Posts tonen met het label Reisliteratuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reisliteratuur. Alle posts tonen

zondag 17 maart 2024

Man in het Wild

Jaco Benckhuijsen - Man in het Wild. Uitgeverij De Geus, 2022. 234 blz.

In Man in het Wild verkent Jaco Benckhuijsen in zijn kajak afgelegen plekken op aarde. Hij vaart over woeste zeeën aan de kust van Alaska, bij de Aloeten, daarna verkent hij de kusten en eilanden van Papoea-Nieuw-Guinea en uiteindelijk helemaal in het zuiden bij Vuurland. Op aanstekelijke wijze zet hij zichzelf, de mens, tegenover de overweldigende natuur en haar onvoorspelbaarheid. Hoe kwetsbaar is hij in zijn bootje op de woeste golven. Alles om in leven te blijven heeft hij bij zich, alleen moet er wel op tijd een droge plek aan land gevonden worden waar hij zijn tentje op kan zetten en vuur kan maken. 

Op respectvolle wijze beschrijft hij de mensen die hij ontmoet, met wie hij soms vriendschap sluit, ook al weet hij dat dat eindig zal zijn. Zodra hij vertrekt, is het uit het oog, maar voor hem niet uit het hart. Zoals Rod, een Australiër die hij in Papoea-Nieuw-Guinea ontmoet:

'Een echte wildeman, denk ik, vrij en zonder vrienden, familie of kinderen, met een eigen boot, een laptop en een kleine bemanning; kon in de gewone wereld niet aarden, viel van avontuur in avontuur, totdat hij ontdekte dat hij niet meer terg het land op kon, net als de walvissen, en altijd zonder vrouw zou blijven. Nu kent hij geen ander leven dan dit schommelende bestaan, een meter boven de zeespiegel. Heeft niemand meer nodig en niemand heeft hem nodig. Een vacuüm waarin je cynisch kunt worden of misschien juist heel vrij en liefdevol.'

Een prachtig en aanstekelijk reisboek. Waarvoor je zelf niet op pad hoeft, maar toch alles meebeleeft.


vrijdag 10 december 2021

Licht op Lissabon

Harrie Lemmens - Licht op Lissabon, uitgeverij Atlas, 2021. 


Harrie Lemmens, essayist en vertaler van vooral Portugese literatuur, laat de lezer in deze bundel met hem mee wandelen door Lissabon. Acht wandelingen in acht hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een kaartje waarop de wandeling uitgestippeld staat. Uitgebreid gaat Lemmens in op de historische context van de gebouwen, cafés, restaurants, straten en pleinen waar hij langsloopt. Ook belangrijke gebeurtenissen die op de route plaatsvonden, gesprekken met mensen, delen van zijn eigen brieven passeren de revue. Hij citeert of parafraseert grote Portugese schrijvers en dichters als Pessoa en Lobo Antunes, auteurs die hij door en door kent.

Met zijn vrouw Ana Carvalho, die de prachtige begeleidende foto's maakte die in de bundel zijn opgenomen, woonde hij in Lissabon en kwam er daarna nog zeer regelmatig. Hij kent de stad als zijn broekzak en het is onvermijdelijk dat iemand die veel weet en graag vertelt soms iets te snel van de hak op de tak springt. Het zij hem vergeven, de bundel is een waar genot voor iedereen die Lissabon denkt te kennen of graag wil leren kennen.

maandag 18 oktober 2021

Figuren in een landschap

Paul Theroux - Figuren in een landschap, Uitgeverij Atlas Contact, 2019.

Reizende schrijvers of schrijvende reizigers zijn waarnemers en als ze goed zijn ook nog eens scherpe waarnemers die inzoomen en afstand nemen wanneer het nodig is. Paul Theroux heeft talloze reisverhalen en romans geschreven. Hij kan zich verplaatsen in fictieve personages (zoals in De muskietenkust waarin een vader met zijn gezin het oerwoud intrekt om daar te overleven), maar hij kan evengoed zijn medemens observeren, beluisteren en vervolgens nauwgezet en levendig beschrijven.

