vrijdag 31 december 2021

Niemand is van hier

Lodewijk van Oord - Niemand is van hier, uitgeverij Cossee, 2019.

Lodewijk van Oord laat met zijn roman Niemand is van hier de lezer op een vindingrijke en veelzijdige manier nadenken over de vele aspecten van het postkolonialisme. Welzijnswerk, wetenschap, rijkdom, vertier, macht, dit zijn maar enkele van de beweegredenen voor de Europeaan om zich nog steeds of weer opnieuw te bemoeien met in dit geval Afrika. Van Oord velt geen oordeel over goed of slecht, maar laat het aan de lezer om dat oordeel zelf te vormen aan de hand van verschillende verhaallijnen en contrasterende personages. De ene is Rineke Friedl, een jonge biologe, reist naar île Europe, dat tussen Mozambique en Madagaskar om de rattenpopulatie onderzoeken om deze trefzeker te kunnen bestrijden.

Daartegenover staat Fliers, een wat oudere man, gescheiden, accountant, heeft vrienden met geld en is zelf ook niet onbemiddeld. Hij is min of meer op de vlucht. Een vriendje van hem heeft een bungalow aan de kust met van Mozambique, met zwembad en personeel, waar hij zich veilig waant.

Van Oord heeft zich goed ingeleefd in zijn personages en schets op treffende wijze verschillende werelden: die van de eenzame wetenschapper die een probleem komt oplossen, die van de rijke blanke die geen kwaad ziet in hulp bieden, die van de soldaat die braaf doet wat hem wordt opgedragen, die van de arme Afrikaan voor wie het niet duidelijk is wat hij wel en niet kan verwachten van de Europese bezoekers.

vrijdag 24 december 2021

Mijn koningin



Jean Baptiste Andrea - Mijn koningin, Uitgeverij Oevers, 2018.

Het is knap hoe Jean-Baptiste Andrea erin is geslaagd in zijn debuut Mijn koningin een geloofwaardig verhaal te vertellen door de ogen van een kind van een jaar of twaalf. Een kind dat niet mee kan komen met andere kinderen van zijn leeftijd, dat verstandelijk anders functioneert.

Hij wordt Shell genoemd, omdat hij altijd in een geel Shell-jasje de benzinepomp bedient van zijn ouders. Als enig kind in een afgelegen gebied in de Provence bestaat zijn wereldje uit niet meer dan het doorgaans stille pompstation, zijn weinig meelevende ouders en de berg achter het benzinestation. Hij gaat niet meer naar school, omdat hij werd gepest en weinig aansluiting met de andere kinderen had.
Toch legt hij zich niet neer bij zijn situatie. Hij vermoedt dat er in de bergen een oorlog woedt en hij neemt het besluit om te gaan helpen. Zonder zijn ouders in te lichten pakt hij zijn rugzak, het geweer van zijn vader en in alle vroegte beklimt hij de berg achter het huis om te gaan strijden.

En hoewel je aanvoelt dat dit niet goed kan gaan, heb je geen idee hoe deze jongen het gaat redden, zo alleen zonder eten en onderdak in de bergen. Keert hij terug naar huis of houdt hij vol en trekt hij verder, een desillusie tegemoet?

De schrijver toont de lezer een wereld die hem zeer waarschijnlijk vreemd is. De jaren zestig in een verafgelegen streek, maar vooral de wereld van een jongen die afwijkt van de norm. De stijl sluit naadloos aan bij de manier van denken en communiceren van de hoofdpersoon: weinig dialogen en eenvoudig taalgebruik om zijn gedachten en belevenissen weer te geven.

vrijdag 17 december 2021

Trotse bedelaars

Albert Cossery - Trotse bedelaars, uitgeverij Jurgen Maas, 2021.

Deze vierde roman van de Franse schrijver Albert Cossery (1913-2008) verscheen in 1955 en werd voor het eerste vertaald in 1987. Uitgeverij Jurgen Maas heeft nu een geactualiseerde vertaling op de markt gebracht.

