zondag 4 september 2022

De sneeuwpanter

 Sylvain Tesson - De sneeuwpanter, De Arbeiderspers, 2021.

De sneeuwpanter van de Franse schrijver Sylvain Tesson is zo’n boek waarvan je tijdens het lezen al weet dat je het nog eens gaat lezen. Omdat het belangrijk is. En mooi geschreven. Een spannend reisverslag verweven met een wereldbeeld waar je misschien niet blij van wordt, maar waar je niet onderuit kunt. Met drie reisgenoten vertrekt Tesson naar Tibet om in de Himalaya de laatste sneeuwpanters te spotten. De leegte en grootsheid van het landschap en de kwetsbaarheid van de natuur laten hem inzien hoe zeer de mens de baas speelt op aarde, terwijl diezelfde mens in het licht van de evolutie vrij weinig voorstelt.


Tesson, reiziger, filosoof en bovenal avonturier, woont in Parijs om de hoek van de Notre Dame maar is het liefst op pad. Hij heeft een duidelijke afkeer van de menselijke onhebbelijkheid om via allerhande schermpjes de wereld binnen te halen, waardoor iedere levensdrift verdwijnt. ‘Sinds de cyberrevolutie keken we alleen nog maar naar bewegende beelden, maar zelf bewogen we niet meer.’

De schrijver legt alles vast met woorden. In prachtige en rijke volzinnen beschrijft hij de kou en de ontberingen, maar ook de schoonheid van de lege dalen en berghellingen. Tussen zijn observaties door citeert hij even makkelijk uit bekende en minder bekende literatuur als uit de Tao Te Ching.

‘Kan jouw ziel de eenheid omvatten?’ stond er in het tiende hoofdstuk van de Tao Te Ching. Die vraag was een probaat slaapmiddel. Ik vroeg me het voortdurend af sinds we dieren tegenkwamen.’

De humor overschaduwt de serieuze boodschap allerminst. Ook zonder in de Himalaya op zoek te zijn naar de bijna onzichtbare sneeuwpanter, zou je ervan doordrongen moeten zijn dat het niet al te best gesteld is met de wereld in het algemeen en de natuur in het bijzonder. Zijn boek is urgent. Groots en urgent.

zondag 28 augustus 2022

Op het water

Guy de Maupassant - Op het water, uitgeverij Vleugels, 2021.

De roman Op het water, voor het eerst verschenen in 1888, staat bol van rake en vermakelijke observaties over de mensheid. Hester Tollenaar heeft naast de zeer prettige vertaling ook het nawoord verzorgd.  

De hoofdpersoon in het dagboekachtige verhaal vaart langs de zuidkust van Frankrijk. Op de dag van vertrek, het is dan 6 april, wordt de ik-persoon door zijn scheepsbaas gewekt om aan boord te gaan. De wind is aflandig en dat is gunstig. ‘De Bel-Ami was klaar voor vertrek.’ Dat hij zijn boot ‘goede vriend’ genoemd heeft, is veelzeggend. Hij heeft het niet zo op mensen, behalve dan zijn twee matrozen. Hij gaat eenzaam door het leven en net zoals de boot langs de kust scheert, zo staat hij enigszins afzijdig van de maatschappij.

Het is vermakelijk om te lezen dat de observaties en gedachtes die zijn scherpe pen aan het licht brengt nog steeds actueel zijn. De beschrijvingen van de mensen, de villa’s en de straten geven een mooi tijdsbeeld van de belle époque, maar de thema’s die hij aansnijdt zijn universeel. Hij steekt niet onder stoelen of banken wat hij van zijn medemens vindt. Een enorme spiegel houdt De Maupassant de lezer voor, de glimlach die de beschrijvingen oproepen is daarom soms wat wrang: heeft hij het ook niet over mij, of alleen over ‘die ander’?

De mens wordt van alle kanten onder de loep genomen en tegelijkertijd voel je de zwakte en de gevoeligheid van de schipper die zijn best doet zijn eigen koers te blijven volgen en zich niet te laten afleiden door de vooroordelen, hypocrisie en kortzichtigheid die constant op de loer liggen. Zaken die niet alleen toen speelden.

dinsdag 31 mei 2022

Mannen in mijn situatie

Per Petterson – Mannen in mijn situatie, vertaald door Martin Mars. De Geus, 2019

In lange zinnen, met veel bijzinnen die als gedachtesprongen over de bladzijden waaieren, vertelt Per Petterson in Mannen in mijn situatie het verhaal van Arvid, een bijna veertiger die net een scheiding achter de rug heeft. Hij woont in Stockholm, is schrijver en worstelt zich door het leven heen. Zijn dochters zijn meegegaan met zijn vrouw Turdis. In zijn oude Mazda dwaalt Arvid door de straten, op zoek naar afleiding maar vooral naar invulling van de leegte die in deze situatie is ontstaan.