In deze bundel, met de treffende titel Figuren in een landschap, deelt hij zijn kennis over collega-auteurs zoals Simenon, Graham Greene, Joseph Conrad  en Henry David Thoreau. Maar ook doet hij verslag van een wandeling met Robin Williams door New York en van een ontmoeting met Oliver Sacks, de neuropsycholoog met wie hij goed bevriend was. Daartussen staan stukken over zijn eigen reiservaringen, zoals het eerste stuk waarin hij verhaalt over een drugsreis naar Peru om de hallucinerende werking van ayahuasca te ervaren. Het ‘tripje’ loopt uit op een desillusie, niet alleen door zijn medereizigers, maar ook doordat hij ziet hoezeer het regenwoud wordt aangetast door olieboringen en toerisme.

In ‘Dat ben ik: een herinnering’, gaat hij als student met een man mee naar huis die hem een lift heeft gegeven, iets wat hij beter niet had kunnen doen. Het toont Theroux’ naïviteit, maar ook nieuwsgierigheid en open geest, zoals dat ook in de andere essays duidelijk naar voren komt. Hij laat het leven op zich afkomen en bepaalt daarna tot waar hij zich laat meevoeren. En de lezer kan zich op zijn of haar beurt weer laten meevoeren door de prachtige observerende schrijfstijl van deze meesterlijk auteur, die een van de grootste figuren is in het reisschrijverslandschap.



maandag 15 maart 2021

De omweg naar Paaseiland

Gerrit Jan Zwier, De omweg naar Paasleiland, Uitgeverij Atlas Contact, 2016.


Gerrit Jan Zwier is vooral geïnteresseerd in de lege uithoeken van de wereld. In eerdere reisboeken heeft hij al laten zien dat hij goed is in het verweven van zijn eigen bevindingen met feiten en anekdotes uit reisverslagen van anderen die hem voorgingen. De omweg naar Paaseiland sluit daar prima bij aan. Via Vuurland en het zuiden van Chili komt hij met een wat norse en zwijgende reisgezel aan op Paaseiland. Een eiland waar ongeveer 50.000 toeristen per jaar komen, vooral om de moai's, te bewonderen. 

Het mysterie rondom de oorsprong van deze imposante stenen beelden heeft velen voor Zwier beziggehouden, maar ook de geschiedenis van het eiland zelf is niet opgehelderd. Doordat Jacob van Roggeveen het eiland ooit ontdekte, blijft er een dun lijntje tussen Nederland en Paaseiland bestaand.
Mooie kleurenfoto’s in het middenkatern ter illustratie. De afwisseling tussen de verschillende ontdekkingsreizigers en het verslag van Zwier zelf is soms wat rommelig, maar over het algemeen heeft de auteur een boeiend reisdocument toegevoegd aan zijn oeuvre over verre oorden.

zondag 27 januari 2019

Eilanden


Albert Beintema, Eilanden, Atlas Contact, 2013

Eilanden blijven intrigeren. Afgebakende stukjes of stukken land waar veel of weinig mensen wonen, of soms niemand. En er is altijd iets mee. Het is onontgonnen, er leven aparte diersoorten, er is om gevochten, het komt niet voor op sommige kaarten, men kan er niet aanleggen, de bewoners houden bezoekers angstvallig op afstand en ga zo maar door.

Wat is er dan mooier dan een boek dat helemaal aan eilanden gewijd is. Boudewijn Büch heeft er natuurlijk flink wat over op papier gezet, maar hij is niet de enige. In Eilanden vertelt Albert Beintema, die ook een prachtig boek schreef over het waterhoentje van Tristan da Cunha, zijn persoonlijke band met een negentigtal eilanden, ver weg of gewoon ergens in Nederland in een rivier. De natuur, de bewoners en de geschiedenis komen aan bod. Voorin staat een aantal kaartjes.

Een boek om in te bladeren, niet van A tot Z te lezen, al staan de eilanden wel zo gerangschikt op naam, en om te herlezen. Net als de boeken van Büch over eilanden en verre streken.
Voor de wereldreiziger, maar ook voor diegene die liever thuiszit en wegdroomt.

maandag 12 februari 2018

De laatste boot naar Sint-Helena

Ron Moerenhout, De laatste boot naar Sint-Helena, Meulenhoff 2016.

