maandag 14 juni 2021

Taalkunstenaars

Stef Bos, Taalkunstenaars, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2020.

In de serie Taalkunstenaars van uitgeverij Nieuw Amsterdam een bundel met songteksten van Stef Bos. Enigszins thematisch gerangschikt licht Stef Bos zijn werkwijze toe. Hij pleit voor het Nederlands als liedtaal, juist omdat er veel medeklinkers in zitten en je zo de taal 'op de rotsen kunt laten slaan.' Als leermeesters had hij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud en hij laat zich inspireren door Franse chansonniers, zoals Leo Ferré. Doordat hij zijn opleiding in Antwerpen volgde en in België woont en daarnaast veel in Zuid-Afrika is, liggen sommige liedteksten op het snijpunt van deze Vlaams, Nederlands en Afrikaans.

In de bundel is een groot aantal liedteksten opgenomen, in veel gevallen heldere poëzie, maar als je de muziek erbij hoort, krijgen de teksten meer kleur en diepgang. Het fantastische ‘Ik bestond, Ik besta’ performt Stef Bos met het charisma van Jacques Brel. Achterin staat een Spotify-code.
In het voorwoord merkt Ali B terecht op dat we Stef Bos nodig hebben, ‘want zolang niemand in Nederland betere zinnen schrijft, heeft hij hier een verantwoordelijkheid.’

maandag 7 juni 2021

De onzorgvuldig geketende Prometheus

André Gide, De onzorgvuldig geketende Prometheus, vertaald door Hannie Vermeer-Pardoen, Uitgeverij Vleugels, 2019.


De mythe van Prometheus is bekend, hij stal het vuur van de goden en gaf dat door aan de mensen. Daarvoor wordt hij gestraft en vastgeketend aan een rots in de Kaukasus, elke avond komt een arend zijn van zijn lever eten, die overdag weer aangroeit. Maar wat als diezelfde Prometheus ineens over een boulevard in Parijs loopt, en nog iets specifieker, over de boulevard die de kerk de Madeleine
 verbindt met Opéra Garnier. Hij heeft zich kunnen losmaken uit te ketenen aan de rots en besluit om zijn benen te strekken in Parijs. Aan een tafeltje in een restaurant raakt hij in gesprek met een ober.

Later zal Prometheus in een zaaltje een publiek toespreken en vertellen over zijn arend en dat iedereen zijn eigen arend heeft. Als je je arend niet voedt, dan wordt hij grauw. Je moet van je arend houden, hij is immers je hartstocht, je deugd, je zonde, je schuld. Maar als het slecht gaat met je arend, wordt hij je geweten en ga je eraan ten onder.

Het is een vermakelijk verhaal, dat aanzet tot nadenken. Aan de ene kant wordt het klein gehouden, in verschillende etablissementen in Parijs en ook op straat: een alledaags decor; maar aan de andere kant zijn de personages grote mythologische figuren die met hun namen bekende ideeën en gebeurtenissen oproepen. 

(eerder gepubliceerd op Tzum.info)

zondag 30 mei 2021

Kleretijd

Erik Vlaminck, Klerentijd, een litteken in proza, Slibreeks, Uitgeverij den Boer, de Ruiter, 2017

De sober uitgegeven deeltjes van de Slibreeks zijn stuk voor stuk ultieme ‘livres de poche’. Ideaal voor onderweg, als je ergens moet wachten, of een korte treinreis moet maken en eens iets anders wil doen dan naar buiten kijken, je medepassagiers observeren of desnoods zinloos op je mobiel scrollen. De eerste twee activiteiten worden namelijk ook ondervangen door de inhoud van de deeltjes: je kijkt naar een ander landschap, een andere wereld, zoals in het deeltje 151 Kleretijd van Erik Vlamick. Hij schrijft over het Vlaamse dorpje Lillo, dat in een gebied ligt dat onder water gezet wordt door de Hollanders in de strijd om de onafhankelijkheid van België in 1830. De Hollanders zetten de sluizen open, waardoor de bewoners moesten vluchten naar het fort in het dorp, waar ze in armoede verder leefden, wachtend op hulp van hun nieuwe regering. De korte hoofdstukjes beschrijven de ene keer de geschiedenis van het dorpje en haar bewoners en volgen dan weer Cornelis Verhulst, die probeert te ontsnappen aan het ellendige en uitzichtloze bestaan waaraan de bewoners zich niet schijnen te kunnen onttrekken. Een mooie wisselwerking tussen overzicht van buitenaf en details van binnenuit, tussen feiten en fictie.

