Posts tonen met het label Schrijvers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schrijvers. Alle posts tonen

maandag 7 december 2015

De rotstreken van Arthur Rimbaud



Guus Luijters, De rotstreken van Arthur Rimbaud, LJ Veen, 2004.


Iedereen kent Rimbaud, als dichter, poète maudit, en ook zijn relatie met Verlaine is bekend. Juist dat laatste is het uitgangspunt in dit aangename boek van Guus Luijters. De relatie tussen de twee Franse dichters was meer dan alleen een seksuele, Verlaine was de onderdanige en Rimbaud de overheersende. Rimbaud was slinks, berekenend en dacht dus vooral aan zichzelf. Hij liet Verlaine bijvoorbeeld
kiezen tussen hem en Verlaines vrouw, Mathilde, op het moment dat ze ziek was. Verlaine is op weg om medicijnen te halen, maar buiten treft hij Rimbaud die van hem eist dat ze samen naar België vertrekken:
‘Maar…mijn vrouw is ziek…Ik moet naar de apotheek om iets te halen, een kruidendrank.’ Niks daarvan. Zeur niet over je vrouw. Kom op, we gaan.’ Toen ben ik natuurlijk met hem meegegaan.


En dan gaan ze, om vervolgens ruzie te maken en het weer bij te leggen. Volgens Verlaine beschikte Rimbaud over hypnotiserende krachten. Verlaine schippert constant tussen een leven met zijn vrouw en het zwervende avontuur met Rimbaud.
Luijters beschrijft treffend met anekdotes en citaten uit brieven en andere documenten de manipulator Rimbaud, die naast dichter en bohemien ook handelaar was die zijn geluk ging beproeven in Indië en Egypte.
Rimbaud was niet bang om te leven, om te doen waar hij zin in had. Of anderen daar last van hadden, maakte hem weinig uit. Is hij daarom een van de grootste dichters van Frankrijk geworden?  

maandag 23 november 2015

Reisdagboeken

Albert Camus, Reisdagboeken, Kritak Passages, 1987.

Een persoonlijk verslag van de reizen die Camus maakte in 1946 en 1949 naar respectievelijk de VS en Zuid-Amerika. In 1946 is hij nog niet zo bekend. Amerika boeit hem, maar tegelijker voelt hij afkeer van de ‘moderne’ wereld. Hij spreekt in verschillende zaaltjes geïnteresseerde toe.

’s Middags met studenten. Hoewel ze duidelijk een nostalgie voelen zijn ze zich niet bewust van de kern van het probleem. In dit land waar alles moet bewijzen dat het leven niet tragisch is, ervaren zij een gemis. Die grote inspanning is roerend, maar het tragische moet je verwerpen na het in de ogen te hebben gekeken en niet van te voren.’

Het is een wat somber verslag van een reis die Camus meer uit plichtsbesef lijkt te ondernemen, dan uit pure interesse in het land.
Zijn reis naar en door Zuid-Amerika verloopt niet veel anders. Ook daar gaat hij van stad naar stad om mensen te ontmoeten en lezingen te geven.
Op de boot heen spreekt hij af en toe met wat medepassagiers, maar het liefst trekt hij zich terug om te werken.

13 juli
Een stralend zonlicht overspoelt onafgebroken het hele wateroppervlak. Een boot baadt in een verblindend licht. Gezwommen, in de zon gelegen. En de hele middag gewerkt. Over twee dagen komen we aan.

Eenmaal onderweg door Brazilië, Argentinië, Urugay en Chili, neemt zijn somberheid de overhand. Hij is moe van alle mensen om hem heen en heeft last van tuberculose.

20 augustus
Een dodelijke dag. Om 10 uur journalisten en A.; om 11 uur mijn eerste voordracht, in de universiteitsaula. (…) Dit is een open, mooi land. Ik kom wat tot rust. Om 6.30 uur mijn tweede voordracht. De ambassadeur heeft zich verplicht gevoeld met zijn wederhelft te komen. Voor mijn neus op de eerste rij zie ik koppen vol verveling en banaliteit.

Het zijn korte intrigerende observaties door de ogen van een kritisch denker: ‘Als je in de wereld in de smaak wilt vallen, moet je 

maandag 12 oktober 2015

Sagan en zoon

Dennis Westhoff, Sagan en zoon, Uitgeverij Epimetheus, 2014.