Het is de vraag of je een gebied of eiland moet bezoeken waarvan je vindt dat er eigenlijk al te veel toeristen heen gaan. Zoals Patagonië, de uitgestrekte leegte, de pampa’s de kleine stadjes aan de kust van Argentinië, dat alles verdwijnt als je er enthousiast over schrijft en er zelf vaak heen gaat. Want waarom mag jij wel, en die ander niet?


Dat gevoel heb ik ook bij Sint- Helena en Tristan da Cunha. Beide verafgelegen, moeilijk bereikbare eilanden in de Atlantische Oceaan. Ik zou er graag heengaan en net als bijvoorbeeld Boudewijn Büch rondlopen en ervaren hoe het is om zo ver de rest van de bewoonde wereld te zijn. En hoe langer je wacht, hoe minder exclusief het wordt. Zeker wanneer er, zoals op Sint-Helena, een vliegveld aangelegd wordt waardoor je niet meer vijf dagen per boot onderweg bent vanuit Kaapstad, maar in een aantal uur op het eiland kunt landen. Niet alleen is Sint-Helena interessant om zijn afgelegen locatie en kleine en overzichtelijke mini-maatschappij, maar ook omdat het de laatste verblijfplaats was van Napoleon. 
Gelukkig hoef je er ook niet altijd heen om de sfeer te proeven, je kunt ook vanuit huis de reis maken, bijvoorbeeld met het boek van Ron Moerenhout. Hij heeft, voordat het vliegveld gerealiseerd werd, nog een van de laatste reizen met de boot gemaakt. Op zoek naar de relatie met Nederland, dat het eilandje ook kort in bezit had, spreekt hij veel bewoners, bezoekt Longwood house waar Napoleon zijn dagen sleet, probeert hij de Nederlandse vlag tijdelijk te laten wapperen boven het eiland en speurt naar het echte verhaal achter de ontsnapping van Willem Merk die in de jaren negentig gevangen zat op het eiland wegens drugssmokkel.
De schrijver schetst in een prettige stijl met veel feiten en achtergrondinformatie een redelijk volledig beeld van dit afgelegen deel van het Britse rijk. Een verleidelijk opstapje om misschien toch maar eens op reis te gaan.

dinsdag 26 december 2017

Het logboek van de ontdekkingsreiziger

Het logboek van de ontdekkingsreiziger

Een prachtig en rijk geïllustreerd boek over ontdekkingsreizigers uit de afgelopen eeuwen. Grote namen komen aan bod, zoals James Cook (de Stille Zuidzee), Bruce Chatwin (Patagonië) en Thor Heyerdahl (Zuid-Amerika), maar ook veel onbekende namen die juist bekendheid verdienen. Ze trotseerden woestijnen, regenwouden, oceanen en ijsvlaktes. Er komen kaartenmakers, antropologen, pioniers en biologen aan het woord.  Amateur en professionals.
Centraal staat echter het notitieboekje, het logboek. Wat ze noteerden en tekenden, dat is wat ons nu nog rest van hun verlangens de wereld te ontdekken.
De biografieën zijn kort maar geven een goed beeld van de ontdekkingen van die de persoon gemaakt heeft. Afbeeldingen van zijn of haar logboek, schetsen en aantekeningen maken het beeld volledig. Het voorwoord is van Redmond O'Hanlon, een klassieke ontdekkingsreiziger die niet onderdoet voor zijn voorgangers. Een must voor wie zelf van reizen houdt of van ontdekkingsreizigers.

donderdag 11 mei 2017

Reisavonturen & Bedevaartstochten

Jaap scholten, Reisavonturen & Bedevaartstochten, Uitgeverij Contact, 2002

Zoals bij een warenhuis vroeger op de gevel stond waar het nog weer gevestigd was, zo staan op de kaft van dit boek de plaatsnamen waar de verschillende verhalen zich afspelen: Marseille, Lockenhaus, Tanger, Boekarest, Cornish (...). Daarbij spreken de palmboom en ondergaande zon, hoe cliché ook, tot de verbeelding. Dan ben ik al snel verkocht, zeker als het boek ook nog gesigneerd is door de auteur.