(eerder verschenen op Tzum.info)

maandag 22 maart 2021

Trilogie van een beginnend schrijverschap

Patrick Modiano, Trilogie van een beginnend schrijverschap, Querido, 2017

De boeken van Patrick Modiano, winnaar van de Nobelprijs in 2014, gaan vrijwel unaniem over een melancholische zoektocht naar het verleden. Toch weet hij de lezer steeds weer te verrassen door de herinneringen die de hoofdpersoon een bepaalde kant op sturen. In deze trilogie speelt Parijs en het verleden een grote rol. 

Zo gaat de hoofdpersoon in Hondenlente op zoek naar ene Jansen, een fotograaf, die na een kortstondig contact met de ik dertig jaar geleden plotseling verdwenen is. Leeft Jansen nog, waarom is hij toen vertrokken, waarom komen die herinneringen nu boven? 
In Bloemen en Puin zijn ook dertig jaar verstreken tussen een gebeurtenis, deze keer een zelfmoord, en het oprakelen van herinneringen daaraan door de verteller. 
In Verdaagd verdriet haalt de verteller herinneringen op aan zijn jeugd, toen hij en zijn broertje werden opgevoed door een aantal intrigerende vrouwen, in een dorpje buiten Parijs.
Bij Modiano zijn sommige herinneringen scherp en duidelijk afgetekend, andere blijven juist in het vage en zijn met nevel omhuld. Zijn romans blijven intrigeren en nodigen uit om herlezen te worden.

maandag 15 maart 2021

De omweg naar Paaseiland

Gerrit Jan Zwier, De omweg naar Paasleiland, Uitgeverij Atlas Contact, 2016.


Gerrit Jan Zwier is vooral geïnteresseerd in de lege uithoeken van de wereld. In eerdere reisboeken heeft hij al laten zien dat hij goed is in het verweven van zijn eigen bevindingen met feiten en anekdotes uit reisverslagen van anderen die hem voorgingen. De omweg naar Paaseiland sluit daar prima bij aan. Via Vuurland en het zuiden van Chili komt hij met een wat norse en zwijgende reisgezel aan op Paaseiland. Een eiland waar ongeveer 50.000 toeristen per jaar komen, vooral om de moai's, te bewonderen. 

Het mysterie rondom de oorsprong van deze imposante stenen beelden heeft velen voor Zwier beziggehouden, maar ook de geschiedenis van het eiland zelf is niet opgehelderd. Doordat Jacob van Roggeveen het eiland ooit ontdekte, blijft er een dun lijntje tussen Nederland en Paaseiland bestaand.
Mooie kleurenfoto’s in het middenkatern ter illustratie. De afwisseling tussen de verschillende ontdekkingsreizigers en het verslag van Zwier zelf is soms wat rommelig, maar over het algemeen heeft de auteur een boeiend reisdocument toegevoegd aan zijn oeuvre over verre oorden.

zaterdag 6 maart 2021

Hôtel du Nord

Eugène Dabit, Hôtel du Nord, vertaald door Mirjam de Veth, Uitgeverij Vleugel, 2020

Hôtel du Nord speelt in het Parijs van begin 20e eeuw. Enigszins in de lijn van Villa des Roses van Elsschot. Het echtpaar Lecouvreur besluit een hotel over te nemen in het Noorden van Parijs. Op de eerste bladzijde trekt de schrijver met een prachtige scene de lezer het verhaal in. De tijd, de plek en de handeling worden in korte, treffende zinnen beschreven. Je wilt gelijk weten wat er verder staat te gebeuren. 


Onbekend met het uitbaten van een hotel, bekommert het echtpaar zich binnen de kortste keren om de 60 bewoners van allerlei slag. Per hoofdstuk komt een andere bewoner aan bod, zoals het kamermeisje, een toneelspeler met zijn gezin, twee ongetrouwde zussen. Het zijn korte anekdotische verhaaltjes die door de locatie en enkele steeds terugkerende personages met elkaar verbonden zijn. In een luchtige stijl met levendige dialogen schuiven de levens van deze figuren in de marge van het bestaan aan de lezer voorbij.
Tijdloos, want mensen gaan niet heel anders met elkaar om, en tegelijkertijd een prachtig tijdsdocument van de jaren '20 van de vorige eeuw.

zaterdag 27 februari 2021

Een dodelijk venijn

Fred Vargas, Een dodelijk venijn, Uitgeverij De Geus, 2018

In deze thriller lost de eigengereide hoofdinspecteur Adamsberg ook deze keer weer als een moderne Maigret een ingewikkeld mysterie op. Niet alleen ‘gewone’ politiezaken die in zijn arrondissement in Parijs spelen hebben zijn aandacht, maar juist ook omvangrijkere en mysterieuzere gebeurtenissen, zoals in dit geval de dood van drie oude mannen door een spinnenbeet in Zuid-Frankrijk.