Cossery is een meesterlijk verteller, in deze roman volgt hij verschillende figuren die aan de rafelranden van maatschappij de eindjes aan elkaar proberen te knopen. Ze drinken thee in theehuizen, dwalen door de stad, slapen in armoedige kamers op kranten en een bordeelbezoek hoort er ook af en toe bij. Hoewel het leven uitzichtloos is, is het verre van gecompliceerd en stralen deze bedelaars een soort innerlijke trots uit. Toch gebeurt er iets wat de levens van de drie hoofdpersonen en vrienden in de war schopt: de aan lager wal geraakte intellectueel Gohar vermoordt in een vlaag van verstandsverbijstering een jonge prostituee. Een bazige politieagent moet de moord oplossen en mengt zich zo in het leven van drie armoedzaaiers.

Cossery’s levendige beschrijvingen en komische dialogen maken de tragiek voelbaar en verre van zwaar. Mooi dat deze roman weer aandacht krijgt.

vrijdag 10 december 2021

Licht op Lissabon

Harrie Lemmens - Licht op Lissabon, uitgeverij Atlas, 2021. 


Harrie Lemmens, essayist en vertaler van vooral Portugese literatuur, laat de lezer in deze bundel met hem mee wandelen door Lissabon. Acht wandelingen in acht hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een kaartje waarop de wandeling uitgestippeld staat. Uitgebreid gaat Lemmens in op de historische context van de gebouwen, cafés, restaurants, straten en pleinen waar hij langsloopt. Ook belangrijke gebeurtenissen die op de route plaatsvonden, gesprekken met mensen, delen van zijn eigen brieven passeren de revue. Hij citeert of parafraseert grote Portugese schrijvers en dichters als Pessoa en Lobo Antunes, auteurs die hij door en door kent.

Met zijn vrouw Ana Carvalho, die de prachtige begeleidende foto's maakte die in de bundel zijn opgenomen, woonde hij in Lissabon en kwam er daarna nog zeer regelmatig. Hij kent de stad als zijn broekzak en het is onvermijdelijk dat iemand die veel weet en graag vertelt soms iets te snel van de hak op de tak springt. Het zij hem vergeven, de bundel is een waar genot voor iedereen die Lissabon denkt te kennen of graag wil leren kennen.

maandag 18 oktober 2021

Figuren in een landschap

Paul Theroux - Figuren in een landschap, Uitgeverij Atlas Contact, 2019.

Reizende schrijvers of schrijvende reizigers zijn waarnemers en als ze goed zijn ook nog eens scherpe waarnemers die inzoomen en afstand nemen wanneer het nodig is. Paul Theroux heeft talloze reisverhalen en romans geschreven. Hij kan zich verplaatsen in fictieve personages (zoals in De muskietenkust waarin een vader met zijn gezin het oerwoud intrekt om daar te overleven), maar hij kan evengoed zijn medemens observeren, beluisteren en vervolgens nauwgezet en levendig beschrijven.

In deze bundel, met de treffende titel Figuren in een landschap, deelt hij zijn kennis over collega-auteurs zoals Simenon, Graham Greene, Joseph Conrad  en Henry David Thoreau. Maar ook doet hij verslag van een wandeling met Robin Williams door New York en van een ontmoeting met Oliver Sacks, de neuropsycholoog met wie hij goed bevriend was. Daartussen staan stukken over zijn eigen reiservaringen, zoals het eerste stuk waarin hij verhaalt over een drugsreis naar Peru om de hallucinerende werking van ayahuasca te ervaren. Het ‘tripje’ loopt uit op een desillusie, niet alleen door zijn medereizigers, maar ook doordat hij ziet hoezeer het regenwoud wordt aangetast door olieboringen en toerisme.

In ‘Dat ben ik: een herinnering’, gaat hij als student met een man mee naar huis die hem een lift heeft gegeven, iets wat hij beter niet had kunnen doen. Het toont Theroux’ naïviteit, maar ook nieuwsgierigheid en open geest, zoals dat ook in de andere essays duidelijk naar voren komt. Hij laat het leven op zich afkomen en bepaalt daarna tot waar hij zich laat meevoeren. En de lezer kan zich op zijn of haar beurt weer laten meevoeren door de prachtige observerende schrijfstijl van deze meesterlijk auteur, die een van de grootste figuren is in het reisschrijverslandschap.



