijn vreugde vastgesteld.
Eenmaal in het verzorgingshuis moet hij zorgen niet uit zijn rol te vallen en doet hij net of hij niet meer weet wie zijn vrouw en kinderen zijn. Maar houdt hij het vol en is hij de enige die zo goed kan acteren?
De stijl van Verhulst is aanstekelijk en zorgde regelmatig voor een glimlach. Toch heb ik het gevoel dat er meer in het boek zat, het is moeilijk te geloven dat de hoofdpersoon nooit verleid wordt uit zijn rol te stappen, zeker als zijn dochter besluit nooit meer op bezoek te komen. Juist daar had een mooi spanningsveld gelegen.

zondag 27 januari 2019

Eilanden


Albert Beintema, Eilanden, Atlas Contact, 2013

Eilanden blijven intrigeren. Afgebakende stukjes of stukken land waar veel of weinig mensen wonen, of soms niemand. En er is altijd iets mee. Het is onontgonnen, er leven aparte diersoorten, er is om gevochten, het komt niet voor op sommige kaarten, men kan er niet aanleggen, de bewoners houden bezoekers angstvallig op afstand en ga zo maar door.

Wat is er dan mooier dan een boek dat helemaal aan eilanden gewijd is. Boudewijn Büch heeft er natuurlijk flink wat over op papier gezet, maar hij is niet de enige. In Eilanden vertelt Albert Beintema, die ook een prachtig boek schreef over het waterhoentje van Tristan da Cunha, zijn persoonlijke band met een negentigtal eilanden, ver weg of gewoon ergens in Nederland in een rivier. De natuur, de bewoners en de geschiedenis komen aan bod. Voorin staat een aantal kaartjes.

Een boek om in te bladeren, niet van A tot Z te lezen, al staan de eilanden wel zo gerangschikt op naam, en om te herlezen. Net als de boeken van Büch over eilanden en verre streken.
Voor de wereldreiziger, maar ook voor diegene die liever thuiszit en wegdroomt.

zondag 20 januari 2019

Parijse stemmen


Céline Curiol, Parijse stemmen, Ambo Anthos, 2005

Toen de stemmen die in stationshallen het vertrek of de aankomst van treinen aankondigen nog niet geautomatiseerd waren, vroeg ik me wel eens af wie daar zat. Welke vrouw, het was vaak een vrouw, de hele dag de reizigers informeerde, geruststelde en adviseerde. Nu hoor je zinnen die bestaan uit aan elkaar geplakte woorden met een zo neutraal mogelijke intonatie. Geen grapjes meer, geen vermoeide of verkouden stem, maar onpersoonlijke mededelingen.

In Parijse stemmen is de hoofdpersoon een jonge vrouw die op Gare du Nord de mededelingen omroept. En als ze niet werkt, dwaalt ze door de stad en gaat ze mee met vreemde mannen. Dit alles om afleiding te zoeken, want haar ware liefde houdt haar aan het lijntje. Een getrouwde man die door een toevallige kus op een feestje haar het hoofd op hol heeft gebracht. Ze wil niets liever dan bij hem zijn en wacht op een telefoontje, hoopt op een toevallige ontmoeting en neemt soms bijna zelf het initiatief om hem te zien en te spreken.
Als hij uiteindelijk belooft met haar op pad te gaan, naar Londen, lijkt het geluk voor het grijpen te liggen. Voor het eerst zal ze een trein nemen die ze anders alleen aankondigt.
Een tragisch boek met mooie vondsten. Haar stem in de stationshal staat veraf van haar innerlijk dwalende en zoekende stem. Een boek dat nog lang na blijft galmen.

woensdag 12 december 2018

Slapende herinneringen

Patrick Modiano, Slapende herinneringen, Querido, 2018.

In Souvenirs Dormants gaat de hoofdpersoon op zoek naar een periode in de jaren zestig. Hij was toen rond de twintig en bracht zijn dagen liever niet alleen door. Daarom begaf hij zich in vreemde gezelschappen en liet hij zich meenemen naar mysterieuze bijeenkomsten. Het meisje met wie de ik (van wie de naam pas helemaal aan het eind bekend wordt gemaakt), vooral veel omgaat is Geneviève Dalame.

Hoewel Patrick Modiano het verleden graag zo vaag mogelijk laat en zich in zijn andere romans vaak beperkt tot het noemen van alleen namen en periodes, is hij deze keer veel exacter. Deze Geneviève ontmoet de ik in 1964, en van daaruit wordt het verhaal verder verteld. Ze ontmoeten elkaar in cafés, bijvoorbeeld in de ochtend waar zij zit te lezen voor ze naar haar werk moet. De ik verliest dit meisje uit het oog om haar zes jaar later met een kind weer tegen te komen bij dierentuin naast Jardin des Plantes.