Adamsberg moet terugkomen van een vakantie op IJsland omdat zijn team niet uit een moord komt met twee verdachten. Een vrouw is overreden een door een auto en zowel haar echtgenoot als een vermeende minnaar komen voor de rol van dader in aanmerking. De hoofdinspecteur weet met zijn psychologisch inzicht snel tot de oplossing te komen. Tegelijkertijd ziet hij bij een van zijn rechercheurs een website openstaan over spinnen. De man weet veel van dieren, maar dat hij ook in spinnen geïnteresseerd was, wist Ademsberg niet. Het blijkt dat er in Nîmes drie bejaarden door een venijnige spinnenbeet om het leven zijn gekomen; Adamsberg aandacht is direct gewekt. Het is namelijk vrij uitzonderlijk dat een dergelijke spin, de bruine kluizenaar genaamd, al bijt, laat staan dat je er dood aan gaat. Het komt voor, maar zeer zelden. Wanneer dus drie mannen in korte tijd op een dergelijke noodlottige wijze aan hun einde komen, dan moet er meer aan de hand zijn.

zaterdag 20 februari 2021

De weerman

Olivier Rolin, De weerman, vertaling Katelijke de Vuyst, Uitgeverij IJzer, 2016.


Rolin kwam op het spoor van Aleksej Feodosjevitsj Vangenhejm, de weerman, door een reis naar het verre noorden van Rusland waar hij in Archangelsk een lezing zou geven. Vandaar maakte hij een uitstapje naar de Solovetski-eilanden, een archipel in het midden van de Witte Zee. Een prachtig klooster aldaar had dienstgedaan als locatie voor een van de werkkampen onder Stalin. Hij ontmoette een van de nog levende getuigen van die gruwelijke periode en zij liet hem een boek zien van de dochter van Vangenhejm. Het boek bestond uit reproducties van de brieven die hij aan Eleonora, zijn dochter, vanuit het kamp had geschreven, maar ook tekeningen van planten en raadsels die zij moest oplossen. Hij probeerde op die manier bij te dragen aan de opvoeding van zijn dochtertje dat vier was toen hij werd weggevoerd.

Rolin zoekt in documenten, praat met mensen die ook speuren naar tekenen van hun verdwenen familieleden. Hij ontrafelt het leven van Vangenhejm. De weerman krijgt dankzij de schrijver een gezicht, een leven, een bestaan. Anders zou hij ook in de vergetelheid zijn zoekgeraakt. Maar met dit verhaal vertelt hij ook het verhaal van de vele andere miljoenen slachtoffers van wie niets is overgebleven.

Het boek is als de vlam voor de onbekende soldaat, zij het dat Vangenhejm geen soldaat was en nu niet meer onbekend is. Het is echter van belang stil te blijven staan bij ook die zwarte periode in de vorige eeuw.

zaterdag 13 februari 2021

Een zachte hand

Leïla Slimani, Een zachte hand, vertaald door Gertrud Maes, Nieuw Amsterdam, 2017.


Deze tweede roman van Leïla Slimani, waarvoor zij de Prix Goncourt 2016 kreeg, is een subtiel en indringend verhaal over zorg en verwaarlozing, over arm en rijk, over egoïsme en altruïsme. In een luchtige en zeer toegankelijke stijl begint het verhaal met het dramatische einde.

Op de vijfde verdieping van een mooi ‘immeuble’ in het tiende arrondissement in Parijs zijn twee kinderen vermoord. Een baby, Adam, en zijn iets oudere zusje Mila. De moeder van het jonge gezin, een advocate die carrière maakt, is eerder dan andere dagen naar huis gegaan en heeft nog wat lekkers voor haar kinderen en de oppas gekocht. Thuis treft zij geen blije kinderen aan die verheugd zijn over haar vroege thuiskomst, maar een onvoorstelbare nachtmerrie.