maandag 11 oktober 2021

Over Jan Roeland

K. Schippers – Over Jan Roeland, Slibreeks nr. 152, Uitgeverij Den Boer|De Ruiter te Vlissingen, 2017.

Deeltje 152, Over Jan Roelandlijkt op het begluren of observeren van personen, zoals je dat in de trein kan doen. K. Schippers beschrijft zijn kennismaking met de schilder Jan Roeland en zijn werk. De lezer krijgt dialogen voorgeschoteld, beschrijvingen van het werk en van de ontmoetingen en wordt zo deelgenoot van het contact dat Schippers en Roeland hebben. Een vriend van Schippers, Kees Hin, vraagt hem om een tentoonstelling te openen van Jan Roeland. Daar begint het contact. Roeland schildert alledaagse objecten, zoals een tafel, een ei, een envelop, maar dan vanuit een plat perspectief. Schippers probeert niet de voorwerpen te benoemen, maar ‘wel de verdwijnmantels waarin de dingen dag in, dag uit zijn gehuld. Weet u het al wat een ei, een doos of een tafel voor uw leven heeft betekend? Is het u ontgaan?’

De tekst wordt geïllustreerd door een aantal schetsen van de kunstenaar, die zelf over zijn werkt zegt dat hij zich bezighoudt met ‘serieuze niksigheid’.
In 2016 overlijdt de schilder, wat van hem overblijft zijn schilderijen, foto’s en zijn acteerwerk in enkele films van Schippers en Kees Hin, en dit deeltje uit de Slibreeks als eerbetoon.

maandag 4 oktober 2021

Het begin van het einde

Marcel Möring - Het begin van het eindeSlibreeks Nr. 153, Uitgeverij Den Boer|De Ruiter te Vlissingen, 2017.

In Het begin van het einde gaat het over drie jazzmuzikanten die in Europa van hotel naar hotel trekken om daar hun muziek ten gehore te brengen en geld te verdienen. Sam, die het verhaal vertelt, is erin gerold omdat hij ooit in een restaurant een pianist hoorde spelen en mee begon te zingen. De eigenaar van het restaurant vroeg of hij vaker wilde komen zingen en van het een kwam het ander en raakte hij ‘verzeild in de altijd schaars verlichte eetzalen en bars van vijfsterrenhotels’. Maar de medemuzikanten twijfelen of dit wel echt zijn roeping is. ‘Sam, jij bent geen muzikant.’ Ze zeggen dat hij een goede stem heeft, maar dat hij altijd ‘op doorreis’ is. Het zingen is volgens hen tijdelijk. Sam is van zijn stuk gebracht en begint inderdaad te twijfelen aan zijn levensinvulling. Een tweede verhaallijn is de vrouw met wie hij een relatie heeft gehad, maar hun tegenstelde karakters (hij meer de gelatene, zij een activiste pur sang) liepen te veel uit elkaar. Toch blijft hij aan haar denken en na de opmerking over zijn roeping als muzikant komt zijn leven op losse schroeven te staan. Het begin van het einde is een mooi compact verhaal over doelen, wensen en verlangens.


De sober uitgegeven deeltjes van de Slibreeks zijn stuk voor stuk ultieme ‘livres de poche’.

zondag 3 oktober 2021

Het boek van Carl

Naja Marie Aidt - Het boek van Carl, Querido, 2018

Het boek van Carl van de Groenlandse schrijfster Naja Marie Aidt is zowel een ode aan haar overleden zoon als een verwerkingsdocument. Carl is op 25-jarige leeftijd overleden en wat de toedracht is, blijkt aan de hand van de vele tekstfragmenten waar het boek uit is opgebouwd: dromen, dagboeknotities, filosofische overdenkingen, gedichten, citaten en daartussendoor het verhaal vanaf het moment dat de moeder via de telefoon hoort dat haar zoon in het ziekenhuis ligt en het niet zal redden.

Aidt zoekt troost bij andere schrijvers die ook een dierbare hebben verloren en dat in woorden proberen weer te vangen. Zo is Cicero’s dochter overleden en is daardoor zijn schrijfproces op gang gekomen en schreef de Franse auteur Jacques Roubaud over zijn jonge vrouw die overleed.

De typografie wisselt per fragment en ook opmaak van de pagina’s. Daardoor worden de verschillende invalshoeken benadrukt en wordt de lezer zich nog meer bewust van de chaos die er heerst in het hoofd van de auteur. 

Thomése die met Schaduwkind over de dood van zijn dochtertje schreef, schrijft op de achterflap: ‘Mij trof meteen de meerstemmigheid, die kennelijk vaker het gevolg is van een ondraaglijke verlies, dat ook het verlies is van zichzelf: de auteur is in duizend stukjes gevallen.’