Het zijn vermakelijke beschrijvingen, zoals wanneer Jaap Scholten op bezoek gaat bij Saul Bellow in Tanger, 'de laatste overlevende van de generatie die Tanger roem verschafte'. Of wanneer hij in 1990 naar gravin Erzsébet Báthory op zoek gaat in Hongarije. Deze dracula-vrouw zou in haar kastelen meer dan zeshonderd jonge vrouwen hebben vermoord omdat zij ervan overtuigd was dat maagdenbloed de geest jong en de huid soepel zou houden. Een andere 'bedevaart' gaat naar Spanje, naar het huis waar Salvador Dalí, Fréderico García Lorca en Luis Buñuel hebben samengewoond. Een beroemde schilder, dichter en een filmer. Hij vindt nog één persoon die de drie heeft meegemaakt, ene José Bello, inmiddels 96 jaar oud. Deze kroongetuige vertelt smeuïge verhalen over het drietal, of eigenlijk viertal, want zelf hoorde hij er ook bij.

Scholten weet het mooi te verwoorden en zet deze -soms vergeten- beroemdheden opnieuw in de schijnwerpers.  

maandag 23 januari 2017

Aan het einde van de regenboog

Carolijn Visser, Aan het einde van de regenboog, Meulenhoff, 1992

Na het lezen van dit boekje vraag je je af of ze er nog zijn: de goudzoekers op het schiereiland Osa in Costa Rica. Waarschijnlijk wel, mensen blijven altijd op zoek naar geluk, zeker als het voor hun gevoel voor het oprapen ligt.

Carolijn Visser schrijft mooie reisboeken. Ze laat zich onderdompelen in het land en de cultuur waar ze over schrijft. Voor dit verhaal verbleef ze een half jaar op het schiereiland, sprak met de mensen daar, wat niet altijd makkelijk ging omdat het in de eerste plaats goudzoekers waren die niet zomaar gingen vertellen waar ze naar goud zochten en hoeveel ze daarmee verdienden. 
De lezer leeft mee met het primitieve bestaan van deze op zichzelf levende pioniers met hun twisten en wantrouwen. Tegen beter weten in trekken ze dieper het oerwoud in omdat daar een grote goudader zou liggen. Niemand weet er het fijne van, maar men blijft zoeken. 
Eén van de goudzoekers heeft besloten niet langer met houwelen in de aarde te wroeten, maar verhandelt voor de anderen het goud dat ze gevonden hebben. Hij trekt door het oerwoud langs de armzalige hutjes en verkoopt het op het vaste land. Uiteraard houdt hij er zelf genoeg aan over. En er is een café, waar de woeste mannen en vrouwen hun zuur verdiende geld verdrinken.


Om terug te komen op de vraag of ze er nog zijn: vast wel, maar een stuk minder. Aan het eind van het verslag van Visser blijkt dat de Japanners en Amerikanen ook het goud ontdekt hebben en met  nieuwe technologie en grote ondernemingen de eenlingen verjagen. 

maandag 14 november 2016

Nooit hier, altijd daar

Gerrit Jan Zwier, Nooit hier, altijd daar, Artlas, 2010

Gerrit Jan Zwier is een reisschrijver in hart en nieren. In dit boek  beschrijft hij een reis van Buenos Aires naar Ushuaia, langs enkele hoogtepunten van Patagonië, zoals de Welsh-nederzettigen, pinguïnkolonies aan de kust en de gletsjer Perito Moreno in de Andes.

Het hoogtepunt is zijn vertrek vanuit Ushuaia, op een klein schip dat een aantal uithoeken van de aarde zal aandoen, te beginnen bij de Falklandeilanden en via onder andere Tristan da Cunha en Sint Helena naar Kaapverdië. De reisbeschrijving wordt afgewisseld met interessante wetenswaardigheden over ontdekking van de plekken waar ze langskomen, de huidige bewoners en de flora en fauna.
Twee katernen met schitterende foto’s illustreren het verhaal, evenals twee duidelijke kaarten.

Zwier is een kenner van de Noordelijke gebieden van de aarde, hij is een reiziger met een sterke hang naar afgelegen plekken waar de mens het nog altijd van de natuur verliest. In dat opzicht is dit boek een mooie aanvulling op zijn oeuvre. Hij geeft veel feiten en achtergrondinformatie, de lezer zou er bijna voor thuis kunnen blijven om de reis vanuit zijn luie stoel te beleven. 

maandag 28 maart 2016

Parijs, literair zakreisboek

Parijs, literair zakreisboek, Het literatuurhuis, 2015.