Beetje bij beetje krijgt de lezer te weten hoe alles tot stand gekomen is. Er groeit begrip voor en afkeer van de hoofdpersoon. Tragisch dat het zo kan lopen in het leven.

donderdag 31 december 2020

Wie was ik

 Alfred Schaffer, Wie was ik, De Bezige Bij,


Alfred Schaffer debuteerde in 2000 en won diverse prijzen, zoals recent de P. C. Hooftprijs. Hij woont en werkt in Zuid-Afrika. Zoals er verschillende culturen aan bod komen in de budel, zo varieert hij ook met teksten: gedichten in allerlei vormen, e-mailberichten, prozafragmenten (die evengoed als gedicht te lezen zijn). In een opsomming bestaande uit honderd regels, getiteld 'Wie was ik' schetst hij het beeld van een vrouw (zijn Arubaanse moeder?) die getekend door het leven ging, maar toch de moed erin hield: ‘ik was de kwetsende spreekkoren zat / ik was de kleine stilte van mijn pasfoto'.

Soms zijn de titels al korte gedichten: ‘Ik besta uit meerdere helften één helft ken ik nog van vroeger weer een ander zit vol raars’.

Hij blijft dichtbij zichzelf, vertelt zijn verhaal en dat van zijn moeder, maar tegelijkertijd zijn het universele vragen en gedachten die aan de orde komen. Hij spreekt te lezer aan, laat hem zien wat belangrijk is of zou moeten zijn. Schaffer beziet het leven van verschillende kanten, reflecteert, fantaseert, droomt en laat dit met zijn veelzijdige taalgebruik ook de lezer doen.

donderdag 24 december 2020

Nachtelijk ongeval


Patrick Modiano, Nachtelijke ongeval, Querido, 2014.

Soms volstaan citaten om een impressie van een boek te geven. Zeker bij de romans van Patrick Modiano. 

'Ik had gelezen dat het toeval slechts een beperkt aantal ontmoetingen arrangeert. Dezelfde situaties, dezelfde gezichten keren terug, als gekleurde stukjes glas van een caleidoscoop die door gespiegelde beelden de illusie geven dat er oneindig veel combinaties zijn.'

'Ik was maar een gewone man, ik hield van geluk en van Franse tuinen. Wel had ik vaak last van sombere gedachten, maar dat was tegen mijn zin.'

 'Op den duur knaagt de vergetelheid grote brokken van ons leven weg, en soms ook piepkleine tussenliggende stukjes. En door de schimmel op die oude filmrol ontstaan er sprongen in de tijd, zodat gebeurtenissen waar eigenlijk maanden tussen lagen, vlak na elkaar of zelfs tegelijkertijd lijken te hebben plaatsgevonden.'


woensdag 1 juli 2020

Dromen van Bunker Hill

John Fante, Dromen van Bunker Hill, Thomas Rap, 1998.

‘Ik marcheerde Olive Street uit op die heldere zondagmorgen. De stad leek uitgestorven, de straat was stil. Ik stopte en luisterde. Ik hoorde niets. Het was het ge
luid van geluk. Het was mijn eigen hart dat zacht klopte, ritmisch.’

Jaredertig, Los Angeles, De jonge Arture Bandini is op weg naar het schrijversschap, naar roem, naar liefde. Dat het allemaal niet direct lukt of misschien zelfs helemaal niet gaat zoals hij verwacht had, maakt hem niet uit. Bandini is klaar voor het gevecht dat geleverd moet worden om zijn doel te bereiken. John Fante beschrijft het leven (zijn leven?) van de schrijver in spe in korte, krachtige zinnen, vol directe beeldspraak.

‘Soms schreef ik tien pagina’s. Dat vond ik niet prettig, want ik wist dat als ik productief was, ik ook waardeloos was. Meestal was ik waardeloos. Ik moest geduld hebben. Ik wist dat het zou komen. Geduld! Dat was wel de minste van mijn deugden.’


maandag 8 juni 2020

Finale


Ina Boudier-Bakker, Finale, Querido, 1963

Om de boeken die ik niet meer lees te delen, heb ik een boekenkastje in mijn voortuin gezet. Vaak zet ik er iets in, soms haal ik er wat uit. Zoals laatst Finale van Ina Boudier-Bakker. Waarom weet ik niet, maar ik had nog nooit wat van haar gelezen. Zonder enige verwachting begon ik aan het boekje, puur op basis van de titel en de kaft.