Dat is precies hoe het verhaal dat de auteur de lezer voorschotelt is samengesteld: in grote en kleine fragmenten probeert de schrijfster maar één gevoel te omschrijven: het gemis van haar zoon. En is dat is haar op een indrukwekkende wijze gelukt.

maandag 6 september 2021

De clandestienen

Youssouf Amine Elalamy - De clandestienen. Nijgh & van Ditmar, 2010 

Door de ogen en met de stemmen van bootvluchtelingen worden in korte, fragmentarische hoofdstukken hun levens blootgelegd, en de redenen van hun vertrek. Het verhalende en vaak poëtische taalgebruik roept direct duidelijke beelden op, die daardoor des te meer indruk maken. Zoals wanneer Chama drijvend op een stuk hout midden op zee dobbert:

‘Maar het doet er allemaal niet meer toe, nu ligt er een eeuwigheid voor mij. Een eeuwigheid min één dag als het me lukt om deze plank nog een paar uur vast te houden en meester te blijven over de kou die in mijn benen bijt, de honger die in mijn ingewanden brandt en het schuim dat aan mijn lippen vreet.’

Maar ook de achterblijvers worden gehoord. Zoals de moeder van Louafi, die niet wil geloven dat haar zoon dood is. Met de kleinst mogelijke stapjes begeeft ze zich naar het strand, om het moment van de waarheid uit te stellen, om het leven te rekken waarin zij nog samen is met haar zoon en hij in haar ogen nog niet is overleden.

‘Het waren stappen waarvan je zegt “zo klein waren ze” waarbij het “zo” past in de lege ruimte tussen je duim en wijsvinger; u bevindt zich in een boek, niet in een leven of in een film; wilt u zo vriendelijk zijn genoegen te nemen met woorden; “klein” is het enige woord dat er is om het mee uit te drukken, maar zelfs dat is al te groot om haar passen te beschrijven.’

Het is intrigerend hoe Elalamy hier het verhaal nog indringender weet te maken. Indringender dan de beelden van een film. Hij doet een beroep op het voorstellingsvermogen van de lezer, vraagt de lezer pas op de plaats te maken en niet zomaar zijn eigen betekenis aan het woord ‘klein’ te geven. Nee, het gaat om het ‘klein’ dat Elalamy voor ogen heeft. Tenslotte is er eerst het woord, dat van de schrijver, en pas dan het beeld, dat van de lezer.

De zinnen zijn soms traag, herhalen zichzelf, als de golven van de zee. Dan weer vluchtig om het gerucht te verspreiden over de doden op het strand. Elalamy speelt met de taal, hij schept beelden die je je eigenlijk niet wilt voorstellen. Van lijken op het strand, als dode vissen, met hun verminkte lichamen waar slierten zeewier overheen liggen. En dan sluit hij het doek en laat hij de lezer ontdaan achter: ‘En als er geen muziek en tromgeroffel bij klinkt, en er geen scherm is en geen kaartjes zijn, dan is dat omdat je over die verdronken mensen op het strand kunt zeggen wat je wilt, maar niet dat het maar een film is.

(eerder verschenen op Athenaeum.nl)

maandag 30 augustus 2021

De inham

Cynan Jones - Inham, Uitgeverij Koppernik, 2016

Een man gaat met zijn kajak de zee op om te vissen. Hij laat een briefje voor zijn vrouw achter: "Pluk sla x'. Alle benodigdheden heeft hij bij zich in het kleine bootje. Plotseling komt het onweer op, die komt steeds dichterbij.

'Dan is er een draad van elektrische helderheid... Drieëntwintig. Vierentwintig... Gebulder dat door het oppervlak van het water weerkaatst lijkt te worden.'

De bliksem treft zijn bootje. Na de klap is hij flink gehavend, een arm doet het niet meer, brandwonden op zijn lichaam en hij is zijn geheugen kwijt. De strijd tegen het water en de wind begint. Heeft hij eten, is er water aan boord? Kan hij zich verbinden? Langzaam komt terug waarom hij het water op ging en dat er iemand op hem wacht. Ook komen gedachten aan zijn vader boven.

In korte alinea's, soms van een zin, wordt de lezer meegevoerd op deze eenzame tocht. Een inham kan veiligheid bieden, beschutting, maar het water blijft er de baas en een man in een kajak blijft klein en nietig.