Hij kan zichzelf net in het gareel houden, maar wanneer zijn dochters bij hem zijn, wordt het lastig met de omstandigheden om te gaan en mist hij vooral hun moeder. Vrouwen die hij her en der oppikt, bieden ten dele troost. In ieder geval voor het moment, maar hij weet dat het bij één keer blijft, ondanks de wens van de vrouwen om hem vaker te zien, ondanks zijn behoefte niet alleen te zijn, maar het lukt hem niet langdurige contacten op te bouwen.

Wanneer hij een keer een weekend met zijn kinderen op pad gaat, weet hij niet goed waar hij heen zal gaan. Midden op de weg keert hij plotseling de auto waardoor ze in de greppel belanden. Vigdis, zijn oudste dochter, is even buitenwesten. Ze gaan naar het ziekenhuis, maar daar kunnen ze weinig doen. Hij hoopt dat het geen gevolgen heeft, maar zijn onverantwoordelijke rijstijl heeft wel degelijk gevolgen. Vigdis belt op dat ze voorlopig niet meer bij hem zullen komen. Of dat de keuze van zijn dochters is of dat Turids erachter zit, laat zich raden.

De leegte in zijn leven wordt hierdoor nog groter. Hij heeft hen nodig maar hij weet dat zijn dochters hem ook nodig hebben. Langzaam herpakt hij zich, weet hij weer zin aan zijn bestaan te geven. Een mooi en tragisch verhaal.

Eerder verschenen op Tzum.org

dinsdag 24 mei 2022

Corsicaanse rapsodie

Marcu Biancarelli - Corsicaanse rapsodie, Zirimiri press, 2014.

Niet eerder las ik iets van een Corsicaan en ik moet zeggen dat deze rapsodie heel goed bevallen is. Vertaald uit het Frans en die vertaling komt weer uit het Coriscaans.

Een licht misantropische boekhandelaar, Marcantonu genaamd, heeft zich teruggetrokken in de bergen. In de winter houdt hij zijn boekwinkel in de stad beneden open, in de zomer juist niet. Hij heeft een grote afkeer van toeristen, consumentisme en politiek gekonkel, het liefst trekt hij op met de paar vrienden die hij heeft. Ze gaan jagen - hoewel Marcantonu wars is van doden - vissen en drinken een biertje in hun stamcafé beneden aan de berg. Discussies over het leven, over wat waardevol is en wat niet worden afgewisseld met prachtige natuurbeschrijvingen. En dan is er nog een tweede verhaallijn, een stuk tragischer en ontluisterender, over een nietsontziend crimineel duo dat de ene na de andere misdaad begaat.
Tijdens het lezen wacht je op het moment dat beide verhaallijnen bij elkaar komen en tegelijkertijd hoop je dat de eenzaamheid die Marcantonu nastreeft hem uiteindelijk niet ten onder brengt. Een spannend en indringend verhaal dat je tot nadenken aanzet.

dinsdag 17 mei 2022

Ik dans me weer bijeen



Jo Govaerts - Ik dans me weer bijeen, Davidsfonds, 2021 


Jo Govaert debuteerde op haar 15 met de indrukwekkende bundel Hanne Ton. Ze werd alom geprezen en trad daarmee toe tot het literaire wereldje waar ze vanuit haar jeugdige onbevangenheid naar kon kijken. Daarna verschenen nog drie bundels, die nu samen met de eerste in deze verzamelbundel op de markt zijn gekomen, aangevuld met een aantal nieuwe gedichten. In het voorwoord schetst Maud Vanhauwaert de groei van Govaerts als dichteres. Achter in de bundel staat een vraaggesprek tussen Toon Horsten en Govaerts waarin ook dieper ingegaan wordt op hoe ze in aanraking kwam met literatuur en bijvoorbeeld de Poolse poëzie van Szymborska, die ze vertaald heeft.