Het gegeven is eenvoudig. Een weduwe voelt zich niet meer op haar gemak in de buurt van haar kinderen en kleinkinderen en ze trekt zich terug in een pension aan de kust. Ze maakt lange wandelingen langs het strand en blikt vooral terug op haar leven tot nu toe. Het huwelijk met haar man die uit een veel beter milieu kwam dan zij, haar eerste baantje, de moeizame relatie die ze met haar moeder en zus had. En dan is er nog een man die een belangrijke rol in haar leven heeft gespeeld.
De stijl is ingetogen, het perspectief steeds vanuit de vrouw die vooral observeert en luistert en nauwelijks deelneemt aan de gesprekken. Zo kom je waarschijnlijk het beste tot inzicht: afstand nemen van je omgeving en van jezelf.
Toch lijken de kinderen en kleinkinderen niet aan te voelen waarom ze zich afzondert. Om de beurt komen ze langs om met haar hun problemen te bespreken of gewoon te kijken hoe het met haar is. Langzaam ziet ze in dat haar rol in het gezin nog niet is uitgespeeld.

maandag 1 juni 2020

Kleine Hellen


Anne Moon Disko, Kleine hellen, Uitgeverij Oevers, 2018

Bij een debuut is het altijd afwachten, maar Kleine Hellen is wat mij betreft zeer geslaagd, zowel qua verhaal, stijl en vormgeving. De verschillende verhaallijnen cirkelen om grote gebeurtenissen in de levens van de hoofdpersonen Vera en Max heen, ze zijn zus en (jongere) broer. Ooit waren ze met z’n drieën, of beter gezegd: ze hadden met z’n drieën moeten zijn. De tragiek komt hun leven in gedenderd en laat ze niet meer los. Kunst en schrijven kunnen uitlaatkleppen zijn, behalve wanneer je herinneringen probeert te vangen of juist iemand wil vastleggen op het doek, zoals in het geval van Max die zijn zus schildert.
De auteur speelt met de perspectieven, soms vanuit de derde persoon, dan weer is een ‘ik’ aan het woord en duurt het even voor je door hebt wie van de twee het is, Max of Vera, maar ook dat werkt goed. Je speurt als lezer naar aanknopingspunten om er achter te komen wie vertelt.  Ze schrijven over elkaar en over zichzelf, om het leven te begrijpen, om dat wat er gebeurd is aanschouwelijk te maken en er grip op te krijgen.
De stijl is eenvoudig en daardoor aangrijpend. Geen dikdoenerij, geen melodramatische woorden. Prachtig kleinood dat het verdient gelezen te worden.

maandag 25 mei 2020

Charlotte

David Foenkinos, Charlotte, Uitgeverij Cossee, 2015.

Niet alleen de inhoud van dit lange prozagedicht is krachtig en blijft de lezer bij, ook de vorm is indrukwekkend. David Foenkinos baseert zich voornamelijk op het boek Leben? oder Theater? Van Charlotte Salomon zelf,  een combinatie van gouaches en tekst. Het origineel bevindt zich in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Ook bezocht Foenkinos plaatsen waar Charlotte heeft gewoond en herschept hij in korte krachtige zinnen haar biografie. Charlotte, wier talent al blijkt op de kunstacademie in Duitsland, vlucht in de aanloop naar WO II naar Zuid-Frankrijk. Ze laat niet alleen haar ouders achter, maar ook haar geliefde. Wanneer ze zich in het nog vrije Frankrijk bij haar grootouders voegt, sluit ze zich af en geeft zich over aan het papier en de verf. Toch blijft ze als Joodse vrouw ook daar niet veilig.

Foenkinos heeft ervoor gekozen alle zinnen onder elkaar te zetten. De zinnen zijn nooit langer dan één regel, vaak enkelvoudig, soms met een korte bijzin. Hierdoor ontstaat een bepaalde cadans, een ritme waarop het leven van Charlotte zich ontvouwt. Sommige zinnen zijn ferm en direct, maar vaker zijn ze poëtisch en kleuren ze regel voor regel de gebeurtenissen.  

Tegen het einde komt de biografie in een stroomversnelling. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, het drama dient zich aan, van meerdere kanten. Charlotte is niet aan haar einde gekomen zoals ze zelf voorzien had en waartoe ze voorbestemd leek. Ze heeft haar leven zo intensief mogelijk geleefd. Als ze na twee jaar werk het boek met tekeningen en teksten dichtklapt, geeft ze het aan de vrouw die haar in Zuid-Frankrijk heeft opgevangen tijdens de oorlog, met de worden: C’est toute ma vie.

Dankzij Foenkinos maakt de lezer kennis met dat leven, met Charlotte, een vrouw die, zoals zovelen, niet mocht zijn wie ze was.