Prachtige novelle!


zaterdag 28 augustus 2021

Ik ben niet de enige die alleen is

Jean-Louise Fournier - Ik ben niet de enige die alleen is. Uitgeverij De Geus, 2021

Jean-Louise Fournier (1938) blikt in deze roman terug op zijn leven en staat stil bij het alleen zijn. Op luchtige toon laat hij zien dat het hem zwaar valt niet meer gebeld of uitgenodigd te worden. Claire, een vrouw van het gemeentehuis, is de enige die langskomt, maar dat is haar werk, ze moet eenzame ouderen bezoeken. Ze gaan samen naar musea en hij is blij met haar aandacht maar vindt het ook tragisch dat hij alleen op die manier aanspraak heeft.

De hoofdstukken bestaan uit korte observaties, gebeurtenissen, overdenkingen en herinneringen aan zijn vrouw of aan toen hij kind was (en ook al eenzaamheid kende).

'Die 23e januari 2019, internationale dag van de eenzaamheid, besefte in dat ik niet alleen op de wereld was. Een feestelijke avond die hoofdzakelijk bestond uit monologen en sonates voor solo-instrumenten besloot het evenement.'

Op een grappige maar evenzeer indringende wijze snijdt Fournier een groot maatschappelijk probleem aan: eenzaamheid onder ouderen in een steeds snellere en individuelere wereld.

maandag 28 juni 2021

De voyeur

Christophe Boltanski – De voyeur. Vertaald door Prescilla van Zoest, Uitgeverij Cossee

Boltanski, de verteller in het verhaal, komt er bij het overlijden van zijn moeder achter dat zij aan een manuscript werkte. Hij vindt een aantal schriften en begint deze te lezen, over een voyeur die allerlei mensen volgde. Studenten die in rokerige cafés bij elkaar kropen om duistere zaken te bespreken, maar ook figuren die onder moeten duiken om uit handen van de politie te blijven. De troosteloosheid van de laatste jaren van het leven van zijn moeder staan in schril contrast met de spanning in het gevonden verhaal.

Afwisselende geeft hij delen uit het manuscript weer en haalt hij herinneringen op aan zijn moeder. Het leven in de stad, haar wisselende banen, de verschillende adressen waar ze woonde, de aparte relatie die zij met haar zoon had. Langzaamaan plaatst ze zichzelf naast de maatschappij en komt, als ze uiteindelijk geen werk meer heeft, nauwelijks nog buiten. Ze lijkt mensenschuw en sluit zich op in haar appartement waar ze niets weggooit, maar alles om haar matrasje op de grond in de woonkamer verzameld (kranten, post, lege flessen) als een soort barricade tegen de boze buitenwereld.

Boltanski weet op vernuftige wijze het verhaal van zijn moeder en haar manuscript met elkaar te verweven en laat de lezer op een spannende en tegelijk ‘modianeske’ wijze kennismaken met die donkere jaren van de FNL. Door hem wordt de lezer ook even een voyeur die langzaam meer en meer ziet en met de verteller doorkrijgt wat er waarschijnlijk gebeurd is.

Op de kaft staat een treffende foto uit de privécollectie van de uitgeefster. Alsof zij voorvoelde dat het ooit precies zijn passen bij een uit te geven boek.

(eerder verschenen op Tzum.info)


maandag 21 juni 2021

Augustus

Irma Maria Achten, Augustus, Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam

Hoe mooi is het om de vrouw van je dromen bij de eerste ontmoeting al te redden van de dood? Met een krachtige en al even absurde gebeurtenis laat Irma Maria Achten haar debuutroman Augustus beginnen. David is 16 jaar en doet verwoede pogingen zo lang mogelijk onder water te blijven. Dan rijdt er plotseling een auto de Vecht in, juist op de plek waar hij op de bodem van de rivier bezig is het inhouden van zijn ademen te trainen. Hij ziet twee gezichten achter de voorruit en onderneemt een reddingspoging.

Het lukt hem niet helemaal zelf, maar met behulp van een ‘bonk van een kerel’ die hij op de weg laat stoppen, wordt het echtpaar uit de auto bevrijd. Toch voel je al direct dat er iets aan de hand is, de vrouw, later horen we dat ze Chileense is en Mercé heet, slaat David onder water in het gezicht wanneer hij haar uit de zinkende auto wil halen, een ongewone handeling voor iemand die gered wordt.