Een vermakelijke reisgids waarbij de lezer aan de hand van een aantal fragmenten uit bekende en minder bekende romans en dichtbundels door Parijs geleid wordt. Apolinaire’s Pont Mirabeau staat erin, maar ook het Parijs ten tijde van Victor Hugo en Honoré de Balzac passeert en fragmenten uit De kaart en het gebied van Michèl Houellebecq en Au pair van W.F. Hermans.
Het is een gevarieerde verzameling, er staan zelfs enkele vertalingen in van (nog) ongepubliceerde vertalingen, zoals over het 10e arrondissement van  Thomans Clerc die alle straten uit die wijk beschrijft.
Shakespeare & Co kan natuurlijk niet ontbreken, de boekwinkel werd ooit door Sylvia Beach begonnen en is later aan de kade van de Seine voortgezet door George Whitman, het komt in twee fragmenten aan bod. Helaas ontbreekt Patrick Modiano, de auteur bij uitstek die Parijs in woorden weet te vangen. Voor in het boekje staat een kaart met verwijzingen naar de plekken waar de fragmenten zich afspelen, achterin een bronvermelding. 

vrijdag 18 maart 2016

Verhalen uit de Encyclopedia Patagonia

Dree Peremans, Verhalen uit de Encyclopedia Patagonica, Globe, 1994.

Een zeer handzame verzameling verhalen over het meest lege en uitgestrekte gebied in Zuid-Amerika: Patagonië. Dree Peremans schrijft op informatieve en vermakelijke wijze over dit intrigerende onherbergzame land. Over de Fransman die zichzelf tot koning uitriep van Araucanië en Patagonië, over de indianenstammen die er ooit leefden, over Belgen rondom naar de zuidpool, over emigranten uit onder andere Wales, die er hun geluk beproefden. Achterin staan de noten en verwijzingen naar andere bronnen over Patagonië, daartussen kan Peremans zelf natuurlijk niet ontbreken: Peremans, Dree, mijn geheugen 1949-1994, onuitgegeven. 


Er zijn meer delen van deze encyclopedie, ik heb in ieder geval deel 1 en 2, en onlangs is er een geheel herziene uitgave op de markt gebracht: Patagonië, Het einde van de wereld.
Een prachtige en passievolle compilatie van alle wetenswaardigheden over die verre, verlaten en onmetelijke landtong. 

maandag 11 januari 2016

Naar de rand van de kaart

Gerrit Jan Zwier, Naar de rand van de kaart, Atlas, 2008

Gerrit Jan Zwier beschrijft een prachtige reis van Buenos Aires naar Ushuaia, langs enkele hoogtepunten van Patagonië, zoals de Welsh-nederzettigen, pinguïnkolonies aan de kust en de gletsjer Perito Moreno in de Andes.
Het hoogtepunt van Zuid-Amerika is zijn vertrek, vanuit Ushuaia, op een klein schip dat een aantal uithoeken van de aarde zal aandoen, te beginnen bij de Falklandeilanden en via onder andere Tristan da Cunha en Sint Helena naar Kaapverdië.
De reisbeschrijving wordt afgewisseld met interessante wetenswaardigheden over ontdekking van de plekken waar ze langskomen, de huidige bewoners en de flora en fauna. Om de beschrijvingen kracht bij te zetten illustreren twee katernen met schitterende foto’s het verhaal, evenals twee duidelijke kaarten.

Zwier is een kenner van de Noordelijke gebieden van de aarde, hij is een reiziger met een sterke hang naar afgelegen plekken waar de mens het nog altijd van de natuur verliest. In dat opzicht is dit boek een mooie aanvulling op zijn oeuvre. Hij schrijft boeiend, de lezer zou er bijna voor thuis kunnen blijven om de reis vanuit zijn luie stoel te beleven. 

maandag 30 november 2015

Yeti jagers

Tjalle Halbertsma, Yeti jagers, Hollandia, 2008.
'Het verborgen onderzoek naar de wilde mens.'



Een sage is een traditioneel volksverhaal met een historische kern. Het speelt zich af op een bekende plaats en in een bekende tijd. Dat geldt ook voor de bekende sagen zoals het monster van Loch Ness en de die van de verschrikkelijke sneeuwman. De locatie is bekend, hoe uitgestrekt deze ook mag zijn, en juist daardoor spreekt het verhaal tot de verbeelding en blijven mensen zich afvragen of er toch niet meer van waar is.