De poëzie van Govaerts is toegankelijk en bescheiden. Ze tast de wereld om zich heen af in eenvoudige en daardoor herkenbare bewoordingen, maar waaronder vaak een diepere ontginning van het leven zit. 'Ik zie wat ik niet/zeggen kan en niet verzwijgen' Juist dat dilemma of beter nog die driesprong tussen kijken, niet kunnen zeggen en wel moeten uitspreken, tekent de gedichten. 'als ik de tijd/had zou ik diep nadenken /over de tijd (...).

vrijdag 31 december 2021

Niemand is van hier

Lodewijk van Oord - Niemand is van hier, Uitgeverij Cossee, 2019.

Lodewijk van Oord laat met zijn roman Niemand is van hier de lezer op een vindingrijke en veelzijdige manier nadenken over de vele aspecten van het postkolonialisme. Welzijnswerk, wetenschap, rijkdom, vertier, macht, dit zijn maar enkele van de beweegredenen voor de Europeaan om zich nog steeds of weer opnieuw te bemoeien met in dit geval Afrika. Van Oord velt geen oordeel over goed of slecht, maar laat het aan de lezer om dat oordeel zelf te vormen aan de hand van verschillende verhaallijnen en contrasterende personages. De ene is Rineke Friedl, een jonge biologe, reist naar île Europe, dat tussen Mozambique en Madagaskar om de rattenpopulatie onderzoeken om deze trefzeker te kunnen bestrijden.

Daartegenover staat Fliers, een wat oudere man, gescheiden, accountant, heeft vrienden met geld en is zelf ook niet onbemiddeld. Hij is min of meer op de vlucht. Een vriendje van hem heeft een bungalow aan de kust met van Mozambique, met zwembad en personeel, waar hij zich veilig waant.

Van Oord heeft zich goed ingeleefd in zijn personages en schets op treffende wijze verschillende werelden: die van de eenzame wetenschapper die een probleem komt oplossen, die van de rijke blanke die geen kwaad ziet in hulp bieden, die van de soldaat die braaf doet wat hem wordt opgedragen, die van de arme Afrikaan voor wie het niet duidelijk is wat hij wel en niet kan verwachten van de Europese bezoekers.

vrijdag 24 december 2021

Mijn koningin



Jean Baptiste Andrea - Mijn koningin, Uitgeverij Oevers, 2018.

Het is knap hoe Jean-Baptiste Andrea erin is geslaagd in zijn debuut Mijn koningin een geloofwaardig verhaal te vertellen door de ogen van een kind van een jaar of twaalf. Een kind dat niet mee kan komen met andere kinderen van zijn leeftijd, dat verstandelijk anders functioneert.

Hij wordt Shell genoemd, omdat hij altijd in een geel Shell-jasje de benzinepomp bedient van zijn ouders. Als enig kind in een afgelegen gebied in de Provence bestaat zijn wereldje uit niet meer dan het doorgaans stille pompstation, zijn weinig meelevende ouders en de berg achter het benzinestation. Hij gaat niet meer naar school, omdat hij werd gepest en weinig aansluiting met de andere kinderen had.
Toch legt hij zich niet neer bij zijn situatie. Hij vermoedt dat er in de bergen een oorlog woedt en hij neemt het besluit om te gaan helpen. Zonder zijn ouders in te lichten pakt hij zijn rugzak, het geweer van zijn vader en in alle vroegte beklimt hij de berg achter het huis om te gaan strijden.

En hoewel je aanvoelt dat dit niet goed kan gaan, heb je geen idee hoe deze jongen het gaat redden, zo alleen zonder eten en onderdak in de bergen. Keert hij terug naar huis of houdt hij vol en trekt hij verder, een desillusie tegemoet?

De schrijver toont de lezer een wereld die hem zeer waarschijnlijk vreemd is. De jaren zestig in een verafgelegen streek, maar vooral de wereld van een jongen die afwijkt van de norm. De stijl sluit naadloos aan bij de manier van denken en communiceren van de hoofdpersoon: weinig dialogen en eenvoudig taalgebruik om zijn gedachten en belevenissen weer te geven.

vrijdag 17 december 2021

Trotse bedelaars

Albert Cossery - Trotse bedelaars, uitgeverij Jurgen Maas, 2021.

Deze vierde roman van de Franse schrijver Albert Cossery (1913-2008) verscheen in 1955 en werd voor het eerste vertaald in 1987. Uitgeverij Jurgen Maas heeft nu een geactualiseerde vertaling op de markt gebracht.