Doordat de Irma Maria Achten de hoofdstukken afwisselend door David en Mercé laat vertellen, weet je van beide personages hoe zijn naar de ander verlangen, maar ook welke obstakels zij moeten overwinnen om dat verlangen te kunnen invullen.

Het beeld uit het begin, wanneer Mercé David een klap geeft omdat ze niet gered wil worden, blijft boven het verhaal hangen. Gelukkig haakt Irma Maria Achten hier niet te vaak op terug, maar tussen de regels door wordt veel duidelijk.

Met het grootste gemak laat de schrijfster de verschillende decors naadloos in elkaar overgaan. Landschappen spelen een belangrijke rol en lopen synchroon met de verhaallijn: het drukke Rome, de stille romantiek op het Griekse eiland en de leegte en zanderige stroefheid van de Atacamawoestijn in Chili. De lezer proeft de verschillende sferen die levendig en voelbaar worden neergezet. Dat Irma Maria Achten filmmaakster is, zal niemand verbazen. Beeld en tekst vallen samen waardoor het verhaal nog meer nazindert en de laatste bladzijde als een leeg wit doek op de aftiteling wacht.

(eerder verschenen op Tzum.info)

maandag 14 juni 2021

Taalkunstenaars

Stef Bos, Taalkunstenaars, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2020.

In de serie Taalkunstenaars van uitgeverij Nieuw Amsterdam een bundel met songteksten van Stef Bos. Enigszins thematisch gerangschikt licht Stef Bos zijn werkwijze toe. Hij pleit voor het Nederlands als liedtaal, juist omdat er veel medeklinkers in zitten en je zo de taal 'op de rotsen kunt laten slaan.' Als leermeesters had hij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud en hij laat zich inspireren door Franse chansonniers, zoals Leo Ferré. Doordat hij zijn opleiding in Antwerpen volgde en in België woont en daarnaast veel in Zuid-Afrika is, liggen sommige liedteksten op het snijpunt van deze Vlaams, Nederlands en Afrikaans.

In de bundel is een groot aantal liedteksten opgenomen, in veel gevallen heldere poëzie, maar als je de muziek erbij hoort, krijgen de teksten meer kleur en diepgang. Het fantastische ‘Ik bestond, Ik besta’ performt Stef Bos met het charisma van Jacques Brel. Achterin staat een Spotify-code.
In het voorwoord merkt Ali B terecht op dat we Stef Bos nodig hebben, ‘want zolang niemand in Nederland betere zinnen schrijft, heeft hij hier een verantwoordelijkheid.’

maandag 7 juni 2021

De onzorgvuldig geketende Prometheus

André Gide, De onzorgvuldig geketende Prometheus, vertaald door Hannie Vermeer-Pardoen, Uitgeverij Vleugels, 2019.


De mythe van Prometheus is bekend, hij stal het vuur van de goden en gaf dat door aan de mensen. Daarvoor wordt hij gestraft en vastgeketend aan een rots in de Kaukasus, elke avond komt een arend zijn van zijn lever eten, die overdag weer aangroeit. Maar wat als diezelfde Prometheus ineens over een boulevard in Parijs loopt, en nog iets specifieker, over de boulevard die de kerk de Madeleine
 verbindt met Opéra Garnier. Hij heeft zich kunnen losmaken uit te ketenen aan de rots en besluit om zijn benen te strekken in Parijs. Aan een tafeltje in een restaurant raakt hij in gesprek met een ober.

Later zal Prometheus in een zaaltje een publiek toespreken en vertellen over zijn arend en dat iedereen zijn eigen arend heeft. Als je je arend niet voedt, dan wordt hij grauw. Je moet van je arend houden, hij is immers je hartstocht, je deugd, je zonde, je schuld. Maar als het slecht gaat met je arend, wordt hij je geweten en ga je eraan ten onder.

Het is een vermakelijk verhaal, dat aanzet tot nadenken. Aan de ene kant wordt het klein gehouden, in verschillende etablissementen in Parijs en ook op straat: een alledaags decor; maar aan de andere kant zijn de personages grote mythologische figuren die met hun namen bekende ideeën en gebeurtenissen oproepen. 

(eerder gepubliceerd op Tzum.info)