Tjalling Halbertsma gaat in Mongolië op zoek naar sporen van de Yeti. Hij ontmoet bergbewoners die beweren er wel eens een gezien te hebben en spreekt met onderzoekers die geloven in het bestaan van deze wilde mens. En hij gaat ook zelf op onderzoek uit. In het uitgestrekte en onherbergzame landschap komt het helemaal niet zo ongeloofwaardig over dat er een Yeti zou hebben bestaan of nog steeds bestaat. En dan is het misschien niet eens een eenling die op mysterieuze wijze maar blijft leven, maar een kleine groep aapachtige die weten te overleven in hun steeds kleiner wordende habitat.

Mooi om zo’n verslag te lezen en mee te gaan in de twijfels van de auteur, of zoals het in het voorwoord genoemd wordt: de knagende onzekerheid. Immers: absence of evidence is no evidence of absence.

maandag 23 november 2015

Reisdagboeken

Albert Camus, Reisdagboeken, Kritak Passages, 1987.

Een persoonlijk verslag van de reizen die Camus maakte in 1946 en 1949 naar respectievelijk de VS en Zuid-Amerika. In 1946 is hij nog niet zo bekend. Amerika boeit hem, maar tegelijker voelt hij afkeer van de ‘moderne’ wereld. Hij spreekt in verschillende zaaltjes geïnteresseerde toe.

’s Middags met studenten. Hoewel ze duidelijk een nostalgie voelen zijn ze zich niet bewust van de kern van het probleem. In dit land waar alles moet bewijzen dat het leven niet tragisch is, ervaren zij een gemis. Die grote inspanning is roerend, maar het tragische moet je verwerpen na het in de ogen te hebben gekeken en niet van te voren.’

Het is een wat somber verslag van een reis die Camus meer uit plichtsbesef lijkt te ondernemen, dan uit pure interesse in het land.
Zijn reis naar en door Zuid-Amerika verloopt niet veel anders. Ook daar gaat hij van stad naar stad om mensen te ontmoeten en lezingen te geven.
Op de boot heen spreekt hij af en toe met wat medepassagiers, maar het liefst trekt hij zich terug om te werken.

13 juli
Een stralend zonlicht overspoelt onafgebroken het hele wateroppervlak. Een boot baadt in een verblindend licht. Gezwommen, in de zon gelegen. En de hele middag gewerkt. Over twee dagen komen we aan.

Eenmaal onderweg door Brazilië, Argentinië, Urugay en Chili, neemt zijn somberheid de overhand. Hij is moe van alle mensen om hem heen en heeft last van tuberculose.

20 augustus
Een dodelijke dag. Om 10 uur journalisten en A.; om 11 uur mijn eerste voordracht, in de universiteitsaula. (…) Dit is een open, mooi land. Ik kom wat tot rust. Om 6.30 uur mijn tweede voordracht. De ambassadeur heeft zich verplicht gevoeld met zijn wederhelft te komen. Voor mijn neus op de eerste rij zie ik koppen vol verveling en banaliteit.

Het zijn korte intrigerende observaties door de ogen van een kritisch denker: ‘Als je in de wereld in de smaak wilt vallen, moet je 

maandag 2 november 2015

Buitengewesten

Simon Winchester, Buitengewesten, Atlas, 2008.

Deze vertaling van de heruitgave van het gelijknamige boek uit 1985 bevat een nieuwe inleiding waarin de auteur kort ingaat op de globalisering, het huidige kolonialisme, en de positieve aspecten die de Britten in hun koloniën hebben achtergelaten.
Het boek is een verslag van tien reizen die hij begin jaren tachtig maakte om te kijken wat er over is van het ooit zo grote Britse wereldrijk. Zo probeert hij aan land te komen op Diego Garcia, een eiland in de Indische oceaan, door de Britten verhuurd aan de VS en voor militaire doeleinden gebruikt. De oorspronkelijke bewoners werden zonder pardon van hun eiland gezet en net als de auteur, lukt het hen niet meer om aan wal te komen.