Cossery is een meesterlijk verteller, in deze roman volgt hij verschillende figuren die aan de rafelranden van maatschappij de eindjes aan elkaar proberen te knopen. Ze drinken thee in theehuizen, dwalen door de stad, slapen in armoedige kamers op kranten en een bordeelbezoek hoort er ook af en toe bij. Hoewel het leven uitzichtloos is, is het verre van gecompliceerd en stralen deze bedelaars een soort innerlijke trots uit. Toch gebeurt er iets wat de levens van de drie hoofdpersonen en vrienden in de war schopt: de aan lager wal geraakte intellectueel Gohar vermoordt in een vlaag van verstandsverbijstering een jonge prostituee. Een bazige politieagent moet de moord oplossen en mengt zich zo in het leven van drie armoedzaaiers.

Cossery’s levendige beschrijvingen en komische dialogen maken de tragiek voelbaar en verre van zwaar. Mooi dat deze roman weer aandacht krijgt.

vrijdag 10 december 2021

Licht op Lissabon

Harrie Lemmens - Licht op Lissabon, uitgeverij Atlas, 2021. 


Harrie Lemmens, essayist en vertaler van vooral Portugese literatuur, laat de lezer in deze bundel met hem mee wandelen door Lissabon. Acht wandelingen in acht hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met een kaartje waarop de wandeling uitgestippeld staat. Uitgebreid gaat Lemmens in op de historische context van de gebouwen, cafés, restaurants, straten en pleinen waar hij langsloopt. Ook belangrijke gebeurtenissen die op de route plaatsvonden, gesprekken met mensen, delen van zijn eigen brieven passeren de revue. Hij citeert of parafraseert grote Portugese schrijvers en dichters als Pessoa en Lobo Antunes, auteurs die hij door en door kent.

Met zijn vrouw Ana Carvalho, die de prachtige begeleidende foto's maakte die in de bundel zijn opgenomen, woonde hij in Lissabon en kwam er daarna nog zeer regelmatig. Hij kent de stad als zijn broekzak en het is onvermijdelijk dat iemand die veel weet en graag vertelt soms iets te snel van de hak op de tak springt. Het zij hem vergeven, de bundel is een waar genot voor iedereen die Lissabon denkt te kennen of graag wil leren kennen.

maandag 18 oktober 2021

Figuren in een landschap

Paul Theroux - Figuren in een landschap, Uitgeverij Atlas Contact, 2019.

Reizende schrijvers of schrijvende reizigers zijn waarnemers en als ze goed zijn ook nog eens scherpe waarnemers die inzoomen en afstand nemen wanneer het nodig is. Paul Theroux heeft talloze reisverhalen en romans geschreven. Hij kan zich verplaatsen in fictieve personages (zoals in De muskietenkust waarin een vader met zijn gezin het oerwoud intrekt om daar te overleven), maar hij kan evengoed zijn medemens observeren, beluisteren en vervolgens nauwgezet en levendig beschrijven.

In deze bundel, met de treffende titel Figuren in een landschap, deelt hij zijn kennis over collega-auteurs zoals Simenon, Graham Greene, Joseph Conrad  en Henry David Thoreau. Maar ook doet hij verslag van een wandeling met Robin Williams door New York en van een ontmoeting met Oliver Sacks, de neuropsycholoog met wie hij goed bevriend was. Daartussen staan stukken over zijn eigen reiservaringen, zoals het eerste stuk waarin hij verhaalt over een drugsreis naar Peru om de hallucinerende werking van ayahuasca te ervaren. Het ‘tripje’ loopt uit op een desillusie, niet alleen door zijn medereizigers, maar ook doordat hij ziet hoezeer het regenwoud wordt aangetast door olieboringen en toerisme.

In ‘Dat ben ik: een herinnering’, gaat hij als student met een man mee naar huis die hem een lift heeft gegeven, iets wat hij beter niet had kunnen doen. Het toont Theroux’ naïviteit, maar ook nieuwsgierigheid en open geest, zoals dat ook in de andere essays duidelijk naar voren komt. Hij laat het leven op zich afkomen en bepaalt daarna tot waar hij zich laat meevoeren. En de lezer kan zich op zijn of haar beurt weer laten meevoeren door de prachtige observerende schrijfstijl van deze meesterlijk auteur, die een van de grootste figuren is in het reisschrijverslandschap.