Modiano is een meester in het wekken van de suggestie. Hadden zij ooit een relatie? Was de ik graag bij haar gebleven om samen met dit kind en haar een gezin te vormen? Is hij misschien zelf de vader? Omdat de schrijver zoveel open laat, kan de lezer naar hartenlust invullen, net als bij de mensen die je op straat ontmoet of nog vaag kent van vroeger. Wie zijn het, wat is er van ze geworden?
Wederom een prachtige roman van deze Franse melancholicus.



woensdag 28 november 2018

De schilder en het mes


Ollivier Pourriol, De schilder en het mes, De Geus, 2011

In uiterst korte hoofdstukken, vaak niet meer enkele bladzijden, komen een kunstschilder, zojuist geveld door een blindedarmontsteking, en zijn arts aan het woord. Ieder hoofdstuk heeft een of meer motto's: citaten en uitspraken van bekende mensen zoals Dali en Braque. Maar ook tijdens de gesprekken tussen beide heren passeren kunstenaars en schrijvers (Camus) de revue of wordt er over de Mona Lisa van Da Vinci gesproken. De wetenschapper wordt ingewijd in de kunst, leert die te begrijpen en te waarderen. Zo ook misschien de lezer, die aan de hand van anekdotes, over bijvoorbeeld Picasso, vragen voorgespiegeld krijgt over de werkelijke waarde van kunst.
Een vermakelijk boek dat ondanks soms wat trage uitweidingen en overpeinzingen snelheid behoudt door de korte hoofdstukken en vele motto's. Net zoals wanneer je een schilderij bekijkt en dat kriskras doet, aangetrokken door iets wat opvalt, zo wordt ook het boek gepresenteerd, in korte stukken tekst, ieder met een eigen kleur. 

woensdag 21 november 2018

Alabama Song

Gilles Leroy, Alabama Song, Uitgeverij Cossee, 2011

De Franse schrijver Gilles Leroy (1958) kruipt in dit op biografische gebeurtenissen gebaseerde verhaal de huid van Zelda (1900-1948), vrouw van de grote schrijver Scott Fitzgerald (1896-1940). Hij laat haar vertellen over haar leven vol glamour en met vele ups en downs. 
In 1918 ontmoet ze Scott Fitzgerald, dan nog een jong soldaat die vastbesloten is een beroemde schrijver te worden. Ze trouwen, maar al snel groeit het eigenzinnige koppel uit elkaar. Hij raakt aan de drank en verwaarloost zijn vrouw, zij lijdt meer en meer onder depressies en heeft een kortstondige relatie met een Franse vliegenier, de enige ware liefde in haar leven, blijkt later. Als ze een dochter krijgen, acht Scott haar ongeschikt voor het moederschap. Zelda verblijft steeds vaker in klinieken en gaat uiteindelijk, ze is dan rond de veertig, weer bij haar moeder wonen. 
Het boek bestaat voor een groot deel uit terugblikken, herinneringen aan haar leven vol roem en aandacht. Ze ziet in dat ze misschien een verkeerde keuze heeft gemaakt en dat haar leven ook heel anders had kunnen lopen. Een prachtig fictief verhaal over historische figuren dat zo indringend wordt verteld dat het evengoed allemaal waar had kunnen zijn. Niet voor niets winnaar van de Prix Goncourt in 2008. 

woensdag 14 november 2018

Florijn


Ernst Timmer, Florijn, Prometheus, 2013.

‘Ik ben: Joost Beekman, mens. Mijn product  heet: begeleiding.’ Zo introduceert Ernst Timmer in zijn derde roman de hoofdpersoon van Florijn.
Deze beschrijving kan op velen en tal van verschillende beroepen van toepassing zijn, maar zeker op Joost Beekman die in de zorgverlening werkt en de taak krijgt om meneer Florijn te begeleiden. De begeleiding bestaat in voornamelijk uit het elke week langsbrengen van contant geld, zodat Florijn de boodschappen kan betalen. Florijn is een chagrijnige oude man die stinkt, een kluizenaar, afgekeerd van de wereld, van iedereen die hem wil helpen. Met een hond die ook stinkt en op het tapijt poept als de achterdeur naar de tuin niet openstaat.
Timmer beschrijft in korte droge zinnen vanuit Joost Beekmans perspectief het wel en wee van meneer Florijn. Af en toe laat hij iets doorschemeren van het leven van Joost, die naast hulpverlener ook vader en echtgenoot is.
Soms is de beeldspraak origineel en treffend, om dan in dezelfde zin helaas weer te cliché te worden: ‘In de hal van het ziekenhuis bevrijdde ik me van het regenpak, dat als vers aangebracht behang tegen mijn kleren geplakt zat. Ik schopte het lood uit mijn schoenen en probeerde monter de trap op te lopen.’ Hoe schop je lood uit je schoenen, zelfs al is het overdrachtelijk? Maar gelukkig komt dat zelden voor. De droge humor overheerst en daardoor wordt de schrijnende situatie van meneer Florijn een stuk lichter, soms zelfs komisch.


woensdag 7 november 2018

Mijn wilde tuin


Meir Shalev, Mijn wilde tuin, Ambo Anthos, 2018.

Voor liefhebbers van tuinieren is Mijn wilde tuin van Meir Shalev een mooie aanvulling op de collectie. Het zijn bespiegelingen en beschrijvingen van de schrijver zelf. Hij tuiniert niet als professional, maar als liefhebber die tijdens het werk in de tuin ook nadenkt over het leven en de natuur zelf. De ondertitel is: Aantekeningen van een wildtuinier. Zo kan het boek misschien ook het beste gelezen worden. Shalev verruilde Jeruzalem voor het platteland en geniet daar volop van het onderhouden van zijn 'wilde' tuin. Het zijn vermakelijke verhalen over bijvoorbeeld de mierenkoloniën die zijn tuin bevolken of over hoe hij wel eens om regen bidt. De observaties, waarin ook religie en literatuur aangehaald worden, zijn niet alleen boeiend, maar ook humoristisch, zoals het verhaal ‘De achterlijke specht’ over een specht die tegen met volle overgave drie dagen lang op een vogelhuisje voor koolmezen blijft hameren. De verhalen worden afgewisseld met mooie tekeningen, in kleur en zwart-wit, van bloemen, bomen, doorkijkjes en landschappen.