Ook Gibraltar, Sint Helena en Pitcairn, worden onder de loep genomen. Historische feiten, sociologische aspecten en natuurbeschrijvingen worden met de reiservaringen van Winchester vermengd tot steeds weer een boeiend hoofdstuk. Voorafgaand aan elk hoofdstuk staat een kaartje van het gebied of de eilandengroep. Kortom, een originele invalshoek voor een reisverslag.

vrijdag 26 december 2014

De andere kant van de wereld

Rudi Rotthier, De andere kant van de wereld, Atlas, 2008.

Wie zou er niet van een oom een flink geldbedrag willen erven om daarmee een reis te maken waar die oom niet meer aan toekwam en de reis maakte door te bladeren door de Fotoatlas van landen en volkeren? Het overkwam Rudi Rotthier, die de Stille Oceaan doorkruiste en tientallen eilanden aandeed om het wel en wee van de bevolking op te tekenen, de natuur te beleven en met mensen te praten. Hij begint op Bougainville wat hoort bij Papoea-Nieuw-Guinea en eindigt bij het Chileense Paaseiland.
Daartussen in liggen Britse koloniën, Frans territorium, onafhankelijke staten, eilanden waar vrijwel dagelijks een staatsgreep plaatsvindt, bijna verlaten eilanden, toeristische hoogtepunten, en eilanden die over een aantal jaren overspoeld zullen zijn door zeewater en de waarvan de bevolking geld opzij legt om elders land te kopen. Voorafgaand aan elk hoofdstuk, dat over een eiland of eilandengroep verhaalt, staat een handig lijstje met feiten, zoals de politieke status, aantal inwoners, voertalen en levensverwachting.
Zulke boeken lees ik graag, feiten vermengd met ooggetuigeverslagen, die altijd onderhevig zijn aan subjectieve oordelen en waarnemingen, mits interessant opgeschreven. Ik weet niet of de oom van Rotthier ook kon schrijven, maar ik ben blij dat hij zijn geld naliet aan zijn neef Rudi. En die zal hem niet teleurgesteld hebben. 

Het boek is overigens een mooi vervolg op De Gelukkige eilanden van Paul Theroux, die ook in de Stille Zuidzee van eiland naar eiland trok. 

vrijdag 12 december 2014

Vergeten Vaderland

Ben Macintry, Vergeten Vaderland, Uitgeverij Balans, 1994.

In 1886 stichtte Elisabeth Nietzsche, de zuster van de beroemde filosoof, met haar man een kleine nederzetting in de oerwouden van Paraguay. Veertien Duitse gezinnen vergezelden haar, geselecteerd op hun genetische zuiverheid, hun Arische trekken en veelal slachtoffer van de economische crisis in Duitsland. Ze verwachtten een paradijs te vinden op de plek waar zij Nueva Germania stichtten. De aarde bleek echter moeilijk te bewerken en het klimaat was slopend voor de blanke noorderlingen. Elisabeth verliet de kolonie om in Duitsland het werk van haar broer te verspreiden en mee te liften op zijn roem. Na de dood van Friedrich Nietzsche bestierde ze zijn nalatenschap met ijzeren hand. Ze verdiende veel geld aan de herdrukken, waaruit zij naar eigen goeddunken passages wegliet om het beter te laten aansluiten bij haar ideeën en die van haar invloedrijke antisemitische vrienden. De kolonie bleef ondertussen vechten om het hoofd boven water te houden.

In eerste instantie verwachtte ik meer te weten te komen over het wel en wee van de Duitsers in het verre Paraguay en hun drijfveren om er te blijven. Het grootste deel van het verhaal van Macintry is echter gewijd aan de relatie tussen Elisabeth en haar broer en aan de rol die zij gespeeld heeft in het vergroten van zijn naamsbekendheid door zijn teksten en ideeën te misbruiken. Maar ook dat was zeer de moeite waard om te lezen, bovendien laat de schrijver aan het eind de enkele overgebleven Duitsers in Nueva Germania aan het woord, waardoor ik me een goede voorstelling kon maken van het mislukte ideaal dat meer dan honderd jaar geleden de oorzaak was van de onderneming.

maandag 28 juli 2014

Selkirks eiland

Diana Souhami, Selkirks eiland, Anthos, 2001.