maandag 11 oktober 2021

Over Jan Roeland

K. Schippers – Over Jan Roeland, Slibreeks nr. 152, Uitgeverij Den Boer|De Ruiter te Vlissingen, 2017.

Deeltje 152, Over Jan Roelandlijkt op het begluren of observeren van personen, zoals je dat in de trein kan doen. K. Schippers beschrijft zijn kennismaking met de schilder Jan Roeland en zijn werk. De lezer krijgt dialogen voorgeschoteld, beschrijvingen van het werk en van de ontmoetingen en wordt zo deelgenoot van het contact dat Schippers en Roeland hebben. Een vriend van Schippers, Kees Hin, vraagt hem om een tentoonstelling te openen van Jan Roeland. Daar begint het contact. Roeland schildert alledaagse objecten, zoals een tafel, een ei, een envelop, maar dan vanuit een plat perspectief. Schippers probeert niet de voorwerpen te benoemen, maar ‘wel de verdwijnmantels waarin de dingen dag in, dag uit zijn gehuld. Weet u het al wat een ei, een doos of een tafel voor uw leven heeft betekend? Is het u ontgaan?’

De tekst wordt geïllustreerd door een aantal schetsen van de kunstenaar, die zelf over zijn werkt zegt dat hij zich bezighoudt met ‘serieuze niksigheid’.
In 2016 overlijdt de schilder, wat van hem overblijft zijn schilderijen, foto’s en zijn acteerwerk in enkele films van Schippers en Kees Hin, en dit deeltje uit de Slibreeks als eerbetoon.

maandag 4 oktober 2021

Het begin van het einde

Marcel Möring - Het begin van het eindeSlibreeks Nr. 153, Uitgeverij Den Boer|De Ruiter te Vlissingen, 2017.

In Het begin van het einde gaat het over drie jazzmuzikanten die in Europa van hotel naar hotel trekken om daar hun muziek ten gehore te brengen en geld te verdienen. Sam, die het verhaal vertelt, is erin gerold omdat hij ooit in een restaurant een pianist hoorde spelen en mee begon te zingen. De eigenaar van het restaurant vroeg of hij vaker wilde komen zingen en van het een kwam het ander en raakte hij ‘verzeild in de altijd schaars verlichte eetzalen en bars van vijfsterrenhotels’. Maar de medemuzikanten twijfelen of dit wel echt zijn roeping is. ‘Sam, jij bent geen muzikant.’ Ze zeggen dat hij een goede stem heeft, maar dat hij altijd ‘op doorreis’ is. Het zingen is volgens hen tijdelijk. Sam is van zijn stuk gebracht en begint inderdaad te twijfelen aan zijn levensinvulling. Een tweede verhaallijn is de vrouw met wie hij een relatie heeft gehad, maar hun tegenstelde karakters (hij meer de gelatene, zij een activiste pur sang) liepen te veel uit elkaar. Toch blijft hij aan haar denken en na de opmerking over zijn roeping als muzikant komt zijn leven op losse schroeven te staan. Het begin van het einde is een mooi compact verhaal over doelen, wensen en verlangens.


De sober uitgegeven deeltjes van de Slibreeks zijn stuk voor stuk ultieme ‘livres de poche’.

zondag 3 oktober 2021

Het boek van Carl

Naja Marie Aidt - Het boek van Carl, Querido, 2018

Het boek van Carl van de Groenlandse schrijfster Naja Marie Aidt is zowel een ode aan haar overleden zoon als een verwerkingsdocument. Carl is op 25-jarige leeftijd overleden en wat de toedracht is, blijkt aan de hand van de vele tekstfragmenten waar het boek uit is opgebouwd: dromen, dagboeknotities, filosofische overdenkingen, gedichten, citaten en daartussendoor het verhaal vanaf het moment dat de moeder via de telefoon hoort dat haar zoon in het ziekenhuis ligt en het niet zal redden.

Aidt zoekt troost bij andere schrijvers die ook een dierbare hebben verloren en dat in woorden proberen weer te vangen. Zo is Cicero’s dochter overleden en is daardoor zijn schrijfproces op gang gekomen en schreef de Franse auteur Jacques Roubaud over zijn jonge vrouw die overleed.

De typografie wisselt per fragment en ook opmaak van de pagina’s. Daardoor worden de verschillende invalshoeken benadrukt en wordt de lezer zich nog meer bewust van de chaos die er heerst in het hoofd van de auteur. 

Thomése die met Schaduwkind over de dood van zijn dochtertje schreef, schrijft op de achterflap: ‘Mij trof meteen de meerstemmigheid, die kennelijk vaker het gevolg is van een ondraaglijke verlies, dat ook het verlies is van zichzelf: de auteur is in duizend stukjes gevallen.’