De zoon van de beroemde Franse schrijfster Françoise Sagan (bekend geworden met Bonjour Tristesse) moest na haar dood beslissen of hij de erfenis, bestaande uit een grote financiële schuld én haar oeuvre, zou accepteren. Hij twijfelde en begon een aantal rechtszaken om deze schuld te minderen en aanvaarde uiteindelijk de nalatenschap.
In dit boek blaast hij de legende Sagan nieuw leven in. Op boeiende wijze vertelt hij over de tijd waarin zij zijn moeder was, hij beschrijft haar extraverte levenswijze, haar mededogen met hen die het minder hadden, haar voorliefde voor mooie auto's en de manier waarop ze volop probeerde te genieten van alles en iedereen om haar heen. Het is een biografie en deels een autobiografie ineen, Denis Westhoff blikt namelijk ook terug op zijn eigen leven dat hij samen met zijn moeder leidde. Maar het is ook een prachtige ode van een zoon aan zijn moeder.

Voor iedereen die ooit genoten heeft van de romans van Sagan, maar zeker ook voor mensen die deze schrijfster nog niet ontdekt hebben. 

woensdag 7 augustus 2013

Souvenir de Paris

Drs. P., Souvenir de Paris, Nijgh & Van Ditmar, 2009.

Bij het grootste antiquariaat van het land vond ik in de Ramsj een boekje over Parijs van Drs. P. Hij ook al, dacht ik? Vrijwel iedereen is er dus geweest en heeft er iets over geschreven. Maar ook dit keer is het de moeite waard. Hij haalt herinneringen op aan zijn eerste ontmoeting met de stad:
‘Hoe ik daar kwam is een lang verhaal, maar in januari 1945 zat ik in een militaire vrachtwagen die Parijs binnenreed. Een groezelige, winterse stad, maar wel Parijs. We passeerden de Seine, zagen de Eiffeltoren. Alles was echt.’
Zo zal voor velen Parijs zijn: echt. Het valt niet tegen, hoe hoog de verwachtingen ook gespannen zijn, hoe veel je er ook over gehoord of gedroomd hebt, Parijs stelt niet teleur. Toen niet en ook nu niet.
Drs. P. verhaalt over zijn verblijf met andere Nederlands. Ze hadden weinig te besteden, maar vermaakten zich best. ‘ Parijs was veel klappertanden waard. Vuil en schaarste alom, maar de métro reed, de mensen en voertuigen krioelden, en er werd van alles tentoongesteld, opgevoerd, gespeeld, verhandeld, beleefd.’
Hij speelde piano voor Amerikaanse soldaten, bezocht bordeelachtige etablissementen, dwaalde door nachtelijk Parijs.

Naast de herinneringen vertelt hij o.a. over de eerste stadsplattegronden en vangt tout Paris in een aantal gedichten, in het Nederlands en Frans. Deze liefdesbetuigingen aan Parijs zijn de moeite waard dus. 

donderdag 18 april 2013

Parijse Feesten


Ethel Portnoy, Parijse Feesten, Meulenhoff, 2004.


Het bekendste boek van de in 2004 overleden schrijfster Ethel Portnoy is misschien wel Broodje Aap. Zij heeft uiteraard meer geschreven, vooral veel verhalen en essays, maar ook een aantal romans. Ooit ben ik er in één begonnen Bange mensen, maar het is me niet gelukt het uit te lezen. Ik heb het geprobeerd, dacht ik, maar waarschijnlijk lees ik nooit meer iets van Portnoy. Tot ik haar naam een paar keer tegenkwam in verband met Nederlandse schrijvers en kunstenaars die in de jaren vijftig, zestig en zeventig in Parijs verbleven. Toen ik daarna het boek Parijse feesten in een boekhandel zag staan, besloot ik het nog eens te proberen. Daar heb ik geen spijt van gehad.
Het boek bevat autobiografische verhalen over Ethel in Parijs, voor het grootste deel over haar leven met Rudy Kousbroek, maar ook Remco Campert, Karel Appel en vele andere bekende en minder bekende Nederlanders passeren de revue. Annus Mirabilis, Place de la Contrescarpe en Parijse spoken, over haar komst naar Parijs en haar eerste jaren met Rudy, vind ik de mooiste, maar ook de andere verhalen zijn zeer de moeite waard. Tenminste, voor wie van Parijs houdt en er het liefst ook rond had willen lopen in de tijd dat de Karel Appel, Hugo Claus, Remco Campert en Ed van der Elsken er de eindjes aan elkaar knoopten en aan het begin van hun artistieke carrière stonden.