   
Reisliteratuur moet spannend zijn, en informatief. Feiten over ontdekkingen, schipbreuk op een onbewoond eiland, of over gevaarlijke inheemse stammen in de woestijn of het oerwoud. Daar doorheen een verhaallijn die goed uitgewerkt is. Selkirks eiland voldoet absoluut aan deze criteria.
De schot Alexander Selkirk monstert in 1703 aan op een Engels schip om langs de kust van Chili Spaanse schepen te overvallen en met de buit huiswaarts te keren. Door ruzie met de kapitein wordt hij echter achtergelaten op het onbewoonde eiland Juan Fernadez, dat gebruikt werd om schepen op te kalefateren, vers water in te slaan en geiten en zeeleeuwen te slachten voor vers vlees. Hij leeft er vier jaar in eenzaamheid tussen de geiten en wilde katten en wordt dan gered. In de reisjournaals die de zeelui na hun piratentochten publiceerden was Selkirks verhaal niet meer dan één alinea. Tot Daniel Defoe, die als broodschrijver een eigen krant vol schreef, er in 1719 zijn Robinson Crusoe op baseerde. Het werd een bestseller, die in de jaren daarop vertaald werd in het Frans, Nederlands, Duits en Russisch.
Selkirk heeft nooit iets gehad aan de bekendheid van zijn geromantiseerde personage. Hij kon in Engeland niet aarden, ging weer scheep en overleed in 1721 voor de kust van Gambia, waarschijnlijk aan malaria.
In het laatste hoofdstuk schrijft Diana Souhami over het eiland in deze dagen. De inwoners, toen zij het boek schreef ongeveer 500 in getal, leven van de kreeftenvangst. Sinds een aantal jaren is het grootste deel van het eiland beschermd natuurgebeid. Het hoofdeiland heet Isla Robinson Crusoe, het andere eiland, een grote rots waar Selkirk vermoedelijk nooit een stap heeft gezet, heet Isla Alexander Selkirk.


maandag 14 juli 2014

Ons leven op Walviseiland

Daniel Hays, Ons leven op Walviseiland, Anthos, 2003.
   

Welke romanticus droomt er niet van: een eigen eiland, weg van de bewoonde wereld, waar niemand je stoort en je kunt doen en laten wat je wilt. En dan bedoel ik niet het toevallig aanspoelen op een eiland en er het beste van proberen te maken, maar de bewuste keuze om naar een eiland af te reizen en er te blijven voor minimaal een jaar.

In de Eenzaam-Eiland-bibliotheek van uitgeverij Atlas zijn twee mooie boeken vertaald: Een Eiland voor jezelf van Tom Neale en Puka-Puka van Johnny Frisbie. Wat bij deze boeken nog meer tot de verbeelding spreekt, is dat ze zich afspelen op eilanden in de Stille Oceaan, me witte stranden en palmbomen. Het eerste is uit 1960, het tweede uit 1948. Ver weg in tijd en ruimte.


Ons leven op Walviseiland is wat dat betreft van een andere orde. Daniel Hays heeft een eilandje voor de kust van Canada gekocht en vertrekt erheen met zijn vrouw en stiefzoon, in 1998. Hij bouwt eerst een huis, het eilandje ligt niet heel ver van de kust en ‘emigreert’ pas als het af is. Deze stap heeft zijn keerzijde en is er een van de harde romantiek (als die bestaat). Het is koud en winderig op het eiland en ook binnen het gezin zijn de verhouding soms wat koeler. Hun afgezonderde bestaan wordt afgezet tegen het drukke stadse leven van eind jaren negentig. De twijfel tussen de wens te ontsnappen aan de samenleving en de hang naar deelname aan diezelfde samenleving is voorstelbaar. Veel meer dan de verhalen op de onbewoonde eilanden in de Stille Oceaan vol palmbomen en zon, die ondanks alles toch een hoog bounty-gehalte hebben. Dat zijn avonturenromans om bij weg te dromen, waarbij je je inbeeldt op een van de witte stranden te lopen.
Of ik op Walviseiland zou willen verblijven, weet ik zo net nog niet. Misschien als er over een aantal jaren een verslag verschijnt over iemand die op een booreiland heeft gewoond. Het is duidelijk, ook de romanticus moet meegaan in de tijd.