Dat is precies hoe het verhaal dat de auteur de lezer voorschotelt is samengesteld: in grote en kleine fragmenten probeert de schrijfster maar één gevoel te omschrijven: het gemis van haar zoon. En is dat is haar op een indrukwekkende wijze gelukt.

maandag 6 september 2021

De clandestienen

Youssouf Amine Elalamy - De clandestienen. Nijgh & van Ditmar, 2010 

Door de ogen en met de stemmen van bootvluchtelingen worden in korte, fragmentarische hoofdstukken hun levens blootgelegd, en de redenen van hun vertrek. Het verhalende en vaak poëtische taalgebruik roept direct duidelijke beelden op, die daardoor des te meer indruk maken. Zoals wanneer Chama drijvend op een stuk hout midden op zee dobbert:

‘Maar het doet er allemaal niet meer toe, nu ligt er een eeuwigheid voor mij. Een eeuwigheid min één dag als het me lukt om deze plank nog een paar uur vast te houden en meester te blijven over de kou die in mijn benen bijt, de honger die in mijn ingewanden brandt en het schuim dat aan mijn lippen vreet.’

Maar ook de achterblijvers worden gehoord. Zoals de moeder van Louafi, die niet wil geloven dat haar zoon dood is. Met de kleinst mogelijke stapjes begeeft ze zich naar het strand, om het moment van de waarheid uit te stellen, om het leven te rekken waarin zij nog samen is met haar zoon en hij in haar ogen nog niet is overleden.

‘Het waren stappen waarvan je zegt “zo klein waren ze” waarbij het “zo” past in de lege ruimte tussen je duim en wijsvinger; u bevindt zich in een boek, niet in een leven of in een film; wilt u zo vriendelijk zijn genoegen te nemen met woorden; “klein” is het enige woord dat er is om het mee uit te drukken, maar zelfs dat is al te groot om haar passen te beschrijven.’

Het is intrigerend hoe Elalamy hier het verhaal nog indringender weet te maken. Indringender dan de beelden van een film. Hij doet een beroep op het voorstellingsvermogen van de lezer, vraagt de lezer pas op de plaats te maken en niet zomaar zijn eigen betekenis aan het woord ‘klein’ te geven. Nee, het gaat om het ‘klein’ dat Elalamy voor ogen heeft. Tenslotte is er eerst het woord, dat van de schrijver, en pas dan het beeld, dat van de lezer.

De zinnen zijn soms traag, herhalen zichzelf, als de golven van de zee. Dan weer vluchtig om het gerucht te verspreiden over de doden op het strand. Elalamy speelt met de taal, hij schept beelden die je je eigenlijk niet wilt voorstellen. Van lijken op het strand, als dode vissen, met hun verminkte lichamen waar slierten zeewier overheen liggen. En dan sluit hij het doek en laat hij de lezer ontdaan achter: ‘En als er geen muziek en tromgeroffel bij klinkt, en er geen scherm is en geen kaartjes zijn, dan is dat omdat je over die verdronken mensen op het strand kunt zeggen wat je wilt, maar niet dat het maar een film is.

(eerder verschenen op Athenaeum.nl)

maandag 30 augustus 2021

De inham

Cynan Jones - Inham, Uitgeverij Koppernik, 2016

Een man gaat met zijn kajak de zee op om te vissen. Hij laat een briefje voor zijn vrouw achter: "Pluk sla x'. Alle benodigdheden heeft hij bij zich in het kleine bootje. Plotseling komt het onweer op, die komt steeds dichterbij.

'Dan is er een draad van elektrische helderheid... Drieëntwintig. Vierentwintig... Gebulder dat door het oppervlak van het water weerkaatst lijkt te worden.'

De bliksem treft zijn bootje. Na de klap is hij flink gehavend, een arm doet het niet meer, brandwonden op zijn lichaam en hij is zijn geheugen kwijt. De strijd tegen het water en de wind begint. Heeft hij eten, is er water aan boord? Kan hij zich verbinden? Langzaam komt terug waarom hij het water op ging en dat er iemand op hem wacht. Ook komen gedachten aan zijn vader boven.

In korte alinea's, soms van een zin, wordt de lezer meegevoerd op deze eenzame tocht. Een inham kan veiligheid bieden, beschutting, maar het water blijft er de baas en een man in een kajak blijft klein en nietig.

Prachtige novelle!